Eerst ga ik terug naar mei 2024. Tijdens een vakantie in Marokko zie ik beelden uit Amsterdam, waar een studentenbezetting met stevig politiegeweld beëindigd wordt. Mijn oudste bonusdochter vangt klappen op van een politieknuppel. Femke Halsema heeft blijkbaar weinig bedenktijd nodig – de veiligheid van studenten (en zeker die van de joodse) is volgens hen overduidelijk in het gedrang. Met de gewelddadige oplossing van dit veiligheidsprobleem worden meerdere studenten het ziekenhuis ingeslagen met botbreuken en hersenschuddingen.

Wat later zien we de blauwe plekken op het ons zo vertrouwde lichaam. Zij relativeert, wij schrikken. Mijn ranke, blonde bonusdochter vertelt ons dat ze met haar lichaam een meisje met een hoofddoek beschermde tegen de klappen – de lichamen van moslima’s waren duidelijk een groter doelwit.

De focus verschuift naar mei 2026. Een goed circulerende still uit een video van 20 mei op de website van De Standaard toont twee agenten in riot gear, die met handen en knieën een jong lijf op de Gentse grond drukken. Alleen al het beeld zien brengt ademnood. Achter de verstikkende houdgreep, zien we tegen de terrasgevel van het kunstencentrum Viernulvier een kunstwerk van de Italiaanse Sara Leghissa, een magneetbord met de tekst ‘Children, judge your adults’. Het zijn niet de ouders die veroordeeld moeten worden, maar breder, de volwassenen. Your adults, onze volwassenen. Wij? Inmiddels is het in de buurt van het rectoraat weer rustig, maar voorbijgangers worden nog steeds aangesproken op deze beladen plek. En rode verf op het rectoraatgebouw herinnert ons aan de noodzaak tot academische boycot.

Afbeelding1
‘Children, judge your adults’ en in rode letters op de achtergrond ‘Academic boycott’

44 arrestaties en twee lichtgewonde agenten bij politieoptreden aan rectoraat UGent’ Deze kop, die de videobeelden vergezelt, toont aanzienlijk minder lagen van de werkelijkheid. Deze titel is exemplarisch voor het dominante narratief waarmee de wekenlange bezetting van universiteitsgebouwen in de media neergezet wordt. Toch stel ik me veel vragen bij het politiegeweld van 20 mei. Als twee agenten in riot gear lichtgewond raken, hoeveel gewonden zijn er dan onder de ongewapende studenten? Waarom wordt er in de media niet gerept over de studenten in het ziekenhuis? Waarom spraken de agenten Frans en moesten ze elders opgetrommeld worden, waar staan de Gentse flikken in dit verhaal? En breder: waarom was het zoveel simpeler voor kennisinstellingen om samenwerkingsverbanden met Rusland stop te zetten? Hoe oefent de zionistische lobby druk uit?

Op een J’accuse-bijeenkomst van S.O.S. Gaza in het muziekcentrum de Bijloke, vertelt studentenvertegenwoordiger Basile Peeters drie dagen later dat alle vrouwelijke studenten op het Ekkergemse politiekantoor zich volledig moesten uitkleden bij de fouillering. Ik scan in mijn hoofd koortsachtig alle nieuwsberichten in mainstream media – maar nergens las ik over poedelnaakte jonge vrouwen. Wat rechtvaardigt deze gebeurtenissen? Terwijl ik me dat afvraag, ontvang ik een paar verontwaardigde berichten en foto’s van universiteitsmuren beklad met rode graffiti. Ik snap waarschijnlijk wel ‘dat de studenten met deze escalatie, met dit vandalisme, veel draagvlak verloren zijn’? Maar ik merk dat mijn antwoord meteen de focus verschuift, naar een massagraf in Gaza. De armpjes van babylijkjes, vastgesnoerd met tie wraps. Plastieken handigheidjes die onverwoestbaar getuigen over de genocide die buiten het oog van de lens doorgaat. Toch volgt het verwijt van whataboutism:  ‘We hadden het over rode verf!’

