Kern van Bosma’s verweer is telkens weer dat hij stelt dat één en ander niet als zodanig in zijn boek staat. Een voorbeeld. Bosma schrijft in de Volkskrant van 30 september als antwoord op een eerder stuk van mij over zijn Schijn-élite: “Hij schrijft zelfs dat ik er (in zijn boek) ‘stukken uit de Bijbel’ citeer. Klopt ook al niet.” Bosma begint evenwel zijn Schijn-élite met een citaat uit het Oude Testament (het gaat om Jesaja 5, vers 20) en het vers haalt hij nogmaals aan op pagina’s 219 en 325. Hij citeert dus wél uit de Bijbel.

NRC-columnist Jensma krijgt in een stuk van Bosma in NRC van 10 december het verwijt dat laatstgenoemde het “nergens in zijn boek heeft over ‘de’ moslims”. “Ik begrijp de hunkering naar een vijand die spreekt over ‘de’ moslims”, maar dat is dus niet zo, aldus Bosma. Laten we deze bewering eens nader onderzoeken. Ik citeer uit de Schijn-élite: “Misschien dat individuele moslims zich hier en daar aanpassen, de islam kan dat niet” (p. 304). “Het grote geluk van het Westen bestaat eruit dat lang niet alle moslims bekend zijn met de finesses van de islamitische ideologie (p. 173).” “Dit (het aaneenrijgen van moslimenclaves in stedelijke gebieden) binnen de grotere driehoek Malmö, Marseille, Manchester, waar de islam zich het sterkst zal laten gelden. De grenzen van die enclaves zullen niet vreedzaam zijn” (p. 149). Mag ik uit deze citaten concluderen dat Bosma de islam als ideologie verwerpelijk vindt? Me dunkt van wel. Mag ik concluderen dat Bosma vindt dat de meeste moslims zich niet aanpassen? Me dunkt van wel. Mag ik concluderen dat Bosma vreest dat als alle moslims bekend zijn met de finesses van de islamitische ideologie, het einde zoek is? Me dunkt van wel. Mag ik concluderen dat moslims geweld zullen gebruiken als ze eenmaal de macht in handen hebben? Me dunkt wederom van wel. Mag ik, alles beschouwend, vaststellen dat Bosma de islam en daarmee de moslims als een vijand beschouwt? Nee, dat mag niet, want dat zegt Bosma namelijk nergens in zijn boek.

Ik geef u nog een voorbeeld. Voor een partij die een hekel heeft aan de vergelijking met het nazisme en Adolf Hitler noemt hij beide opvallend vaak in zijn Schijn-élite. Hij betitelt in zijn boek Hitler als socialist en dat is natuurlijk tegen het zere been van links. Niemand kan zich iets voorstellen bij de PvdA van de joodse Job Cohen als erfgenaam van het nationaal-socialisme. Hoe komt Bosma tot deze overweging? Hij citeert uit Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme, het laatste magnifieke werk van socioloog Jacques van Doorn. Bosma (p. 247-249) leest Van Doorn zo als zouden socialisme en nationaal-socialisme twee handen op een buik zijn geweest. Maar zo is het niet. De titel van Van Doorns boek geeft weer wat hij beoogt te zeggen. Er was een strijd tussen de sociaal-democratie, die in Duitsland faalde, en het nationaal-socialisme, dat in Duitsland triomfeerde. De ene stroming verloor, de andere won. Je kunt daarom onmogelijk zeggen dat het nog langer verwante stromingen zijn en al helemaal niet dat het naoorlogse socialisme een voortzetting is van het nationaal-socialisme. Voortbordurend op de vermeend uiterst discutabele rol van links dendert Bosma dan door. Ik citeer: “…waarom treedt links (in onze tijd) wéér op als wegbereider van een totalitaire ideologie?” (p. 12). En nog één: “Niet een samenzwering doet ons de das om, maar links ‘idealisme’. Hun goede bedoelingen voeren ons regelrecht richting het kalifaat. Hun ‘antifascisme’ brengt ons een totalitaire ideologie, en op weg daarnaartoe de ondergang van de verzorgingsstaat, democratie en sociale stabiliteit (p. 320).” Links voert ons land weer naar een dictatuur, deze keer geen nationaal-socialistische, maar een islamitische, zo concludeer ik uit deze citaten, en daarmee lijkt mij toch dat links een volksvijand is. Immers, als je ervoor zorgt dat “de verzorgingsstaat, democratie en sociale stabiliteit” eraan gaan, dan ben je zeker geen volksvriend. Weer mis, zegt Bosma in NRC van 10 december: “Ik definieer links nergens als ‘volksvijand’”.

