“Fijne carnaval!” Dat hoor ik haar zeggen tegen de medewerker van de Dienst Toeslagen. Waar de ene medewerker haar na de zitting een zakdoekje geeft, heeft de andere medewerker het gepresteerd om haar voor de zitting helemaal in de stress te laten schieten. Ik bewonder haar kracht om deze woorden na de zitting zo rustig uit te spreken.
Wat is het geval?
We zitten samen in de wachtruimte van de Raad van State te wachten op de zitting. Na een tijdje komen ook de beide medewerkers van de Dienst Toeslagen in een zitje naast ons in de wachtruimte zitten. Iets verderop. Dat wel. Maar toch op hoorbare afstand. Dus horen we de eerste medewerker tegen zijn collega zeggen: “Ik hoop dat de zitting snel voorbij is, dan kan ik carnaval vieren.”
Ik zie wat het met haar doet. Ze kijkt gefocust uit het raam naar het gebouw voor ons. Ze zit er nog wel, tegelijk is ze weg en de zitting moet nog beginnen.
Maar laat ik bij het begin beginnen. Want waarom zaten we daar?
Het is maart 2023. Gabrielle (*), een gedupeerde ouder van het Toeslagenschandaal, zit thuis. Ze heeft geen werk meer en leeft van een uitkering. Haar inkomsten zijn niet toereikend om van te leven, maar de angst om Huurtoeslag en Zorgtoeslag aan te vragen zit diep. Liever geen toeslagen. Haar familie smeekt haar om toch toeslagen aan te vragen. Dus maakt Gabrielle een afspraak met de belastingdienst met de vraag om haar te helpen haar toeslagen aan te vragen.
Op 12 april 2023 stapt Gabrielle met lood in haar schoenen en alle papieren rond haar inkomen over de drempel van het dichtstbijzijnde belastingkantoor. Eén op één zit ze met een medewerker in een kamer. De medewerker aan de ene kant van de tafel achter een laptop en Gabrielle aan de andere kant van de tafel. De medewerker vult een geschat inkomen in aan de hand van de papieren van Gabrielle.
Dit geschatte inkomen blijkt later onverklaarbaar laag te zijn ingevuld met een bedrag van € 27.000,-. Dat is bevreemdend. Want op het moment dat Gabrielle in april haar toeslagen aanvraagt, is bekend dat zij € 17.000,- aan inkomen heeft ontvangen en over de maanden maart tot en met december recht heeft op een uitkering. Uitgaande van het wettelijk minimum bruto inkomen van rond de € 2.000,- per maand zou een schatting van € 20.000,- over de maanden maart tot en met december redelijk zijn. Dan zou je moeten uitkomen op een totaal ingevuld geschat inkomen van € 37.000,-. Helaas voor Gabrielle is er € 10.000,- minder aan geschat inkomen ingevuld door de medewerker.
Op 5 januari 2024 ontvangt Gabrielle een brief van de Dienst Toeslagen. Het is de voorschotbeschikking over het jaar 2023. Er wordt € 2490,- aan Kindgebonden budget, Huurtoeslag en Zorgtoeslag teruggevorderd.
Gabrielle is verbijsterd. Helemaal, omdat zij in november 2023 nog een keer naar het belastingkantoor is gegaan om haar toeslagen te checken. Daar constateren twee medewerkers dat er in april een fout is gemaakt. Zij corrigeren het geschatte inkomen naar € 33.000,-. Aan de hand van dit nieuwe geschatte inkomen komt de eerder genoemde voorschotbeschikking tot stand.
Uiteraard begrijpt Gabrielle dat zij te veel toeslagen heeft ontvangen. Dat je te veel betaalde toeslagen terugbetaalt, is logisch. Maar hier schuurt toch iets. Dit voelt onrechtvaardig. Wat had ze nog meer moeten doen dan? Hoeveel inspannings-verplichting heeft een burger? Als het bedrag in april beter ingeschat was, zat zij nu niet met de gebakken peren.
