Die nuance is essentieel. In een recent interview zei Kathleen Ferrier, dochter van Suriname ’s eerste president, dat er thuis nooit over onafhankelijkheid werd gesproken, maar over zelfstandigheid. Onafhankelijkheid suggereert isolatie, jezelf losmaken; zelfstandigheid is geworteld zijn in je eigen verhaal, je eigen waarde, én tegelijkertijd erkennen dat je deel bent van een groter geheel. Dat geldt voor landen, voor mensen en, zoals Monikondee laat zien, ook voor gemeenschappen die eeuwenlang buiten het kapitalistische wereldverhaal leefden.

De Marrons zijn afstammelingen van tot slaaf gemaakten die zichzelf bevrijdden en het regenwoud in trokken. Samen met de Inheemse volken ontwikkelden zij een cultuur gebaseerd op doorgegeven kennis, wederkerigheid en zorg voor de omgeving. Het Surinaamse binnenland was een ruimte waar het Westen, met zijn haast en winsthonger, niet zomaar kon binnenkomen. De Marroncultuur is wel het best bewaarde stukje Afrika buiten Afrika genoemd, maar die typering doet maar half recht: Marroncultuur is geen museumstuk, maar een levend systeem van verhalen, rituelen, relaties en verantwoordelijkheden.

Wat deze film laat zien, is hoe kwetsbaar die zelfstandigheid is geworden. Waar vroeger een ruileconomie volstond, dringt nu geld binnen als noodzaak, als iets wat mensen moeten hebben om te kunnen blijven bestaan. De titel van de film is weinig verhullend: Monikondee betekent Geldland. Geld verschijnt in de film niet als middel, maar als logica. Als een nieuwe zwaartekracht die alles naar zich toetrekt.

Gids in de film is bootsman Boogie, iemand die letterlijk en figuurlijk tussen oevers beweegt. Hij vervoert medicijnen, bouwmateriaal, verhalen, nieuws en zorg. Zijn boot is een levensader. Maar wanneer hij wordt opgeroepen om het proces van zijn neef bij te wonen, moet hij zijn gebruikelijke routes verlaten en terugkeren naar het symbolische hart van zijn gemeenschap. Die reis tegen de stroom in is zowel geografisch als spiritueel. Het brengt hem naar plaatsen waar goden wonen, waar de rivieren spreken, waar voorouders niet herinnerd maar aangesproken worden. De film toont dit zonder exotisme. Geen folkloristische mise-en-scène, geen antropologische afstand. De camera blijft stil en geduldig, alsof zij zelf te gast is.

Het bijzondere is dat Boogie de film niet alleen vertelt. Zijn verhaal wordt, zoals in de Marron-traditie mato, voortdurend aangevuld, onderbroken en uitgebreid door anderen. Liederen, herinneringen, grapjes, beschuldigingen, stiltes — alles mag meeklinken. De film is daarmee geen portret, maar een polyfonie. Een gemeenschap die zichzelf vertelt.

Dat maakt Monikondee tot een film die geen ‘inzicht’ wil geven, maar nabijheid. Je moet deze wereld niet willen verklaren, maar laten bestaan.

Het tragische aan de 50 jaar Surinaamse staatkundige onafhankelijkheid is dat het de zelfstandigheid van het binnenland tegelijk ondergroef. Door goudwinning worden wateren gifroze. Door klimaatverandering spoelen de velden weg. Door geld ontstaan afhankelijkheden waar vroeger wederkerigheid was. De film toont dit niet met aanklacht, maar met bedroefd respect. Het is geen film die zegt: “Kijk wat wij hebben kapotgemaakt.” Maar eerder: “Zie wat hier nog is — en hoe broos het is.”

De makers vragen de kijker niet om oordeel of oplossing, maar om aandacht. Aandacht voor het gegeven dat sommige werelden geen publiek nodig hebben, maar rust. Dat zelfstandigheid het recht is om je eigen ritme te bewaren. Kijktip: blijf zitten tot na de aftiteling, want daarna is er nog meer te zien.

Monikondee (Nederland/Suriname, 2025). Regie: Lonnie van Brummelen, Siebren de Haan, Tolin Alexander in samenwerking met Marron- en Inheemse gemeenschappen. Speelduur: 103 minuten. Te zien op IDFA en in de filmtheaters vanaf 20 november.

Bron: www.youtube.com
Rolf Deen – kopie

Rolf Deen

Rolf Deen (1957) studeerde theologie aan de KTUA in Amsterdam. Hij had daarna een loopbaan in het hoger onderwijs, de r.k.-kerk, de media …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.