elite-bosma

Bosma gaat in zijn boek in op de volstrekt verwerpelijke figuur van de moefti van Jeruzalem Haj Amien al Hoesseini, die gedurende een aantal oorlogsjaren Hitlers gast in Berlijn was (p. 251-253). Schaamteloos sprak de moefti zijn bewondering uit voor de genocidepolitiek van de nazi’s. Bosma citeert over de moefti uit het werk van Emerson Vermaat, Heinrich Himmler en de cultus van de dood en het klopt. De moefti was een verschrikkelijke Jodenhater met bloed aan zijn handen. Diezelfde Vermaat schrijft evenwel ook in zijn boek: “Zeker niet alle moslims waren op de hand van de nazi’s” (p. 137). Hij verwijst naar de Marokkaanse vorst Mohammed V die het nadrukkelijk voor zijn joodse onderdanen opnam tegen Vichy-Frankrijk. En de Tunesische leider Ahmed Pasha Bey en diens neef en opvolger Moncef Bey. “Beiden deden alles wat in hun vermogen was om de Joden tegen ‘Vichy’ en later tegen de Duitsers zelf te beschermen” (p. 137). En het mooiste voorbeeld is wel dat er in de ondergrondse ruimten van de grote moskee in Parijs van de Algerijnse religieuze leider Si Kaddour Benghabrit tijdens de Duitse bezetting vervolgde Joden en verzetsstrijders onderdak vonden. De moskee verstrekte certificaten aan tenminste honderd Joden als waren zij moslims. Beiden zijn immers besneden (p. 137). Bosma noemt deze voorbeelden niet.

Bosma maakt verder melding van de waardering die Hitler voor de islam had. Hij geeft het volgende citaat van de Führer uit (de Engelse vertaling van) de memoires van Albert Speer: “Het is ons ongeluk dat we het verkeerde geloof hebben. (…) De mohammedaanse godsdienst zou ons veel beter passen dan het christendom. Waarom moest het zo nodig het christendom zijn met zijn zachtmoedigheid en meegaandheid?” (p. 251). Ik heb het citaat eens opgezocht in de oorspronkelijke memoires van Speer. Het staat in zijn Erinnerungen op pagina 110: “Wir haben eben überhaupt das Unglück, eine falsche Religion zu besitzen. Warum haben wir nicht wie die der Japaner, die das Opfer für das Vaterland als das Höchste ansieht? Auch die mohammedanische Religion wäre für uns viel geeigneter als ausgerechnet das Christentum mit seiner schlappen Duldsamkeit.” Hitler noemt in zijn uitspraak niet alleen de “mohammedaanse godsdienst” als aantrekkelijk alternatief. Ook de religie van de Japanners leek hem wel wat en hij noemde deze ook nog eens als eerste. Op de plek waar Hitler het over de religie van de Japanners heeft laat Bosma puntjes staan. Keurig volgens de wetenschappelijke regels, die stipuleren dat als een gedeelte van een citaat niet van belang is, je het weg mag laten middels die puntjes. Dan weet de lezer dat daar nog iets anders stond. Maar mij lijkt het in dit geval weggelaten gedeelte van groot belang! Hitler vond het christendom slap, en wekt de indruk om het even welke godsdienst, als deze maar ‘harder’ was, zoals de religie van de Japanners of de islam te prefereren. Dat werpt wel een ander licht op Hitlers vermeende islamvoorkeur.

Als ik Bosma’s pagina’s over de relatie tussen het nazisme en de islam beschouw, de voorbeelden van de moefti en de uitspraak van Hitler, concludeer ik dat hij wil stellen dat nazisme en islam een onzalig verbond vormden en dat daarom de islam, totalitair als hij al is (zie boven), des te verwerpelijker is. Doe ik evenwel huiswerk en raadpleeg ik Bosma’s eigen bronnen, dan wordt het beeld op zijn minst een stuk genuanceerder. Bosma is een meester in het weglaten van cruciale informatie. Ik zou zeggen: “een wetenschappelijke doodzonde”.

Ik denk dat het hoog tijd is dat er aan de mierenneukdiscussie met Bosma een einde komt. Een echte inhoudelijke discussie over de inhoud van zijn boek is nu meer dan op zijn plaats. Argumenten voor, argumenten tegen. De fase van vliegen afvangen is ruim en breed voorbij. Bosma is lid van een partij die zich in het centrum van de macht bevindt. Het volk, zowel de elite als Henk en Ingrid, heeft meer dan ooit recht op dit debat.

Jan Jaap de Ruiter, arabist Universiteit van Tilburg, www.janjaapderuiter.eu, is de auteur van de internetserie ‘De ideologie van de PVV‘, dat in februari 2012 ook in boekvorm verschijnt. In ‘NRC Handelsblad’ van 17 december staat een ingekorte versie van deze tekst.

Jan Jaap de Ruiter

Jan Jaap de Ruiter

Arabist

Jan Jaap de Ruiter (1959) is arabist en de Arabische taal is zijn grote -professionele- liefde. Het Arabisch staat is een van de twee …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.