Ik hoor het verhaal van Gabrielle op een lotgenotenavond. Daar ben ik aanwezig als geestelijk verzorger. We komen in gesprek en ik pols bij haar of ze haar verhaal al voorgelegd heeft bij het Juridisch Loket. Het Juridisch Loket verwijst haar echter door naar een advocaat. Gabrielle belt een advocaat, maar deze heeft geen tijd.
Dit is het moment dat er een samenwerking ontstaat tussen Gabrielle en mij. Ik voel de onrechtvaardigheid in haar verhaal. Tegelijk maak ik duidelijk dat zij geen recht heeft op het te veel betaalde bedrag en dat de kans dat zij met de huidige jurisprudentie in het gelijk wordt gesteld heel klein is. Zeg maar gewoon bijna nihil. Maar dat als de Raad van State dat in deze situatie zou uitspreken, dat wel grote vraagtekens zou zetten bij het leervermogen van de Raad van State. Dat we dan wel iets aan de kaak kunnen stellen voor het algemeen belang. Maar dat zij daar individueel met grote zekerheid niks aan zal hebben. Gabrielle begrijpt dat.
Ik beloof haar, dat als zij niet wint, ik een crowdfunding zal starten. Gabrielle belooft mij een etentje Sushi als we winnen. We hebben een deal en gaan samen op pad.
Welke drempels moeten we overwinnen?
Allereerst zijn er de mensen om Gabrielle heen die roepen dat het toch niet lukt, want van de Dienst Toeslagen kun je toch niet winnen. Het is ongelooflijk dat Gabrielle desondanks toch doorzet.
Daarnaast konden we dus geen rechtsbijstand vinden. Hoewel ik ook jurist ben, ben ik afgestudeerd en werkzaam geweest in het strafrecht. Het belastingrecht is mij onbekend. Gelukkig kunnen we terugvallen op mijn man met een juridische achtergrond van veertig jaar.
Ook zijn de griffiekosten een probleem. Vooral de hoge kosten bij de Raad van State. Het is voor Gabrielle de enige reden om te aarzelen om in hoger beroep te gaan.
Als ik hypothetisch vraag aan Gabrielle wat ze doet als geld geen belemmering is, klinken haar woorden stellig: “Dan ga ik door!” Ik ben heel blij dat het Spiritueel Innovatiefonds bereid was om de griffiekosten van de Raad van State te betalen.
Verder zijn de onleesbare brieven van de Dienst Toeslagen bijna een struikelblok. In 2025 valt de brief met de definitieve beschikking bij Gabrielle in de bus. De Dienst Toeslagen vordert nu een bedrag van € 765,- terug over 2023. Ik dacht bij het lezen van de brief werkelijk dat het bedrag in de Voorschotbeschikking verlaagd was. Gelukkig heeft Gabrielle ook iemand die ondersteuning biedt bij de boekhouding. Samen met hem belt zij de belastingdienst. Wat blijkt? De bedragen van de Voorschotbeschikking en de definitieve beschikking dienen bij elkaar opgeteld te worden. Volgens de Dienst Toeslagen is dat heel logisch. Ik denk alleen maar: “Waar staat dat dan in de definitieve beschikking?”
Tenslotte is de mentale last van in bezwaar, beroep en hoger beroep gaan zwaar. Ik zie en hoor wat deze procesgang met Gabrielle doet. Fysiek opeens meer ziek zijn. Mentaal weer flashbacks krijgen over het Toeslagenschandaal. Ik vraag me dan ook regelmatig af of dit ethisch verantwoord is. Hoe ver kun je gaan voor het algemeen belang als de kans op een honorering van het individuele belang zeer gering is? Hoewel ik dat regelmatig aan Gabrielle voorleg en ik haar duidelijk maak dat zij hierin de vrijheid heeft, blijf ik me afvragen of je mensen ook niet moet beschermen hierin. Dan maar geen algemeen belang. Waarom zou Gabrielle zich daarvoor moeten opofferen? Kan dit niet anders?
Toch lukt het ons. Op 25 maart 2026 lees ik de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2026:1753). Ik lees de uitspraak drie keer. Haal daarna mijn man er bij. Lees ik dit echt goed? Mijn juridische argumenten zijn weg gesabeld, maar 100 procent matiging van de terugvordering van de Voorschotbeschikking op grond van menselijke maat is gehonoreerd. Ik hoor Gabrielle huilen als ik haar bel.
