“Heeft uw land ook een hemel?” vroeg een Soedanese winkelier mij in de wijk Girref bij de hoofdstad Khartoem in 1979. Ik noem hem voor het gemak: Ahmed. Ik vermoed dat hij nooit ver genoeg zijn wijk uit is geweest om te weten dat het uitspansel niet ophoudt bij de grens van een wijk, dorp, stad, land of continent. Als jonge vluchteling uit Eritrea toog ik op een ochtend naar zijn winkel om brood en ‘fūl’ (typisch Soedanees ontbijt, hoofdzakelijk bestaand uit bruine bonen) te kopen.
Om mijn Arabisch te oefenen, praatte ik regelmatig met hem. Als een donderslag bij heldere hemel stelde hij voornoemde vraag. Mijn antwoord weet ik niet meer, maar zijn vraag laat mij, ook na bijna een halve eeuw, niet los. Heeft de hemel ook een grens?
Om Khartoem te bereiken stak ik ‘illegaal’ interne, regionale en internationale grenzen over om aan de gevolgen van grenzen te ontsnappen: in mijn geval koloniale grenzen uit de negentiende eeuw (vastgesteld door Italië, Groot-Brittannië, Frankrijk en Ethiopië) en daarvoor (door het Ottomaanse Rijk en Egypte) die nog steeds het leven van de bevolking bepalen. Ik ben onvrijwillig geboren in de hoofdstad Asmara, toen Eritrea nog onderdeel was van Ethiopië. Eritrese nationalisten vochten voor de onafhankelijkheid van hun land toen mijn ouders mij verwekten. Ik ben geboren en getogen in de oorlog. De Ethiopische elite registreerde mij als Ethiopiër; mijn bestaan werd volledig afhankelijk van de gunsten van deze elite. Je mocht je niet vrij bewegen zonder een begrenzende identiteitskaart van de machthebbers die op dat moment het territorium controleerden. Tijdens de oorlog verrezen ineens ‘mobiele grenzen’ binnen een stad, een dorp of zelfs een wijk, met zwaarbewapende soldaten. Als je niet kon bewijzen dat je binnen ‘hun grens’ behoorde, kon dat je dood betekenen.
Twee vrienden van mij, Aklilu Dessale en Mebrahtom Abraha ‘Rekik’ (de onzichtbare), vertrokken op een dag vanuit onze wijk Idaga-Arbi (Vrijdag Markt) naar Shimangus, een dorp 27 kilometer ten noordwesten van Asmara. Die stad was hermetisch omsingeld door zwaarbewapende soldaten. Na een jaar zoeken werden hun lichamen gevonden in Mai-Hutsa, een meer vlak bij een controlepost van een Ethiopische eenheid. Zij werden ervan verdacht Eritrese opstandelingen te zijn en werden beiden, gezicht aan gezicht, aan een boom vastgebonden en in het meer gegooid, dat al vol lag met andere slachtoffers. Toen wij als tieners dit bericht hoorden, raakten wij helemaal verlamd en onze grenzeloze, onschuldige wereld stortte in. We kregen geen ruimte het verlies te verwerken. Sommigenvan ons vertrokken naar het Eritresebevrijdingsfront om Aklilu, Mebrahtom enanderen te wreken.
Een nieuw vocabulaire van grenzen
Anderen die nog te jong waren om wapens te dragen en te vechten, vertrokken naar alle hoeken van de wereld; diverse grenzen trotserend en een nieuw ‘vocabulaire vangrenzen’ lerend: ‘illegaal’, ‘asielzoeker’, ‘ongedocumenteerd’, ‘veilige lander’, ‘A- of B-statushouder’, ‘MOB’er: Met Onbekende Bestemming vertrokken’, ‘migrant’, ‘nareiziger’, ‘gastarbeider’, ‘vreemdeling’, ‘nieuwkomer’ en ‘allochtoon’. Deze termen vormen vaak ondoordringbare grenzen tussen inheemsen en vreemdelingen binnen één geografische grens, binnen één dorp en zelfs binnen één gezin. Zelfs op Europese vliegvelden bepalen de begrensde paspoorten aan welke kant van de grens je mag ‘Non EU Passport Holders’ en ‘UK & EU Passport Holders’. In mijn geval moest ik eerst de angst in mijn hoofd overwinnen voordat ik als tiener, nakomertje, mijn geboorteplaats en mijn ouders kon verlaten. Stel dat mijn leven bij de grens zou eindigen, zoals het leven van Mebrahtom enAklilu?
