Deze week gedenkt het christendom de laatste dagen van Jezus van Nazareth op aarde. De week begon met zijn intocht in Jeruzalem. Vervolgens choqueerde hij zijn volgelingen door zelf, als hun meester, aan hen de meest lage slavendienst te verrichten, namelijk hun voeten te wassen, voordat hij zijn laatste avondmaal met hen at. Diezelfde avond werd hij door een van hen, Judas Iskariot, aan de autoriteiten verraden, die hem arresteerden en de volgende dag, na verhoor en marteling, kruisigden. Voor gelovigen was dat niet het einde, omdat hij volgens Bijbelse getuigen op Paasochtend opstond uit de dood.
Voor zover het bij velen bekende verhaal. Wat echter de meesten niet weten: Op de achtergrond van deze gebeurtenissen speelde een tegenwoordig hoog actuele tweestrijd: Jezus, prediker van de zachte krachten, van barmhartigheid en naastenliefde; voorstander van een nederig en dienend leiderschap, werd slachtoffer van iemand die op een machtige leider had gehoopt, van een strijder voor het recht van de sterkste en een voorvechter van een macht van de ijzeren vuist.
Bijbelwetenschappers leren ons namelijk dat de verrader Judas tot een bijzondere groep verzetsstrijders hoorde, voordat Jezus hem tot volgeling riep. En, wie weet, misschien is hij ook als volgeling van Jezus lid ervan gebleven. Zijn bijnaam, ‘Iskariot’, is afgeleid van de groep van de ‘sikariërs’, letterlijk vertaald met ‘dolkmannen’. Dat waren guerrillastrijders, die met aanslagen, moordpartijen en andere gewelddadige acties de gehate Romeinen uit het Heilige Land wilden verdrijven.
In het geheim bereidden ze een grote volksopstand, een bevrijdingsoorlog voor. Met geweld wilden zij het land van God weer groot maken, met de grenzen van vroeger, toen David koning was. In Jezus zag Judas duidelijk de lang verwachte sterke leider, die deze droom van ‘Make Israel Great Again’ werkelijkheid kon laten worden. Eindelijk, dacht hij, eindelijk kunnen wij nu aan de wereld en aan de gehate Romeinse bezetter laten zien, wie hier de baas is.
Bij de intocht in Jeruzalem leek dat voor Judas al bijna binnen handbereik. Het volk wilde Jezus tot koning zalven, zou hem zonder morren bij de bestorming van het paleis van Pilatus zijn gevolgd. Maar dat wilde Jezus niet. Tot onbegrip van Judas pakte hij deze unieke kans niet beet. Hier, vermoed ik, voelde Judas al, dat het met die Jezus ook op niets zou uitlopen, dat hij ook van hem de bevrijding van land en volk niet kon verwachten. En na die voetwassing begreep hij er echt absoluut niets meer van – van Jezus niet en van de God die Jezus verkondigde al helemaal niet.
Op een sterke, krachtige leider had hij gehoopt, op God als een échte machthebber, die volgens het recht van de sterkste regeert. Níéts stond verder daarvan af dan een Messias die zwak is en kwetsbaar, die de meest nederige slavendienst verricht, die zijn dienaren de voeten wast! Zo kan je, meende hij te weten, het rijk van God niet oprichten, zo kan je ons volk niet groot maken, ons niet de eer en het aanzien teruggeven die ons toekomen!
Judas begreep er niets van, hij was teleurgesteld, maar nog niet ten einde raad. Hij had nog een laatste troefkaart, hij wist nog één manier, om Jezus te dwingen om eindelijk dat te doen wat de Messias volgens hem dient te doen: ‘Als ik hem verraad’, dacht hij, ‘als de gehate bezetter hem gevangenneemt, dan rest hem geen ander uitweg meer, dan móét Jezus eindelijk zijn échte macht, de macht van de ijzeren vuist openbaren.’ Dus stond hij van tafel op en ging naar buiten, de nacht in, richting de autoriteiten. Judas Iskariot, tot op de dag van vandaag noemen wij hem de ‘verrader’.
Maar Judas is dus meer dan alleen dat. Hij is ook, zonder dat zij dat doorhebben, voorbeeld en inspiratiebron van alle aanbidders van kracht en macht, van alle sterke mannen en krachtige leiders die met ijzeren vuist hun eigen land of volk weer groot willen maken en andere landen via het recht van de sterkste hun eigen wil op willen dringen. Zéker als zij daarvoor, zoals wij nu vaak moeten zien, God of Jezus voor hun eigen karretje spannen of zelfs menen dat zij door hun gewelddadig handelen de komst van de eindtijd, het Armageddon, kunnen afdwingen.
