Bakers filmde bij een aantal compleet verschillende organisaties, van hogeschool tot verzekeraar tot groothandel, en het opmerkelijke is dat je aan geen van die gesprekken kunt afleiden om wat voor bedrijf het gaat. Alleen bij de politie in Heerlen verraadt het uniform de context. Voor de rest is de taal overal identiek geworden: “Fijn dat we even kunnen zitten met zijn tweeën.” “Hoe zie je het zelf?” “Kun je aangeven waar jouw groeipotentieel zit?” Het zijn zinnen die zich voordoen als uitnodiging maar in werkelijkheid een biechtformulier zijn — net zo gestandaardiseerd als de vragenlijsten waarmee de biechteling ooit werd voorbereid op zijn gewetensonderzoek. Ook hier wordt eerst geleerd hoe je moet spreken, voordat je iets te vertellen krijgt.
Bakers vindt daar een treffend beeld bij: liften, kabels, het zware mechanische geluid van de liften die zichzelf voortdurend op- en aftakelen, transparante kantoortuinen met cubicles om “alleen” in te werken en kamers speciaal voor niet meer dan dertig minuten overleg. Het doet onvermijdelijk denken aan Chaplins ‘Modern Times’ (1936), maar met een omkering die de film zijn actualiteit geeft. Waar de arbeider bij Chaplin vermalen wordt door tandraderen die hij niet zelf in beweging zet, vermaalt de hedendaagse medewerker zichzelf, gedreven door zelfontwikkeling, werkdruk en de dreiging van ontslag. De dwang is niet meer zichtbaar buiten je. Ze zit in je koptelefoon, in je beoordelingsformulier, in het woord “groei” zelf.
Wat ‘De Manager’ zo onthullend maakt, is hoe sterk de trainingen die de managers zelf krijgen — met termen als “gevend leiderschap” en “een veilige cirkel creëren” — in schril contrast staan met wat er vervolgens in de gesprekken gebeurt. Managers kijken naar hun scherm kijken in plaats van naar de medewerker tegenover hen, beginnen in verhullende taal over een aflopend tijdelijk contract. Het cynische sluitstuk komt van een trainer die stelt dat een gelukkige medewerker 37 procent meer verkoopt — geluk als omzetcijfer, niet als doel op zich. Een telefonerende CEO vraagt zich hardop af of het bedrijf niet “te sociaal” wordt. Alle softe taal ten spijt: “We moeten toch een poging doen om die begroting te halen.”
Zo consequent is de film in het blootleggen van dat patroon, dat je bijna medelijden krijgt met de manager, die immers net zo verplicht is dit format op te voeren als de medewerker die het moet ondergaan — precies zoals de biechtvader zelf ook gevangen zat in een ritueel dat hij niet had uitgevonden, maar wel in stand moest houden.
En net als bij de biecht dient zich alweer een opvolger aan. Het traditionele jaarlijkse functioneringsgesprek staat onder druk; veel organisaties stappen over op continue feedback, korte voortgangsgesprekken, digitale coaching en medewerkerportals. Waar de gelovige na de biecht overstapte naar permanente zelfreflectie bij de therapeut en met zelfhulpboeken, stapt de werknemer over van het jaarlijkse vinkjeslijstje naar evaluatie zonder eindpunt. De vraag die ‘De Manager’ oproept, is niet of het ritueel verdwijnt. Het is of we ooit nog van de banaliteit van dit gekakel bevrijd worden.
De Manager (2026) – Regie: Maartje Bakers | Genre: documentaire | Speelduur: 111 minuten.