Hoe lukte het toch?
Het korte antwoord is: Door samen te werken en ons te beroepen op het hele verhaal.
Samenwerken houdt voor mij in dat Gabrielle centraal staat. Haar motivatie en wil is leidend. Zo vroeg Gabrielle mij om te praten over grote bedrag en kleine bedrag als we het respectievelijk over de Voorschotbeschikking en de definitieve beschikking hadden. Die beschikkingen zeiden haar niet zoveel. Soms vergiste ik me. Maar op deze manier hielp Gabrielle mij om naast haar te kunnen staan.
Samenwerken is voor mij ook dat ik elke keer weer scherp kijk wat mijn rol in het geheel is. Ik leerde Gabrielle kennen in mijn rol als geestelijk verzorger. Deze rol transformeerde tweeledig. In eerste instantie deed Gabrielle veel zelf. Ik souffleerde bij een bezwaarschrift. Maar gaandeweg werd ik haar ghostwriter in beroep en hoger beroep en uiteindelijk haar gemachtigde met een pleidooi bij de Raad van State. Van geestelijk verzorger werd ik toch weer jurist.
Tegelijk merkte ik wat naast iemand staan met een ander kan doen. Na de hoorzitting over het kleine bedrag (de definitieve beschikking), zat ik beduusd samen met Gabrielle in de trein. Ik voelde me machteloos. Tijdens de hoorzitting was het alsof twee werelden langs elkaar heen gleden. Voor Gabrielle was mijn emotie op mijn gezicht helend. Zij zag op mijn gezicht wat zij zelf altijd voelt. Dat bij een ander te zien, hielp haar om in zichzelf te blijven geloven. Dat haar gevoel klopt. Zo werd ik als geestelijk verzorger veel meer gewoon mens.
Samenwerken houdt voor mij ook in om hulp te vragen als dat nodig is. Zo legde ik het verhaal van Gabrielle voor aan mijn studiegenoten van de opleiding Emoena. Zij droegen waardevolle inzichten en adviezen aan en gaven mij een steun in de rug. Het Spiritueel Innovatiefonds hielp om toch in hoger beroep te gaan, zoals eerder al vermeld. Stichting (Gelijk)Waardig Herstel stelde na afloop van de zitting bij de Raad van State een luisterplek beschikbaar. Een plek om bij te komen na de zitting. Daar hebben we dan ook van harte gebruik van gemaakt. Het hielp ons beide om weer te ontprikkelen.
Samenwerken is voor mij ook oog hebben voor spontane hulp. De hulp die je niet in de hand hebt, maar wel zomaar ontstaat. Zo was het fijn te merken dat tijdens de zitting bij de Raad van State de rechter vooral haar vragen richtte aan Gabrielle. Ik mocht het pleidooi houden, maar de rechter was geïnteresseerd in haar. Ook de brief van de rechtbank vooraf aan de zitting van 13 juli 2026 (kleine bedrag / definitieve beschikking) ervaar ik als spontane hulp. In deze brief verzoekt de rechtbank aan Dienst Toeslagen om binnen twee weken aan te geven hoe hij denkt over het beroep in het kader van het kleine bedrag (definitieve beschikking) in het licht van de uitspraak van de Raad van State over het grote bedrag (Voorschotbeschikking).
Het hele verhaal
Het belang van een beroep op het hele verhaal realiseerde ik me door een skills-sessie van de Number 5 Foundation. In deze skills-sessie vertelde Kees Klomp wat nodig is om een systeem te veranderen. Kees Klomp stelt dat systemen alleen kunnen veranderen door veranderingen op de existentiële verhaallaag. In het eerste college Nederlands Recht aan de Universiteit Maastricht in 1997 leerde ik dat recht er is om orde te creëren en kwetsbare mensen te beschermen. Door de verhalen van gedupeerde ouders en hun kinderen ben ik me er bewust van geworden dat het tweede deel van de definitie van recht verloren is gegaan. Door de woorden van Kees Klomp realiseerde ik me dat we geen nieuw verhaal hoeven te bedenken, maar ons verhaal dienen te herstellen. Natuurlijk is recht er om orde te scheppen. Natuurlijk moeten we ons aan de wet houden. Maar dat is het halve verhaal. Naast scheppen van orde dienen we ook mensen te beschermen in het recht. Mensen beschermen begint met naast mensen gaan staan. Dat is in wezen de presentiebenadering. Een benadering die uitgewerkt wordt door Andries Baart in een module van de online MOOC opleiding van de Ubuntu Society, die ik nu volg.
