Het idee dat liefde en woede elkaar moeten voeden, voert terug op de bevrijdingstheologie. Die stelde dat God met de verworpenen der aarde was, in het door blanken gekoloniseerde Afrika en Latijns-Amerika. Uitzichtloze onderdrukking rechtvaardigde het gebruik van geweld “van onderop”. Geweld zal niet verdwijnen zolang de machtsstructuren zijn zoals ze zijn, stelt Pim Valkenberg in de bundel God en geweld (2002). Wij ontkennen niet dat er, ook in Nederland, sprake is van verschillen in kennis, inkomen, status en macht. Ook ontbrak in het integratiedebat het inzicht dat autochtone Nederlanders over definiëringsmacht beschikten. Voor hen betekende integratie dat de Turkse en Marokkaanse nieuwkomers zouden “meedoen”, aan schoolreisjes en kerstborrels. In de afgelopen decennia verloor de autochtoon zijn vertrouwde identiteit. Nederland seculariseerde en richtte zich op Europa, factoren die een voedingsbodem vormden voor populistische ideeën. De woede bij mensen zonder migratieachtergrond komt niet voort uit liefde, maar uit frustratie. Door problemen te framen in termen van kolonisatie en witte suprematie, kiest men voor een heilloze confrontatiestrategie.

De bewering dat het gemakkelijker zou zijn om over God te praten dan over maatschappelijk onrecht is simplistisch. Uit eigen onderzoek (Roots & Routes, 2010) blijkt dat dialoogbetrokkenen afzien van een theologische uitwisseling, uit vrees dat prille en kwetsbare relaties erdoor beschadigd worden. Onder het motto “onbekend maakt onbemind” streeft men naar meer begrip. Een grote meerderheid verwacht inderdaad dat de ander in beweging komt, inziet dat hij of zij bevooroordeeld is, maar dit verschijnsel doet zich in gelijke mate voor bij Joden, christenen en moslims.

Dialoogbetrokkenen zijn misschien iets te naïeve, maar aan de andere kant gelukkig ook gepassioneerde wereldverbeteraars. Vanuit de kerken, die volgens Westerduin “religie los denken van politiek” is er veel solidariteit betoond met de toenmalige gastarbeiders. Ook in praktische zin, bijvoorbeeld door moskeeorganisaties te steunen bij het realiseren van moskeebouw. De laatste jaren is er in de kerken een heftig debat gaande over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Je kunt moeilijk volhouden dat de groeiende sympathie voor de Palestijnse zaak of de steun aan Kaïros-Sabeel het product is van een roze religieuze bril. Zo mogelijk nog complexer is de dialoog van joden en moslims. De Joodse inburgering begon vier eeuwen geleden, maar Joden vormen tegenwoordig een minderheid onder de minderheden. Bij de Liberaal Joodse Gemeente bestaat sedert enkele jaren de traditie om tijdens het Pesachfeest een dialoog-seder te organiseren. Christelijke en islamitische gasten worden dan uitgenodigd om te spreken over thema’s zoals bevrijding en “slavernij”.

In haar artikel bespeelt Westerduin, wellicht onbewust en ongewild, de slachtofferkaart. De Joodse gemeenschap is bekend met de aanvechting om in een slachtofferrol te kruipen, maar zij wist na de verschrikkingen van de Shoah ook een bijkans onvoorstelbare veerkracht op te brengen. Inburgering moet van twee kanten komen. Aan “gevestigden” mag gevraagd worden om in alle eerlijkheid eeuwenoude stereotypen onder ogen te zien. Van de nieuwkomer mag verwacht worden dat hij op enig moment volwassen wordt. Interreligieuze dialoog is niet gebaat bij apologese. Niet nog meer woede, maar een krachtig zelfbewustzijn en het samen nemen van verantwoordelijkheid zullen de dialoog een nieuwe impuls moeten geven.

rree

Rachel Reedijk

Schrijver

Rachel Reedijk is cultureel antropoloog en schrijver. Ze is lid van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam.
Profiel-pagina
harrypl

Harry Polak

Pyscholoog

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de …
Profiel-pagina
Al 9 reacties — praat mee.