Soms gebeurt het bij een tentoonstelling maar niet vaak… Je zoekt als toeschouwer een relatie tot het geëxposeerde en wordt daarbij bepaald niet geholpen door de vele teksten bij en over kunstwerken. Juist de teksten zorgen ervoor dat je met je hoofd blijft kijken: welke stijl is dit, uit welk jaar, waar komt deze kunstenaar vandaan en wat is haar bedoeling? Maar een enkele keer weet je direct bij binnenkomst, dit spreekt mij aan, deze schilderijen, zulke beelden spreken mij letterlijk als persoon aan. En de andere keren bestudeer je alleen teksten, vergeefs.
Het gebeurde jaren geleden, toen in 1987 Kulturraum Insel Hombroich werd geopend: kleine gebouwen in een lager gelegen veld, dat oorspronkelijk moerassig was. De koper van het landgoed – er stond ook een verwaarloosd landhuis op – was kunstverzamelaar Karl Heinrich Müller. Van elk gebouw stonden de deuren open, niet toevallig maar bewust. Blad van de bomen waaide naar binnen. Een wandkleed bewoog in de wind. Natuur en kunst raakten telkens even verbonden. In deze gebouwen hangen nog steeds oude Perzische wandkleden en Afrikaanse beelden naast meubels van Rietveld en schilderijen van Matisse en Cézanne naast elkaar, zonder tekstbordjes. De bezoeker merkt: zonder informatie blijft alleen het kijken over, alsmaar in verwondering kijken tot je ziet hoe alles op elkaar in werkt.
Dat kan jou nu ook gebeuren in museum Bonnefanten in Maastricht: tot en met 6 september 2026 hebben daar drie kunstenaressen, Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen, elk een eigen tentoonstelling onder de gezamenlijke titel: Bitches Brew. Hun kunst verschilt maar er ontstaan ook onderlinge verbindingen. Bij binnenkomst blijk je al snel helemaal geen behoefte aan informatie te hebben. Wat er hangt en staat raakt je. Dan doen de teksten er eigenlijk niet meer toe. Nieuwsgierig ga je ronddwalen om in je op te nemen wat er te zien is. Het gaat dan even alleen om de kunst, om jou en de uitwisseling daartussen. Direct ontstond bij mij dit gevoel: het gaat over mij, als vrouw. Of, misschien algemener gezegd, over vrouwelijke krachten en waarden. Er was direct een besef: ik moet hier goed kijken in welke beelden ik mijzelf terugvind of niet en waarom.
Zo is er het kunstwerk van Keetje Mans ter grootte van een hele zaalwand, waar ik vrouwen net niet kopje onder zie gaan in troebel water. De bomen, de planten langs de kant zijn in donkere kleuren neergezet. Gek genoeg oogt het schilderij niet somber. Uit het wateroppervlak rijzen rode bloemen omhoog. Rond de boom staat een gezellige bank. In de verte licht een klein huisje op. De maan is het tweede lichtpunt. Is het een uitnodiging voor het bekende ‘ik worstel en kom toch boven?’ Of: in de avond ga ik naakt zwemmen in de vijver en voel mij vrij? Dan is het misschien in Mans haar werk de ‘Shimmer of Bliss’ zoals haar tentoonstelling heet.
In een andere zaal hangt een schilderij waarop vrouwen met hun lichamen, allemaal gekleed in lichte jurken met dezelfde slingerpatronen een berg vormen. Die vorm voert je als kijker direct terug naar het werk Die Mütter van Käthe Kollwitz uit 1921 waar vrouwen en kinderen, dicht opeen staand, steun bij elkaar zoeken en zo eenzelfde vorm tot stand brengen. Op die houtsnede staat de oorlogsangst in hun ogen, zoals nu ook bij heel veel vrouwen op allerlei plekken in de wereld. In dit schilderij van Keetje Mans zie ik geen angst maar, ondanks alles, toch een soort vertrouwen en balans. Zelfs bij de vrouwen die onderaan of in het midden van de groep zitten. Er is onderlinge verbinding, die nog versterkt wordt doordat het patroon van hun kleding hetzelfde is en dus door loopt. Het moment is misschien net als bij het werk van Kollwitz te benoemen als In this ungodly Hour (de titel) maar vrouwen houden elkaar in solidariteit vast, toen en nu.
In de volgende zaal hangen papieren werken met metershoge vrouwenfiguren, met felheid op papier gezet door Aline Thomassen. De emoties spatten van het werk af in zwarte, blauwe en rode tonen. Een vrouw die haar hart in de hand draagt, een vrouw uit wie een groene boom ontspringt, of die door bloed omgeven is en ogen heeft die fel je aanstaren. Krachtige vrouwen of beter vrouwen met hun oerkracht, die ondanks bloed, geweld, kleinering niet klein te krijgen zijn. Ze zeggen: dit is allemaal wat en wie jij bent of kunt zijn. Wij hebben dingen gemeen. Leef ernaar. De titel van de expositie van Thomassen is dan ook I am You- You are Me.
In andere zalen zijn schilderijen en werken van Tanja Ritterbex die de relatie tussen moeder en kind uitbeelden (Mutter Steht Kopf). En vooral ook het vele werk, de eindeloze was, de rommel, de chaos waarin een vrouw of een beter gezegd een ouder moet zien te overleven. Ze beeldt zichzelf uit als een niet zo stralende melkmachine die uitgeput in een stoel zit. Wie ben jij, wie ben ik als moeder, als ouder? Naast het eindeloze werk wordt in haar schilderijen ook de oneindige band tussen moeder en kind zichtbaar. Beiden zitten immers aan elastieken die bij een te grote verwijdering strak trekken, dat zie je eraan af.
Maar toch zoekt en werkt de kunstenares via haar schilderijen aan een identiteit: een eigen identiteit in verbondenheid. Misschien kan deze worsteling model staan voor de positie van mens zijn in deze wereld. Wie ben ik nog zonder verbondenheid, èn wat is eigenlijk een wereld met verbondenheid?
Zo word ik, word jij misschien ook, hier in Bonnefanten driemaal op een andere manier als toeschouwer geraakt en daardoor deelnemer aan het proces van kracht, solidariteit en verbondenheid in en tussen mensen, uitgedrukt in het werk van deze drie kunstenaressen. Een Bitches Brew, proef er maar van!
