Vijfenzestig jaar later betoogt een voormalig secretaris-generaal van de NAVO in Buitenhof dat er geen taboe meer mag rusten op investeren in de wapenindustrie. Eugen Drewermann, van wie wij dit jaar Alleen door vrede uitgaven, stelt daarbij de vraag die ik sindsdien niet meer kwijtraak: kan een christendemocraat dat werkelijk menen?
Want wie profiteert eigenlijk? Drewermann is onbarmhartig helder:
“In de strijd om de macht met steeds verschrikkelijker wapens is er toch een winnaar, die aan en in iedere oorlog gegarandeerd wint – de wapenindustrie. Nooit zijn zaken winstgevender dan in de hoofdgebieden van de menselijke angst voor de dood in het geval van ziekte en oorlog.”
Het hoofdstuk waarin hij dat uitwerkt draagt een titel die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: Over macht en geld of: zakendoen met oorlog. “Zolang je veel meer aan oorlog verdient dan in vredestijd mogelijk lijkt,” schrijft hij, “zijn wapenproductie en wapenhandel bloeiende zaken, waar een ware moneymaker niet graag van af wil zien.”
De cijfers geven hem gelijk. Sinds 1989 — het jaar waarin de Koude Oorlog eindigde en wij een vredesdividend werd beloofd — zijn de bewapeningsuitgaven wereldwijd met tachtig procent gestegen. De winst van de internationale wapenhandel is inmiddels vergelijkbaar met het inkomen van de helft van de wereldbevolking. En achter dat alles ziet Drewermann niet een of andere samenzwering, maar iets veel alledaagsers: “de strategie van geldvermeerdering in de handen van ondernemers en banken als de belangrijkste motor van steeds nieuwe oorlogen.”
Toch is dit niet waar mijn grootste zorg zit. Geld is zichtbaar en telbaar. Wat mij werkelijk verontrust is iets subtielers, dat ik de militarisering van het bewustzijn zou willen noemen.
Wij waren eeuwenlang gewend één vraag te stellen: is deze oorlog gerechtvaardigd? Het is een nette vraag. Ze weegt aanleiding, proportionaliteit, laatste redmiddel. En ze bevat een stilzwijgende belofte: dat je er als mens doorheen kunt komen zonder er zelf door veranderd te worden.
Die belofte is vals. De vraag die eronder ligt luidt anders: wat doet het met mensen om zich permanent voor te bereiden op doden?
Drewermann schrijft dat niet de oorlog alleen, maar de militaire training die eraan voorafgaat mensen hun identiteit en persoonlijke verantwoordelijkheid ontneemt. Oorlog maakt mensen tot onmensen die op commando onmenselijke daden verrichten. Let op dat woord: training. Wie geoefend wordt in doden moet eerst leren zijn eigen weerzin te wantrouwen. Dat is geen bijwerking van de opleiding — dat ís de opleiding. En het gebeurt in vredestijd, bij jonge mensen die misschien nooit een schot zullen lossen.
Het gaat allang niet meer alleen om soldaten. Wanneer een hele samenleving zich mentaal instelt op oorlog — in begrotingen, in dienstplichtdebatten, in woorden die we normaal zijn gaan vinden — ondergaat ook het burgerlijk bewustzijn een lichte versie van diezelfde training. Wij leren weliswaar niet te doden. Maar wij leren wel dat doden een categorie is waarin gewoon gerekend wordt.
Ik ken de tegenwerping en neem haar serieus: een samenleving die zich niet verdedigt, levert zich uit aan wie daar geen moeite mee heeft. Drewermann wijst op Gandhi en laat zien dat geweldloos verzet geen zaak van zwakkelingen is maar van grote kracht — en dat de prijs ervan je eigen leven kan zijn. Dat is een zwaar antwoord. Wie het geeft moet weten wat hij zegt.
Maar mijn zorg is niet dat wij die afweging verkeerd maken. Mijn zorg is dat de afweging verdwijnt. Het debat gaat nog over hoeveel, hoe snel, welke systemen. Niet meer over óf.
Een generaal die president werd, durfde die vraag te stellen.
N.a.v. Eugen Drewermann. Alleen door vrede. Vredeseducatie aan de hand van de Bergrede. Paperback. Uitgeverij Van Warven. € 24,95. Lees meer.

Geweldloos verzet is in het algemeen 2x zo effectief als gewapend verzet en kost aanzienlijk minder slachtoffers blijkt uit de degelijke historische studie van politicoloog Erica Chenoweth die ze publiceerden in haar boek dat in het Nederlands vertaald is als ‘Vredelievend verzet’, 2023 (oorpr. ‘Why Civil Resistance Works’ 2012