Maar of je nou wilt of niet, je komt er natuurlijk ook te praten over de burka. Kandahar is immers de burka-hoofdstad van de wereld. De stad is ook de bakermat van de Taliban. Wat mij opviel is dat in Kandahar niemand een link legt tussen diepe vroomheid en het dragen van de de burka. Als je erover begint, gaan de mensen je glazig aankijken. Ze kunnen je even niet meer volgen. “Burka’s in Amsterdam?”, vragen ze. “Is het dan ook bij jullie oorlog?” De burka is in Kandahar iets wat je draagt voor je eigen veiligheid – niet vanwege je religie. En als ik in Kandahar zou wonen, zou ook ik, zeker weten, mijn vrouw en mijn dochter op het hart drukken om op straat zekerheidshalve een burka of althans een niqaab (alleen ogen zichtbaar; de ‘letter box’ van Boris Johnson) te dragen.

De Kandahari vertellen je dat het gevaar van alle kanten komt: de criminaliteit, de Taliban, de Amerikanen en de lokale tak van IS. Overal zie je roadblocks, politieposten, ‘technicals’ met wapens in de open achterbak. De chaos strekt zich ook uit tot de nabije regio, met als dieptepunt ons Uruzgan (waar de Nederlandse ‘inktvlek’-veiligheidsstrategie prehistorie is). Waar je in Kandahar sommige vrouwen ook in niqaab ziet lopen of soms zelfs in hijab (hele gelaat zichtbaar), is dat in Uruzgan vrijwel ondenkbaar. Maar zodra er een veilige omgeving is, gaan burka en niqaab af. Afghaanse vrouwen in Nederland dragen in overgrote meerderheid niet eens een hoofddoek. Dat viel me ook al op toen ik een aantal keer in Den Haag voor mijn visum in de drukke wachtzaal van de Afghaanse ambassade zat.

De burka is natuurlijk ook iets van de lokale, paternalistische Pashtun-cultuur. Maar dat is relatief. In de jaren zestig en zeventig liepen in Kandahar veel vrouwen zonder hoofddoek. “Al die burka’s zijn ook jullie schuld!”, zei een lokale politica me, terwijl haar vinger boos in mijn richting priemde. “De Russen, de Amerikanen, het Westen hebben onze vrijheid kapotgemaakt. Het waren de Amerikanen die zo nodig de mujahedeen moesten steunen!”. Ze scrollt op haar smartphone. “Hier – onze klassenfoto van 1967”. Ik tel twaalf jonge vrouwen. Elf zijn er ongesluierd.

klassenfoto

Achter de burka schuilt veel verdriet en stress. Trouwens ook veel fysiek ongemak. Zoals een arts me vertelde: “Ze vallen, ze struikelen, ze kukelen van de trap af, ze stappen pardoes in open riolen”.

Op mijn voorlaatste dag zat ik met een hoge ambtenaar te praten. Achter in de auto zat zijn vrouw – in niqaab. Onlangs waren ze op vakantie geweest. In India. Hij: “Ze was zó blij, zó ontzettend blij. Voor het eerst in haar leven was ze zonder hoofddoek op straat geweest”. Toen ik me naar haar omdraaide, zag ik dat haar ogen vol tranen stonden.

Natuurlijk moeten Nederlandse moslima’s het recht hebben om de burka te dragen. Ook in de tram. Het past binnen de vrijheid van geloof. De verzen in de koran die over zedige kleding voor de vrouw gaan, worden overigens door de islamitische gemeenschap de ‘hijab-verzen’ genoemd, niet de ‘burka-verzen’ of de ‘niqaab-verzen’. Maar daarmee is vanuit de islam de burka nog niet veroordeeld. In ieder geloof zie je dat er mensen zijn die hun vroomheid een paar tandjes extra opvoeren. Zo heb je in Santiago de Compostela pelgrims die op blote knieën, onder het bloed, de trappen van de kathedraal bestijgen. Van de katholieke kerk hoeft dat niet, maar het mág wel. In ons land zijn de burka-draagsters vaak bekeerlingen. En bekeerlingen hebben nu eenmaal de neiging om meteen voor de strengste variant te kiezen.

De Profeet Mohammed stelde herhaaldelijk dat het beter is om bij geloofsregels niet te overdrijven. Bij zijn korte bezoek aan de Hemel (de ‘miraj’) kreeg Mohammed van God te horen dat moslims vijftig keer per dag moeten bidden. Maar na intensieve onderhandelingen wist de Profeet dit aantal gereduceerd te krijgen naar vijf. We mogen aannemen dat hij vanuit die wens naar matiging evenmin een warm voorstander was van het gebruik van de niqaab of de burka door de brede geloofsgemeenschap (bij zijn eigen echtgenotes lag het weer iets anders). Zo wilde hij dat vrouwelijke pelgrimsgangers hun niqaab of burka afdeden zodra zij in een verhoogde staat van reinheid en godsvruchtigheid de mawaqit – de uitgestrekte, min of meer peervormige bedevaartszone rond Mekka – zouden betreden. Die regel is altijd blijven bestaan. In Amsterdam gaat de burka om vanwege extra vroomheid; in Mekka, bij de hajj, gebeurt om diezelfde reden precies het omgekeerde.

Maar wat nu dreigt is dat in politiek Amsterdam over de burka, mede door uitlatingen van de burgemeester, wel érg luchtig wordt gedaan. En, natuurlijk, de reden om dat te doen ligt voor de hand: iemand uit de tram sleuren vanwege een niqaab of burka zou een verschrikkelijk spektakel zijn. Maar het neveneffect is dat het kledingstuk tot een wat exotisch dingetje wordt teruggebracht. En, ach, Amsterdam is toch volop té gekke dingen? In de gemeenteraad noemde VVD-fractievoorzitter Erik van den Burg vorige maand moslima’s in burka “mevrouwen in een bepaalde outfit”. Nonchalanter kun je het, denk ik, niet brengen. Oef, de burka als ‘outfit’. Zoals ook een slobbertrui of een Borsalino hoed ‘outfit’ zijn. Ik vermoed dat de heer Van den Burg de afgelopen jaren weinig in Afghanistan is geweest. Als Amsterdam de burka gaat bagatelliseren, bagatelliseert het indirect ook de – nota bene mede door het Westen veroorzaakte – pijn en achterstelling van miljoenen Afghaanse vrouwen.

Verder lezen?

Dat kan natuurlijk. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Robbert van Lanschot

Robbert van Lanschot

Freelance journalist

Robbert van Lanschot is oud-diplomaat in Zuid-Soedan, Ethiopië en Oost-Congo (Goma). Momenteel werkt hij aan een boek over relieken van de …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.