Getuigen spreken over systematisch seksueel geweld, hele gemeenschappen die worden getraumatiseerd, en vrouwen die vermoord worden nadat ze zijn misbruikt. Het lichaam van de vrouw is opnieuw tot slagveld gemaakt.
Maar dit geweld is niet uit de lucht komen vallen. Het groeit uit een geschiedenis die veel ouder is. Een geschiedenis van koloniale verdeeldheid en ongelijkheid. Tijdens de Britse en Egyptische overheersing werd Soedan bestuurd op basis van verdeel en heers: het noorden werd bevoordeeld, terwijl het westen en zuiden werden gemarginaliseerd. Lokale milities kregen wapens, grenzen werden willekeurig getrokken, en raciale hiërarchieën werden vastgelegd in beleid en bestuur. Wat toen werd gezaaid, wordt nu geoogst: geweld, onrecht en diepe ongelijkheid.
De RSF, voortgekomen uit de beruchte Janjaweed-milities, is inmiddels een paramilitaire macht met internationale tentakels. Ze krijgen niet alleen steun van lokale elites, maar ook van buitenlandse machten. Er zijn steeds meer bewijzen dat de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) de RSF voorzien van wapens, drones en logistieke steun, vaak via omwegen door Tsjaad en Libië.
Terwijl vrouwen in Darfur worden verkracht en vermoord, vliegen Emiraatse wapentransporten ongehinderd hun route. Dit is niet alleen een Soedanees drama, het is een internationaal schandaal.
Over Mona van den Berg aan haar werk
Als fotograaf, jurist en activist ontmoette Mona vrouwen die de gruwelijkste vormen van geweld hebben overleefd – verkrachting als oorlogswapen, het goedkoopste wapen dat de mens kent. Ondanks internationale resoluties blijven daders onbestraft en worden deze vrouwen uit de geschiedenis gewist. Momenteel werkt ze aan een fotoboek en onderzoek in samenwerking met de Mukwege foundation. Met dit fotoboek wil ze, samen met overlevenden, die stilte doorbreken. Het vertelt over hun kracht, strijd en moed – overlevenden, vredesactivisten, juristen en rechters komen aan het woord. Het project legt niet alleen de verhalen vast, maar onderzoekt ook waarom recht en herstel uitblijven. Mona’s werk steunen kan via deze webpagina.
Toch blijft de wereld stil. De VN-Veiligheidsraad is verlamd, westerse regeringen spreken schande maar nemen geen beslissingen, en Arabische staten schuiven hun verantwoordelijkheid af.
Zonder internationale druk blijft de RSF moorden, plunderen en vrouwen tot doelwit maken met totale straffeloosheid. Het voelt alsof Soedan uit het wereldgeweten is verdwenen.
Rol van Europa
Hoe dieper ik me in dit onderwerp graaf, hoe zwartgalliger het beeld wordt en hoe duidelijker de verantwoordelijkheid van Europa. Europa zit met beide handen in het systeem dat dit geweld mogelijk maakt.
Sinds 2015 heeft de Europese Unie haar grenzen steeds verder “uitbesteed”. Onder het zogeheten Khartoem-proces sloot de EU akkoorden met Soedan om migratie richting Europa te stoppen. Miljarden euro’s vloeiden naar “grensbeheer”, voertuigen, technologie en training. Maar de grenzen werden bewaakt door de Rapid Support Forces (RSF), de paramilitaire groep die dus voortkwam uit de beruchte Janjaweed-milities, verantwoordelijk voor massamoorden, verkrachtingen en etnische zuiveringen in Darfur.
Door dit beleid kreeg de RSF niet alleen geld en legitimiteit, maar ook controle over de migratieroutes én over delen van de goudeconomie. Vandaag beheerst diezelfde RSF de goudmijnen waar duizenden mensen onder levensgevaarlijke omstandigheden werken.
Het goud wordt via smokkelroutes naar de Verenigde Arabische Emiraten geëxporteerd — en van daaruit stroomt het de wereldmarkt op naar Zwitserland, naar Europese banken, naar de sieraden- en techindustrie. Zo wordt bloedgoud omgezet in winst.
In het geval van Soedan betekent dat de EU haar migratie- en veiligheidsbeleid zo heeft ingericht dat repressieve actoren (zoals de RSF) er voordeel van hadden. Bovendien heeft de EU te weinig controle gehouden over waar middelen terecht kwamen en economische relaties – zoals de handel in goud – gehandhaafd zonder de gevolgen voor lokale gemeenschappen serieus te reguleren.
Door het beleid en economische keuzes is de EU impliciet medeplichtig aan het systeem dat ongelijkheid en geweld laat voortbestaan. Er is duidelijk sprake van koloniaal-kapitalistisch geweld: de voortzetting van een oud model waarin Afrika grondstoffen levert, Europa beslist, en zwarte mensen met hun eigen lichamen de prijs betalen.
Het geweld in Soedan is dus niet alleen een humanitaire ramp, het is een spiegel. Het toont hoe Europa’s beleid van “stabiliteit” en “grensbescherming” een systeem van economische extractie en raciale controle in stand houdt.
