Bloesembomen springen open, het is een zee van witte bloempjes. Wilde katjes langs de sloot, ronde kleverige knoppen in de beuken en daartussen kwinkelerende en lokkende vogelgeluiden. Een nieuwe lente, een nieuw geluid, daar kijkt iedereen naar uit na deze lange herfstige coronawinter.

Echter, door deze beelden en geluiden heen dringt zich nu iets anders: geluiden van inslagen en beelden van wanhopig vluchtende mensen. In Oekraïne wordt het lente te midden van neervallend stof en puin, te midden van dood en angst.

Wat is toch de mens, zo vroeg Primo Levi zich af in zijn boek uit 1947. In een recensie van zeventig jaar later staat dat ‘het geen politiek, maar een humanistisch werk is, geen simplistische beschuldiging of veroordeling, maar een complex onderzoek naar wat het betekent mens te zijn, mens onder de mensen, mens voor de mensen.’ Misschien moeten boeken als deze blijvend door ons herlezen worden opdat wij waakzaam blijven wanneer om ons heen stappen gezet worden naar een wijze van denken die andere mensen uitsluit. Niet alleen ver weg, maar ook in onze democratie.

Een manier van denken en praten die bij dictators, tsaren en sommige politici het verlangen naar macht over of uitsluiting van die ándere ander oproept. Ja, wie is toch die mens, bij wie telkens ergens weer dat verlangen naar alomvattende macht over anderen opduikt, een bevolkingsgroep of een stam of een land? Bekijk de beelden van zulke machthebbers eens nader, dan kun je vaak constateren dat zij hun ogen dichtgeknepen houden, naar beneden kijken of naar een punt boven de camera. Want alleen met je ogen bijna dicht kun je de blik van de ander ontwijken. Die ander die jou recht in de ogen kijkt.

In deze wereld zie je mensen die alleen maar verlangen naar een beetje geluk en een leven in vreugde en gezondheid, mét elkaar. Is dat misschien een goede omschrijving voor vrede? Uit de geschiedenis weten we hoe kwetsbaar vrede is, hoeveel zorg de mensen daar dagelijks aan moeten besteden om die vrede heel te houden en niet onder het puin te laten verdwijnen. Dat geldt in het groot, op het wereldtoneel, maar misschien nog wel meer in het klein tussen de ene mens en die ander:

Als vrede gaat van hand tot hand
Als vrede gaat van hart tot hart
dan weeft die vrede gaandeweg een band
waaruit een nieuwe manier
van samen léven kan ontstaan…

Vrede voor jou, vrede voor mij,
dan ontstaat er hopelijk een nieuw wij,
een gezamenlijk doel
om weer liefdevol
met elkaar om te gaan.

Vrede door jou, vrede door mij
maakt de wereld vrij
van ongelijkheid, argwaan, angst
dan heeft iedereen een kans
op een waardenvol bestaan. (FD)

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.