Samen met twee vrienden van mijn oudste broer en vergezeld door mijn moeder vertrok ik richting Keren, een historische stad in het noorden van Eritrea die toen onder controle stond van het Eritrean People’s Liberation Front (EPLF), de huidige machthebbers van het onafhankelijke Eritrea. Het was 1978/79. De Ethiopiërs kregen veel materiële en militaire steun van de Sovjet-Unie. Bij het verlaten van het door Ethiopië beheerde territorium moest ik de Ethiopische soldaten uitleggen waarom ik de grens van Asmara wilde passeren. Hetzelfde bij het binnengaan van het territorium onder controle één de twee Eritrese bevrijdingsfronten. Eritrea was in die tijd onderverdeeld in drie regio’s: de Ethiopische bezettingsmacht, ELF (Eritrean Liberation Front) en EPLF (Eritrean People’s Liberation Front). De grenzen werden gedemarkeerd en in stand gehouden door geïmporteerde wapens, munitie en straaljagers met soms ingehuurde piloten.
Naar analogie van de filosofie van Emmanuel Levinas concludeer ik dat de grens het product is van angst, de vrucht van het afwenden van ons gezicht van het Gelaat van de vreemde. Ons afwenden van het Gelaat van de Ander betekent ook onze eigen dood. Wij bestaan in het Gelaat van de Ander, de vreemde die bij het eerste oogcontact een appèl op ons doet: “laat mij leven, dood mij niet, bouw geen grenzen in asielwetten, in woorden, in wegkijken, in negeren of muren.’’ De morele verschijning van de Ander (l’Autre doet altijd een beroep op mij, op u, om geen grenzen te bouwen die mij, u, helpen om weg te kijken, de ander te negeren.
Illegaliteit, mensensmokkelaars, onderduiken, paspoortvervalsen zijn altijd de redding geweest van de vervolgden zoals Jozef, Maria en Jezus, de andere Joden, de homoseksuelen, de communisten, de verzetsstrijders, de Roma, de Sinti, de ontsnapte slaven, om maar een aantal groepen te noemen die tot ‘Untermenschen’, illegalen, waren verklaard om vervolgens vervolgd te worden door de machthebbers, de ‘Übermenschen’ die elke keer weer grenzen bouwen om de Ander buiten te houden.
Als de grens het product is van angst, dan kan de liefde tot de Ander, de vreemde, deze angst verdrijven en de grenzen doen vallen, zoals de muren van Jericho. Mijn ouders zeiden altijd tegen ons: “Als iemand, een vreemde, de Ander, aan jouw deur klopt, verwelkom deze persoon, want zo hebben onze voorouders engelen verwelkomd.” Later begreep ik dat dit wijze advies op onder meer Genesis 18: 1-5 slaat, waarin Abraham drie vreemden gastvrij onthaalde die later een verschijning van God bleken te zijn. Over ‘Joods-Christelijke’ wortels gesproken. Mensen die zich op deze traditie beroepen, mogen geen grenzen, muren bouwen, niet in Israël, niet in Europa, niet in Afrika, nergens op deze planeet.
Deze opinie van Habtom Yohannes is afkomstig uit Loving Geopolitics Magazine, nummer 8, winter 2025/2026. Dit is een volledig digitaal tijdschrift dat door enthousiaste schrijvers wordt gemaakt en twee keer per jaar verschijnt. Mensen kunnen zich gratis abonneren op Loving Geopolitics Magazine.