De oorlog om goud
Wie het spoor van geweld in Soedan volgt, komt onvermijdelijk uit bij goud. Dat goud verbindt de frontlinies van Darfur met de luchtgekoelde kantoren van Dubai, de kluizen van Zwitserse banken en de etalages van Europese winkelstraten. De oorlog draait niet alleen om macht. Deze draait om grondstoffen en goud is het meest dodelijke van allemaal.
De belangrijkste mijngebieden liggen in Darfur, Zuid-Kordofan, de Nijlprovincie en de Blauwe Nijl. Daar gebruiken de RSF en aan de overheid gelieerde milities dwangarbeid, afpersing en seksueel geweld om gemeenschappen te breken en gebieden te ontvolken. Het goud verlaat Soedan via smokkelroutes naar Tsjaad, Libië en vooral de Verenigde Arabische Emiraten. In Dubai wordt het gemengd, gecertificeerd en opnieuw verpakt.
Het bloed blijft achter in Soedan. Het goud verschijnt “schoon” op de wereldmarkt. Vanuit Dubai stroomt het verder naar Zwitserse raffinaderijen en vandaar naar de wereldmarkt —waar het belandt in sieraden, beleggingsfondsen en de technologie die we dagelijks gebruiken.
Volgens VN-rapporten bieden de Emiraten de RSF niet alleen een afzetmarkt, maar ook wapens, brandstof en logistieke steun, vaak vermomd als humanitaire hulp. Het is geopolitiek verpakt als solidariteit.
Maar achter die handelsketen gaat een sociale breuklijn schuil. In en rond de mijnen is geweld de munt waarin alles wordt afgerekend. Wie toegang wil tot werk, water of bescherming, moet onderhandelen met gewapende groepen. Voor veel vrouwen betekent dat: seksueel geweld als de prijs voor toegang tot veiligheid, werk of water.
De goudwinning brengt geld, wapens en mannen samen op één plek. Een dodelijke combinatie die straffeloosheid voedt. Zo wordt de strijd om goud ook een strijd tegen vrouwen.
De glans van goud verbergt de werkelijkheid waar het vandaan komt. Achter elke gram schuilt een keten van dwangarbeid, ontheemding en seksueel geweld.
De RSF blijft vechten.
De Emiraten blijven kopen.
Europa blijft consumeren.
En vrouwen blijven de prijs betalen.
De genocide in Soedan toont hoe kolonialisme voortleeft in ongelijkheid, in geweld, en in de grondstoffen die onze wereld draaiende houden.
Na de val van El Fasher, de laatste regeringsstad in Noord-Darfur, heeft de RSF de volledige controle over de regio. Wat volgde, is geen strijd om macht, maar een operatie van uitroeiing: moord op burgers, etnisch geweld, massale verkrachtingen, en uithongering als strategie.
De VN bevestigt dat El Fasher zich in fase 5 – feitelijke hongersnood bevindt. Meer dan 21 miljoen Soedanezen leven in acute voedselonzekerheid; bijna 400.000 mensen verkeren in ‘catastrofale’ omstandigheden.
Tegelijk melden Amnesty International, Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen grootschalig seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes. Getuigenissen beschrijven aanvallen op vrouwen uit niet-Arabische bevolkingsgroepen, soms onder dreiging: “We will make you have Arab babies.”
Deze daden zijn niet willekeurig, maar onderdeel van een doordachte campagne van vernietiging. De RSF blokkeert voedsel en hulp, brandt dorpen plat en dwingt bevolkingsgroepen tot vlucht of uithongering, kenmerken die voldoen aan de juridische definitie van genocide.
De VN spreekt over escalatie, maar zonder ingrijpende resoluties. De EU veroordeelt het geweld, maar mijdt haar eigen rol. Door Europees beleid werd de RSF niet alleen rijker, maar ook gepolitiseerd als grensbewaker. Een rol die de groep internationale legitimiteit en middelen verschafte. Wat begon als “migratiebeheer” eindigde als medeplichtigheid aan een machtsstructuur die nu genocide pleegt.
De VN-Vredesmissie in Darfur (UNAMID) vertrok in 2020, na internationale druk om de missie “af te bouwen”. Die terugtrekking liet burgers onbeschermd achter in een regio die nog steeds in oorlog was. Sindsdien is er geen internationale bescherming meer.
Zonder gerichte sancties, bevriezing van tegoeden en politieke druk op buitenlandse financiers – waaronder de Verenigde Arabische Emiraten – verandert niets. Humanitaire hulp alleen redt geen bevolking die opzettelijk wordt afgesloten van voedsel.
De wereld heeft dit eerder gezien. In 2004 heette het in Darfur ook al een genocide. Twintig jaar later herhalen we hetzelfde scenario, met meer data, meer verklaringen, en even weinig daden. Darfur is een lopende genocide die ook door internationale keuzes mogelijk is gemaakt. Zolang de EU en de VN hun rol blijven reduceren tot toeschouwer, blijven zij deel van het probleem.
Voor € 5 per maand draag je bij aan onafhankelijk onderzoek en fotografie, en daarmee aan blijvende aandacht voor deze verhalen. Draag bij via deze link: https://monavandenberg.substack.com/subscribe.
