Zodra ik iets persoonlijks deel, lijkt bij sommige mensen een innerlijke adviseur wakker te worden. Dan krijg ik uitleg over hoe ik mijn religie zou moeten beleven. Over hoe ik mij als vrouw zou moeten gedragen. Over wat ik eigenlijk had moeten voelen of bedoelen. Het zijn adviezen die zelden gaan over wat ik schrijf, maar vooral over het etaleren van een eigen mening.
Ik moet er altijd om lachen, vooral bij reacties die beginnen met: “Ik begrijp dat jij dit zo hebt beleefd, maar wat jij eigenlijk bedoeld is…”. Dat is meestal het moment waarop mijn ervaring wordt gecorrigeerd. Alsof iemand zegt: jij denkt dat dit jouw beleving is, maar ik zal je even helpen door uit te leggen hoe het écht zit, want ik weet het beter, niet anders maar beter. Op dat moment komt mijn sarcastische kant naar boven. Dan denk ik: wat fijn dat jij mij uitlegt hoe ik me had moeten voelen, en welke informatiebron voor mij relevant is, ik was zo verloren in het leven.
Begrijp me niet verkeerd: ik ga graag het inhoudelijke gesprek aan. Ik hou van nuance, van verschil van inzicht en van debat. Maar ga me niet aan mijzelf uitleggen wat ik mag voelen of vinden wanneer het over mijn eigen ervaring gaat, daar ga je namelijk niet over. Dat is geen dialoog, dat is vooral het veilig parkeren van het eigen gelijk. Die gaan vaak gepaard met de behoefte om het eigen oordeel bevestigd te krijgen en in sommige gevallen zelfs met superioriteitsgevoel.
We hebben een cultuur gecreëerd waarin reageren belangrijker is dan luisteren. We reageren snel, vaak zonder echt te lezen. We wisselen af tussen clickbait en oneliners. Daarna gaan we bekvechten, misschien nog wat nuanceren, en als het spannend wordt, belanden we bij ontkenning of het roepen van ‘fake news’. Vertragen? Daar hebben we geen tijd voor.
Terwijl ik denk dat we daar precies winst kunnen behalen. Door het oordeel even uit te stellen. Door pas te reageren als het vriendelijk is, als het waar is en als het bijdraagt. Soms is niets zeggen namelijk ook een vorm van wijsheid.
Ik stel voor dat we het invoeren als verplicht basisschoolliedje. Op een vrolijk deuntje, uit volle borst gezongen: is het aardig, is het waar en draagt het bij? Een hele generatie die eerst even checkt. Check één. Check twee. Check drie. Een uitgestelde-mening-generatie in wording.
Ik denk oprecht dat we dan blijere mensen zouden zijn. Minder bezig met corrigeren en meer met begrijpen. Minder zenden en meer luisteren. En misschien zelfs iets milder voor elkaar. Maar goed, dat is mijn ervaring. Die mag je best anders zien. Zolang je me maar niet uitlegt hoe ik me daarbij hoor te voelen.

Mooi omschreven. Ook een stuk zelfbescherming.
Even een stukje intro ter verduidelijking van wat mijn toevoeging tot ”geen mening” is:
Zelf geboren in NL met een half NL en half Duitse moeder:
– Met een Oost-Europeesche vader ben ik in het Westen opgegroeid in de jaren 70. Er werdt niet veel over gepraat tussen mijn ouders, maar toch leerde ik tijdens de ”koude oorlog”:
een Oost Europese mening over West Europa
een Oost Europese mening over Oost Europa
een West Europese mening over Oost Europa en
een West Europese mening over West Europa.
(Tja mensen hebben ook nogal wat meningen over zichzelf, ik schijf ”een mening”, want ”de mening” wordt ook weer een manipulatie, veralgemenisering etc.).
Mijn vaders karakter heeft in weinig woorden mij geleerd niet in ”de mening” te geloven, maar ieders ervaring naast elkaar te kunnen plaatsen.
Daarnaast ben ik opgegroeid in een cultuur waar als iemand je iets vraagt je vaak een wedervraag stelt. Motivatie of extra inzicht van de ander geeft meer ruimte om je eigen antwoord te gaan vormen.
Een 100% perfect plaatje wordt het nooit. Stel dat ik van mijn partner bij het huwelijk een gesneden beeld had met x aantal meningen hoe zij is en hoe alles zou gaan worden. Dat schept nogal wat verwachtingsverplichtingen. Moet ik vandaag een mening hebben over mijn partner of voor de komende maand, dan komt hij nog niet van mij af, hahaha.
Laat ons elkaar toch vaker verassen, ook over je eigen mening en patronen. ”Geen mening” bestaat niet altijd, dus wordt een beleefdere vorm is: ”ik was van mening dat….”, dat dan ook jezelf aanleert om open te staan voor verandering en een opener antwoord.
Mijn Nederlandse gramatica is nog steeds niet goed: per doctorandus ligt het aan mijn tweetalige opvoeding, de ander zegt dat ik dyslectisch ben. Of komt het dat ik te lang in het buitenland gewoond heb waardoor ik het NL al deels ben vergeten. Tja moet ik mij daarin verdiepen in al die meningen. het zei zo. Toch maakt het lastig als Nederlander in Nederland geaccepteerd te worden voor een baan. Dus ”moet” je handicap uitgezocht en bepaald worden🙂 prima, maar ook een vorm van ”als men een oordeel over je willen hebben, dan pas hebben ze je en begrijpen ze je, binnen hun begripsveld”
Maar goed, aan de andere kant beschuldigen mensen in Europa mij er vaak van dat ik niet een duidelijke mening heb. Dat moet blijkbaar zodat ze mijn beter kunnen (be)grijpen.
Misschien, ter verbreding van informatie, het boek
– De prijs van vrijheid – , van Keyvan Shabazi te lezen.