Er komt een melding van een eenzame dode binnen, een dichter wordt aangezocht, een uitvaart heeft plaats en na afloop is er koffie.

De dichters dichten voor mensen die los zijn geraakt van anderen, die gaan zonder rouwkaart, waar niemand een traan voor laat. Om dit leven toch nog te verbinden met andere mensenlevens. Om ook dit leven recht te doen en te eren – als laatste menselijke daad van liefde.

Waar bij drukker bezochte uitvaarten nabestaanden het vaak moeilijk hebben met loslaten wordt er hier juist verbinding gezocht met de dode, om deze mens voor even nog vast te houden. Een gezicht te geven, een plaats in ons midden, weliswaar postuum, maar toch. In de verslagen lees je de zorgvuldigheid van de voorbereidingen, hoe de dichters langs de huizen fietsen en proberen op het spoor te komen van geschiedenis en leven via gevels, buurtwinkels, foto’s, buren. Zo ploegen ze één steek diep in de voor hen onbekende levens.

Eén van de dichters zegt dat het maken van zo’n gedicht precies drie dagen kost. Drie dagen en één slapeloze nacht. Drie dagen om een dode tot leven te wekken. Een ander vertelt hoe hij veel werk had gehad aan een gedicht. Hij schrijft: ‘Het gedicht werd maar moeizaam geboren, misschien wist ik dit keer teveel, misschien was ik in de loop van de week van deze man gaan houden, wat een leven, man, wat een leven.’

Starik vertelt in een verslag hoe ze na een uitvaart een kopje koffie drinken met elkaar: ‘zo zitten we aan onze rijk gedekte tafel’ schrijft hij. Met die rijk gedekte tafel zal hij niet het uitgebreide buffet bedoelen na afloop – die is er namelijk niet, heel soms is er een cakeje bij de koffie – maar eerder zal hij de intieme verzameling van mensen die met elkaar aan tafel zitten bedoelen. Om dit leven heen verzamelt zich een kleine maar bonte groep van mensen (de mensen van de sociale dienst, de uitvaartondernemer, de dichter, de toevallige buurvrouw of de verre neef die toch komt aanwaaien), die bij elkaar aan tafel schuiven om de scherven en puzzelstukjes van een leven bij elkaar te rapen. Waar allerlei tragische maar ook komische, onverwachte en ontroerende aspecten op tafel liggen. Op die manier proberen ze samen op te sporen wie verloren is gegaan, heel te maken wat gebroken is in dit specifieke leven maar misschien ook in het eigen leven.

Dit ene leven – vereenzaamd, gebroken en verloren – brengt ons dicht bij wie we zelf zijn: kwetsbaar en van anderen afhankelijk. En ook bij dat wat verloren geraakt is in onszelf. De dichter heiligt dit mensenleven en wordt zo zelf ook geheiligd.

Claartje Kruijff is dit jaar Theoloog des Vaderlands. Ze is met een oecumenisch schrijverscollectief, breder dan de christelijke traditie, op zoek naar Heilige Ruimte door thema’s uit het Onze Vader – het eeuwenoude gebed – te verkennen en toe te passen op de vragen van deze tijd. Meer informatie over het project Heilige Ruimte leest u hier.

claartje-kruijff-01-960-540

Claartje Kruijff

Theoloog

Claartje Kruijff (1971) is psycholoog en theoloog. Claartje was jarenlang werkzaam als consultant in Londen en Amsterdam, tot ze zich …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.