De kerken die het aandurven verzamelen vooraf een gelegenheidskoor, dat niet zelden in stijl (fifties, sixties, seventies) gekleed gaat. Er verschijnen persberichten in de lokale pers. En meestal zit de kerk vol. Of er zijn twee, drie, vier keer zoveel mensen als anders, en veel mensen ‘van buiten’.

Als ik voor het eerst in een kerk kom met mijn Elvis-kerkdienst vertel ik het levensverhaal van Elvis: van armoede naar rijkdom, van talent en tragiek, van verslaving en vroege dood. Ik vertel ook dat ik als jongetje van elf fan werd, toen Elvis stierf. Maar dat ik pas veel later, bij het plotselinge overlijden van mijn vader, ineens ging huilen bij de Elvis-gospel Precious Lord, Take my Hand. Ik voelde me verdrietig en dankbaar tegelijk.

Mijn biografie, het levensverhaal van Elvis en het levensverhaal van de bezoeker betrek ik erbij. ‘Wat is jouw associatie bij Elvis, waar denk je aan?’ is een vast onderdeel. Steevast volgen jeugdherinneringen, herinneringen aan een vader of moeder. Daarna verkondig ik de levenslessen van Elvis, volgens het ezelsbruggetje E.L.V.I.S.: Doe alles wat je doet met oprechte Energie, koester de Liefde, kijk uit voor Verslaving, maar wees wel een Verbinder, laat je Inspireren en koester je Soul, je ziel…

Na afloop blijkt vaak dat aspecten van Elvis’ leven herkend worden in het eigen leven of dat van een naaste: depressie, echtscheiding, verslaving. Ik maak van Elvis geen heilige, maar een gewoon zoekend mens. De kernzin is: ‘Zelfs al eindig je als Elvis – verslaafd, gescheiden, depressief, te jong: je valt niet uit Gods hand. Dat is genade, dat is verbazingwekkende genade, dat is Amazing Grace.’ Waarna uiteraard deze oude gospel klinkt.

Soms speelt een jonge conservatorium-band mee: The Rising Clouds, twintigers die van de fifties en sixties houden. Met hen speel ik graag als hoogtepunt If I Can Dream: de ode van Elvis aan de droom van dominee Martin Luther King – die andere King uit Memphis. ‘You saw me crying in the chapel, the tears I shed were tears of joy.’ ‘Je zag me huilen in de kapel, de tranen die ik schreide, waren tranen van vreugde.’ Het is een soort Johannes de Heer-dienst in een nieuw jasje, vrijzinnig en vroom, er wordt gelachen en gehuild. Voor mij is het de kerkdienst van mijn leven.

En na afloop klinkt er geregeld iets als Jailhouse Rock of Blue Suede Shoes en wordt er voorzichtig gedanst!

Dit artikel is afkomstig uit Mondig, magazine van de Doopsgezinden.

Fred Omvlee

Hoofd Geestelijke Verzorging Koninklijke Marine, columnist, dominee

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.