Een paar keer per jaar reis ik naar een Afrikaans land om leiders te trainen in didactische vaardigheden, groepsdynamieken, gesprekstechnieken (want charismatisch spreken kun je leren en dus ook ontleren…altijd een leuke les) en organisatie strategieën ontwikkelen. Dit doe ik voor een non-profit organisatie die kerkleiders onderwijst in het leiden van een kerk. Dit onderwijs is vooral bedoeld voor hen die geen seminarium of theologische universiteit hebben kunnen bezoeken, vanwege afstand, financiën, taal of de instabiliteit in het land door conflict en oorlog.

Later dit jaar ga ik naar Kongo en Angola, en afgelopen week naar Kameroen. Ik was voor de derde keer in Yaoundé waar ik samen met een Kameroense die nu in Nederland woont, in 2021 de lessen introduceerde. Deze week was ik terug om vanuit de ruim honderd deelnemers, zestien trainers te trainen zodat zij het materiaal en de lessen verder verspreiden.

Ik heb er van het begin van mijn onderwijsreizen zo’n twintig jaar geleden, een punt van gemaakt om de afstand die er cultureel en historisch gezien is tussen een docent of leider, vooral wanneer deze wit is, en de groep of de organisatie zo klein mogelijk te maken. Vaak tegen diverse adviezen in die wijzen op hiërarchie, aanspreekvormen en ‘gezonde’ afstand. Ik leg me neer bij een aanspreekvorm, maar deze hoort dan bij mijn professie, dus geen missionary, evangelist, pastor, directeur of Donna, maar teacher of een variant hierop.

Verder ben ik gewoon Laura. Ik sta niet op een podium, ben meestal underdressed vergeleken met de deelnemers of mijn organisatoren, sjouw mijn eigen tas (het wordt tegenwoordig niet eens meer aangeboden) en eet met de pot mee. Ik vind dit belangrijk, terwijl in mijn lessen het duidelijk is dat ik vanwege mijn ervaring (de jaren gaan meetellen) en kennis wel degelijk iets te vertellen heb.

Na elke week van trainingen, waar dan ook, krijg ik responses als: jij bent zo lekker gewoon, of je bent echt een van ons en he je draagt een lokaal kledingstuk of jouw hart is Afrikaans.

Deze keer was ik ontroerd, want een deelnemer uit een gebied waar oorlog heerst, kwam emotioneel naar mij toe aan het eind en zei: “Je hebt me aangeraakt. Veel ‘witte’ mensen raken ons niet aan, houden afstand. Maar jij bent ‘simple’, eenvoudig en raakt ons aan.” Hij bedoelde dit in letterlijke zin.

Terwijl ik dit schrijf, denk ik aan mijn studenten, niet alleen in dit soort trainingen, maar ook in mijn school in Amsterdam, aan mensen met een migratieachtergrond, die verscheurd zijn door oorlog. Zij komen uit of leven in onveilige gebieden, met dagelijks geweld en hebben voor hun ogen familie, kerkleden en vrienden vermoord zien worden. Ze zijn voor het leven getekend.

Als docent heb ik geen therapeutische rol, maar naast iemand staan, luisteren en de persoon aanraken doet al zoveel. Meer dan ik in ieder geval vermoedde toen ik er ruim twintig jaar geleden een punt van maakte om mij niet als een goedwillende, westerse zendeling of ontwikkelingswerker te presenteren maar als ‘gewoon Laura’. En dus zit ik ook uren in die bomvolle bus naast mijn lokale collega naar een veraf oord of neem mijn plek in op die zak rijst in de open achterbak van een pick-up truck om door de bush te hobbelen.

Er is namelijk geen verschil tussen mij en mijn ‘broer’ of ‘zus’ in welk gebied dan ook. We vinden elkaar in het mens zijn. Zeker, ik ben een bevoorrecht mens die gespecialiseerd onderwijs kon volgen (ook heb moeten verwerven trouwens, ik heb geen zes of zeven vinkjes) en ik deel al struikelend vanuit dat voorrecht.

Maar het schudden van een hand, het geven van een schouderklopje of duwtje in de zij om aan te moedigen… ze helpen echt. Een hug bij het afscheid nemen… het werkt mee. Ongemerkt en toch heel bewust is dit een reactie op de schreeuw die klinkt: “Raak me aan, want dat betekent dat ik nog leef en er toe doe.”

Laura D

Laura Dijkhuizen

Laura Dijkhuizen onderzoekt genderrollen binnen de Nederlandse Evangelische Beweging. Zij werkt als Academic Dean bij the Foundation …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.