Zittend bij een pasgeboren baby overvalt je soms iets dat groter is dan jijzelf. Is het de transcendente sfeer eromheen, de onschuld of een belofte? Is het de intense rust die na het drinken van het slapende gezichtje en lijfje straalt? Jij die als volwassene misschien door alle wereldproblemen langzaam nieuwsblind of -doof geworden bent, ervaart dat deze kleine mens nog alle mogelijkheden in zich draagt. Die hebben zich nog niet ontvouwd, maar zijn al aanwezig. Wat zal hij en kan zij brengen naar deze aarde in crisis?
Steeds weer is er dat wonderschone raadsel van geboorte, van geboortelijkheid zoals Hannah Arendt het noemde, die inbreekt op onze wanhoop of onze onverschilligheid, én zo een vergezicht schept voorbij aan onze nog beschikbare levensdagen. Het intense vertrouwen waarmee dit ogenschijnlijk hulpeloze wezen de borst zoekt en de gretigheid waarmee het de inhoud tot zich neemt, doet ons, eeuwige twijfelaars, blozen. Bij alle ‘ja, maar…’ of ‘kan dit wel?’ en andere aarzelingen, waar volwassenen vaak een patent op hebben, is dit volmondig toetasten verbazingwekkend. Wat zijn wij volwassenen onderweg verloren? En hoe kan een baby onze gids zijn, ook in tijden van crisis?
In het onlangs vertaalde werk van de filosofe Maria Zambrano (1904-1991), met de titel Over de kennis van de ziel, is een essay te vinden dat zij genoemd heeft Het leven in crisis. Dit essay is geschreven in de jaren dertig toen er in haar geboorteland Spanje ook een crisis was en zij uiteindelijk moest vluchten omdat ze aan de ‘verkeerde’ kant van de burgeroorlog stond. Toch, ruim 85 jaar, later lees je haar woorden als een reflectie op onze eigen actualiteit. Ze stelt zich de vraag wat er gebeurt als er ergens (in Spanje, in Europa of hier) een crisis is. ‘De crisis toont de essentie van het menselijk leven, de hulpeloosheid van de mens die alle houvast kwijt is. (…) En toch, te midden van zoveel ongeluk hebben wij die in crisis leven misschien het voorrecht om het menselijk leven, ons leven, duidelijker te zien, alsof het zich onthult zonder onze tussenkomst, als een openbaring in plaats van een ontdekking.’
In haar inleiding op dit boek schrijft intercultureel filosofe Renate Schepen over Zambrano: ‘Het leven in crisis heeft niet tot doel om ons moedeloos achter te laten, maar juist om ons hoopvol te stemmen. Een crisis biedt mogelijkheid tot transformatie. In crisissituaties kom je jezelf tegen. Nu kun je kiezen voor waarachtigheid.’
Maria Zambrano die het grootste deel van haar leven als banneling buiten Spanje leefde, op allerlei plaatsen, moest steeds opnieuw beginnen en maakte in haar leven en denken deze houding zichtbaar. Pas op het eind van haar leven keerde ze terug naar haar geboorteland Spanje en ontving ze waardering voor haar werk.
En nu terug naar die kleine baby. Een baby helpt ons reflecteren op onszelf en de tijd waarin wij leven. Eigenlijk staan wij als volwassen mens een beetje in onze naaktheid voor dit kleine wezen dat zijn en ook onze toekomst al in zich draagt. Zijn aanwezigheid confronteert ons met de vraag wat wij eigenlijk bereikt hebben tussen alle crises en moeilijkheden door. Wat is daarbij onze inzet en moreel kompas? Wat hebben wij hem en haar te bieden aan ervaring en liefde, ook in moeilijke tijden, of zijn we cynisch en hopeloos geworden? Misschien kunnen we iets leren van de gretigheid en vertrouwen waarmee dit kind het nieuwe en onverwachte omhelst. Met die wil tot leven, zo goed als mogelijk is, wat er ook gebeurt. Zo bezien is die pasgeboren baby misschien onze gids naar ander(s) leven, zonder cynisme, maar met nieuw verlangen om deze wereld echt te veranderen.