Waar Gabrielle en ik in het hoger beroep nog een beroep deden op de menselijke maat, maakte ik in mijn pleidooi het hoger beroep nog concreter door expliciet in te gaan op de vier lagen binnen de presentiebenadering en te verwijzen naar het juridische begrip billijkheid. Het rechtsbegrip is immers redelijkheid en billijkheid. Alleen redelijkheid is slechts het halve verhaal. In de uitspraak van de Raad van State over het grote bedrag (Voorschotbeschikking) worden de presentiebenadering en de billijkheid uit mijn pleidooi niet genoemd. De Raad van State noemt alleen de menselijke maat.
De term menselijke maat leidt onder juristen tot zorg. Het is helemaal geen juridisch begrip. Wat moeten we met zo’n term? Leidt de menselijke maat niet alleen maar tot willekeur? Dat de menselijke maat alleen maar tot willekeur zou leiden, vind ik een typische juristengedachte. Het is typerend voor de neiging van juristen om alles dicht te willen timmeren, om niet los te kunnen laten en bang te zijn om de controle te verliezen. Zo is het leven niet. Het leven zit vol ongemak. Het is de kunst om in dat ongemak te kunnen verkeren.
Aan alle juristen zou ik willen zeggen: “Ga in gesprek met geestelijk verzorgers. Zij zijn geschoold in leven in het ongemak. Dat is namelijk een levenskunst.” Daarnaast zou ik willen meegeven om nog eens na te denken over de term menselijke maat. Dat is inderdaad geen juridische term. Als je daar moeite mee hebt, diep dan het juridische begrip billijkheid beter uit. Ik zie hier een schone taak voor universiteiten en rechters.
Ga aan de slag. Ga samenwerken
In haar boek ‘Uit de knoop, verhalen van een veranderende overheid’ haalt Caroline Wiedenhof de metafoor van de rode vuurmier aan uit een lezing van Marjan Slob. Wanneer er een watercrisis is en de mieren dreigen te verdrinken, haken zij de pootjes ineen om te kunnen overleven. In de menselijke crisis van Nederland kunnen we niet anders dan de pootjes ineen haken om te overleven.
Het verhaal van Gabrielle laat zien dat samenwerken cruciaal is. Op 18 juni 2026 kreeg ik een brief van Dienst Toeslagen. In de bijlage was een brief bijgevoegd voor Gabrielle. In persoonlijke, heldere en begrijpelijke taal legt de Dienst Toeslagen uit waarom hij de terugvordering in de definitieve beschikking (het kleine bedrag) heeft teruggebracht tot nihil. Dat betekent dat Gabrielle ook het kleine bedrag niet hoeft terug te betalen.
Dienst Toeslagen laat in deze brief zien dat de overheid kan veranderen.
Gabrielle heeft met haar rechtvaardigheidsgevoel de wereld op z’n kop gezet. Voor haarzelf en hopelijk ook voor anderen.
“Fijne carnaval”, wenste Gabrielle de medewerker na de zitting bij de Raad van State. Misschien moet dat gewoon een standaard wens zijn richting alle procesmedewerkers na een zitting. Als een herinnering. Dat we het hele verhaal dienen te zien en dienen samen te werken. Dat het gaat om redelijkheid én billijkheid. Dat we dat omwille van alle slachtoffers en al het leed in het Toeslagenschandaal nooit mogen vergeten.
Als een extra zetje voor de medewerker, een steuntje in de rug, om het gewoon te durven. Niet alleen met carnaval, maar ook gewoon in je werk.
Fijne carnaval!
(*) Deze naam is om privacyredenen niet de echte naam van de gedupeerde ouder in dit verhaal.