In de VRT-talkshow De Afspraak vertelt rector Petra De Sutter hoe ongelofelijk ingewikkeld het is om contracten op te zeggen, hoe groot de financiële risico’s zijn voor de universiteit. Het politiegeweld is in haar relaas niet meer dan een onvermijdelijk schoonheidsfoutje. Ze legt uit dat de situatie uit de hand liep toen de politie aan de studenten vroeg om zich te identificeren – eerder op de dag was er al afgesproken dat de bezetters vrijwillig het rectoraat zouden verlaten. De levensgevaarlijke houdgrepen, de studenten in het ziekenhuis, de naakte studenten? Ze worden niet vermeld. De genocide op Palestijnen? Al helemaal niet. Wie maakt zich echt schuldig aan whataboutism?

Op het televisiescherm verschuift de focus af en toe een heel klein beetje, naar het echokoortje met bekende professoren van de UGent. Een stevig staaltje manufacturing consent zonder lastige vraagtekens, want aan de debattafel ontbreken betrokken studenten en docenten die weerwoord kunnen bieden. Professor arbeidseconomie Stijn Baert vraagt zich terloops af wat de reactie zou zijn als de bezetting uit de omgekeerde hoek zou komen, als studenten zich juist zouden uitspreken tegen antisemitisme. In een handomdraai worden studenten die woest zijn om academische medeplichtigheid aan genocide neergezet als Jodenhaters. Niemand in de studio reageert, maar mijn kolkende (Joodse) bloed bereikt stilaan een kookpunt. Nergens hoor ik zulke forse distantiëringen van Jodenhaat als tijdens demonstraties en bezettingen. Nergens gaat het zo vaak over Cuba, over Congo, over Soedan, Iran, Libanon, Venezuela en andere landen die zo lijden onder imperiaal geweld!

De studenten gebruikten rode verf op universiteitsmuren. Inderdaad. Moordlustige zionisten bekladden mijn blik met straffeloos vergoten bloed. Ik weet waar mijn woedende focus ligt. Terwijl ik dit tik, regent het weer bommen op Gaza. Ook het moorden op de Westelijke Jordaanoever gaat onverstoord door. De zogenaamde vredesdeal van Trump is de ultieme afleidingsmanoeuvre.

Mag ik nog even de blik richten op mijn achterneef Isja, die meevoer met de Global Sumud Flotilla? Zijn blauwe plekken zag ik nog niet. Hoe groot de emotionele schade precies is, is voorlopig nog een raadsel. Maar ik kon hem gelukkig wel stevig vastpakken nadat hij, na 48 uur gevangenschap, vrijgelaten werd. Ik bewonder hem en zijn medestrijders. Via getuigenissen over foltering, verkrachting en vernedering, verhalen over urine als enige drank na talloze uren op de knieën in de blakende zon, via interne bloedingen en psychologische martelingen, botbreuken en geperforeerde longen, verschuiven ze onze blik. Naar bijna tienduizend Palestijnen die al jarenlang vastzitten, zonder enige vorm van proces, in foltergevangenissen. Onder hen ook honderden kinderen…

Wat glinstert daar op de kasseien van Belgische en Nederlandse universiteitssteden? Een gouden kans, een prachtig precedent, klaar om gegrepen te worden door moedige handen. Het universiteitsbestuur dat ervoor kiest om de banden Israëlische universiteiten en bedrijven eenzijdig op te zeggen, heeft het internationaal recht aan zijn kant. En dat recht staat boven het nationaal en Europees recht, ook al wordt het vaker geschonden dan nageleefd. Wie dit aandurft, geeft blijk van moreel leiderschap, van een voortrekkersrol die bepalend kan zijn. Ja, wie unilateraal contracten verbreekt en procedeert tegen de Europese Commissie als er sancties volgen, neemt een juridische sprong in het onbekende. Maar een moedig universiteitsbestuur springt niet alleen, het springt samen met het internationaal recht, met VN-rapporten en uitspraken van het ICC.

Wij, die het uitschreeuwen, springen mee. ‘Children, judge your adults’: wij, die met recht veroordelen, wij die met recht veroordeeld worden, springen mee.

Lees ook

Gaza-11

Israëls straffeloosheid: een aanklacht tegen passiviteit

Hoopvol dat steeds meer kritische Joden en Israëli's opstaan

1650529007665 (1)

Marie Meeusen

Freelance schrijver

Marie Meeusen is freelance schrijver in de zorg-, welzijn-, onderwijs- en cultuursector, narratieve coach en schrijfdocent. Ze groeide op …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.