En vaak, daarin moeten wij eerlijk zijn, is Judas ook ónze broeder en reisgenoot. Want ook wijzelf kennen, meer of minder, zulke verleidelijke fantasieën van grootsheid, van die ene beslissende omwenteling, van de oplossing van al onze problemen. Ook wij zijn af en toe zó heilig overtuigd van iets, dat ons haast elk middel gerechtvaardigd lijkt, om onze mening door te drukken. Ook wij kunnen dan in de verleiding komen, om God voor ons eigen karretje te spannen. Of te denken, dat wij het dan maar via de weg van de macht, via het recht van de sterkste moeten proberen.
En ook ons eigen denken kan door het idee van een maakbare wereld, een maakbaar leven vervuild raken. En daarom kennen ook wij situaties waarin het ons net als Judas vergaat, dat wij God niet kunnen begrijpen. Dat wij ons bijvoorbeeld afvragen: ‘Waarom toch al het leed in de wereld?’ ‘Waarom laat God dit toe?’ ‘Waarom krijgt juist hij die vreselijke ziekte, hij staat toch altijd klaar voor anderen?’
Tegen het machtsvertoon in van al die sterke mannen en krachtige leiders, tegen de aanbidding van kracht en macht in, en ook omwille van ons eigen, vaak pijnlijke onbegrip, heeft Jezus met de voetwassing van zijn volgelingen, ja met alle gebeurtenissen die het christendom deze week herdenkt, een helder en ook genezend voorbeeld gegeven. Hij laat aan de wereld de kracht van de zachtheid zien en een weg van kwetsbaarheid en nederigheid, van zwak durven zijn en onszelf in de dienst te plaatsen aan anderen. Aan kwetsbaren, hulpbehoevenden en zélfs, ja misschien juist aan hen die ver van ons afstaan of compleet abjecte meningen en ideeën erop na houden. Tenslotte beriep hij ook mensen als Judas tot volgeling, ook al wist hij van zijn gewelddadige achtergrond en misschien zelfs dat hij hem zou verraden.
Daarmee helpt Jezus ons om verleidingen van macht en kracht te weerstaan en om zijn belangeloze houding en het dienen van anderen aan te durven. Want ook tot ons, juist in deze verwarrende en gepolariseerde tijden, zegt hij: “Ik heb jullie een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.”

Geachte heer Wicke,
Sjalom!
”Jezus, prediker van de zachte krachten, van barmhartigheid en naastenliefde; voorstander van een nederig en dienend leiderschap, werd slachtoffer van iemand die op een machtige leider had gehoopt, van een strijder voor het recht van de sterkste en een voorvechter van een macht van de ijzeren vuist.” Een eeuwenoud gegeven en wat is er van terecht gekomen, niet als een verwijt, maar in mijn ogen, een feit. Het christendom heeft net als de overige godsdiensten gefaald in haar roeping om recht, rechtvaardigheid, gerechtigheid in de wereld te brengen. Waar in de wereld heerst het nederig en dienstbaar leiderschap. Maken de religies niet nog steeds de eeuwenoude denkfout? Dat zij de juiste weg zijn, de juiste weg die leidt naar recht, rechtvaardigheid, gerechtigheid in een wereld die hier al eeuwen naar snakt. Voor u persoonlijk is de christelijke weg de juiste weg, voor mij persoonlijk de joodse. En daar is helemaal niets mis mee. Waar het mis gaat is dat de vele wegen die ons mensen die in God geloven de weg wijzen niet verstaan en begrepen worden als een gemeenschappelijke weg. Ik wil hiermee zeggen dat de afzonderlijke religies geen recht, rechtvaardigheid en gerechtigheid kunnen brengen. Wij dienen dat gezamenlijk te doen. Zolang wij, ongeacht de reden die wij daarvoor bedenken, niet samen optrekken, niet samen samen werken en ook niet samen bidden , zal het nooit wat worden ,met recht, rechtvaardigheid en gerechtigheid in de wereld brengen. Jehosjoea van Nazareth begreep dat toen al ghee;l goed: aan de vruchten kent men de boom. De wereld waarin wij leven (de boom) is het gevolg van onze daden, de vruchten die wij mensen elkaar aan bieden.
Zelf ben ik ervan overtuigd wanneer op steeds meer plaatsen doorlopend, regelmatig, gezamenlijk een gebed wordt uitgesproken die door alle mensen, ongeacht hun religieuze levensovertuiging kunnen uitspreken en in de verre toekomst het denken van mensen zal veen wat vandaag onmogelijk is in de verre toekomst wel degelijk mogelijk is.
Is dit geen idee omdat binnen de PKN aan te kaarten?
Zie graag uw antwoord tegemoet,
Binjamin Heyl