Volgens Radio Vaticana was de paus “in gesprek met zichzelf”, waarbij hij een protesterende vraagsteller speelde: “Maar Heilige Vader? Zelfs atheïsten?” “Zelfs zij”, antwoordde de paus. ”Iedereen” – een woord dat ongeveer 20 keer in dit informele preekje naar voren kwam. “De Heer heeft ieder van ons, ja iedereen, met het bloed van Christus verlost: iedereen, niet alleen de katholieken. Iedereen!” Aan de andere kant betrad hij hiermee een terrein met controverses, want het kan maar een klein stapje lijken om te zeggen dat het katholiek-zijn er hierbij niet toe doet. Het ging natuurlijk niet om dat stapje, maar de kern van de zaak is dat het een onderwerp betreft, dat zijn voorganger, paus Benedictus XVI helemaal in beslag nam.

Benedictus heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat één van de grootste gevaren voor de kerk is gelegen in de interreligieuze dialoog, waarbinnen het gemakkelijk is om erop te duiden dat ook andere religies op een of andere manier ‘waar’ kunnen zijn en in staat om redding te brengen. Die weg zou leiden tot relativisme – het idee dat alle godsdiensten een gelijke waarde zouden hebben – en syncretisme, het idee dat alle godsdiensten in wezen hetzelfde zouden zeggen. Als paus en als hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer, heeft Benedictus die theologen aan banden gelegd die volgens hem te ver waren gegaan in dit relativisme en syncretisme, zoals Jacques Dupuis SJ, Tissa Balasuriya, Anthony de Mello, Roger Haight, Jon Sobrino en Peter Phan.

In de generatie vóór hen, had Karl Rahner de gedachte bevorderd dat rechtschapen niet-katholieken, anders- en niet-gelovigen zouden kunnen worden beschouwd als “anonieme christenen”. Christenen, die het nog niet wisten dat ze ‘het’ waren. Op grond van die veronderstelling zou de doctrine “geen heil buiten de kerk” nog steeds kunnen gelden. Deze ‘geredde’ niet-katholieken maakten volgens deze gedachte ‘impliciet’ deel uit van de kerk, zelfs als ze er niet toe wilden behoren. Maar Rahners idee werd sterk bekritiseerd. Het Vaticaan probeerde zijn positie te verduidelijken aan de hand van het document Dominus Iesus, dat in 2000 werd ondertekend door kardinaal Ratzinger, paus Benedictus Emeritus. Het document stelde dat mensen buiten het christendom “in een situatie van ernstig tekort verkeren in vergelijking met degenen die binnen de kerk over de volheid van de middelen voor zaligheid beschikken”, en dat niet-katholieke christelijke gemeenschappen (lees ‘protestanten’, GtB) de status van kerk moest worden onthouden omdat ze “defecten” hebben.

Deze misprijzende toon was in tegenspraak met de veel warmer taal die het Tweede Vaticaans Concilie in 1965 in haar verklaring Nostra Ætate had omhelsd. Daar werd gezegd dat de katholieke kerk “niets dat wat waar en heilig is in deze religies verwerpt”, en er werd aan toegevoegd: “Met oprechte eerbied beschouwt zij die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht.”

Alle mensen, iedereen… Dat lijkt toch veel dichter bij de houding die paus Franciscus nu inneemt, dan die van Benedictus. Hetzelfde geloof, maar een heel andere toon.

Uit het Engelse katholieke weekblad The Tablet, 1 juni 2013: http://www.thetablet.co.uk/article/164241 Vertaling: Gied ten Berge.

Gied ten Berge

Gied ten Berge

Socioloog / Theoloog

Gied ten Berge is socioloog, katholiek theoloog en auteur/redacteur van verschillende publicaties over de religieuze verhoudingen en …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.