Amerikaans president Donald Trump heeft aangekondigd dat de Verenigde Staten Venezuela zullen “besturen” totdat er een nieuwe regering is geïnstalleerd. Dit zei hij kort na de Amerikaanse militaire interventie in de hoofdstad Caracas, afgelopen weekend.
Daarbij nam een Amerikaanse troepenmacht de Venezolaanse president Nicolás Maduro en zijn vrouw in het holst van de nacht in hechtenis waarna ze naar de VS werden overgebracht om er terecht te staan voor wat Trump omschrijft als “narco-terrorisme”.
De actie werd maandenlang voorbereid en de opbouw van Amerikaanse militaire troepen in de regio was al enige tijd gaande. In een reactie op de gebeurtenis noemde het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken de acties “een daad van gewapende agressie tegen Venezuela”. Verder klonk het: “Dit is zeer verontrustend en verwerpelijk. De voorwendsels die worden gebruikt om dergelijke acties te rechtvaardigen zijn ongegrond.”
Maar wat zegt het internationaal recht hier precies over? Artikel 2(4), van het Handvest van de Verenigde Naties luidt: “Alle leden onthouden zich in hun internationale betrekkingen van het gebruik van geweld of de dreiging daarmee tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een staat, of op elke andere wijze die onverenigbaar blijkt met de doelstellingen van de Verenigde Naties.”
Dat Rusland de interventie van de VS in Venezuela bestempelt als een daad van verwerpelijke, “gewapende agressie”, bevestigt in ieder geval dat het land zelf gelooft in het bestaan van internationaal recht. Op dezelfde manier beroept Rusland zich op het internationaal recht wanneer het ten onrechte beweert dat de eigen acties in Oekraïne gerechtvaardigd zijn op grond van “uitzonderingen” op het verbod op gewapende agressie – of dat het slechts om “operaties” op zijn eigen grondgebied gaat, en dus om andere juridische redenen rechtmatig zijn volgens het internationaal recht.
Gestolen verkiezingen
Commentatoren hebben de Amerikaanse aanvallen in Venezuela al snel omschreven als een inbreuk op artikel 2(4) van het VN-Handvest. De acties van de VS zouden enkel en alleen rechtmatig zijn mochten ze worden gesteund door een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, indien de VS uit zelfverdediging zou handelden, of – en dit wordt vaak over het hoofd gezien – als de wettige regering van Venezuela zou hebben ingestemd met de interventie.
Er was geen toestemming van de VN-Veiligheidsraad voor de VS om in Venezuela in te grijpen, noch was de VS het slachtoffer van een aanhoudende of dreigende daad van agressie door Venezuela. Een bewering dat de wettige Venezolaanse regering toestemming heeft gegeven, zou meer geloofwaardigheid kunnen hebben, omdat er aanwijzingen zijn dat de presidentsverkiezingen van 2024 zijn gestolen van Maduro’s tegenstander, Edmundo González.
Maar omdat de identiteit van de wettige regering wordt betwist (sommige landen hebben de overwinning van Maduro bij de verkiezingen van 2024 erkend) en de oppositie geen enkel deel van het Venezolaanse grondgebied controleert, kunnen de VS alleen ingrijpen op basis van toestemming door middel van een resolutie van de Veiligheidsraad.
Als je de acties van de VS in Venezuela dus definieert als een daad van “geweld” zoals omschreven in artikel 2 (4) van het VN-Handvest, dan zijn de VS inderdaad over de schreef gegaan, aangezien geen van de rechtvaardigingen van toepassing is.
De regering-Trump lijkt te beweren dat de aanvallen op Venezuela in de eerste plaats geen “gebruik van geweld” waren, maar eerder een “operatie voor wetshandhaving”. In een persconferentie na de aanvallen beschreef de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, de Venezolaanse president als “een voortvluchtige van het Amerikaanse gerecht”. Aangezien het Amerikaanse Congres niet op de hoogte was gebracht vóór de aanvallen op Venezuela, komt deze formulering over als een poging om de noodzaak van toestemming van het Congres voor het gebruik van geweld onder de Amerikaanse binnenlandse wetgeving te verdoezelen.
Wat zijn de gevolgen indien de interventie geen “gebruik van geweld” was – zoals gedefinieerd in het VN-Handvest – maar slechts wetshandhaving? Om dat te beoordelen, moeten we rekening houden met de omvang, het doel, de locatie en de bredere context van de hele operatie. In de media is gemeld dat er sinds december 15.000 Amerikaanse soldaten in de regio werden verzameld en dat er onlangs een Amerikaans vliegdekschip in de buurt van Venezuela is gestationeerd.
De interventie in Venezuela kwam van de hoogste Amerikaanse autoriteit (de president), was gericht tegen het waarnemend staatshoofd van Venezuela en vond plaats tegen de achtergrond van onvriendschappelijke betrekkingen tussen beide staten. In deze context is het moeilijk voor te stellen dat dit iets anders kan zijn dan een “gebruik van geweld” in de volle betekenis van artikel 2(4) van het VN-Handvest. Naar mijn mening is er dus geen sprake van louter wetshandhaving.
Het internationaal recht is niet dood
Weinigen zullen rouwig zijn om de afzetting van Maduro, die door velen als een autocraat wordt omschreven. Misschien wordt de democratie in Venezuela zelfs hersteld. Toch is de Amerikaanse interventie in Venezuela even brutaal en onwettig als de militaire aanval op Iran in juni vorig jaar. Als zodanig is de operatie een uitdaging voor het internationaal recht.
Maar het internationaal recht is niet “dood”, enkel omdat de machtigsten der aarde er niet langer respectvol mee omgaan. Overtredingen van de wet zijn normaal in elk rechtssysteem. Ze liggen zelfs in de lijn van de verwachtingen, anders zou de regel niet nodig zijn. Het internationaal recht is een creatie van alle staten, niet enkel van een paar machtige landen. Dit maakt dat reacties van de internationale gemeenschap op overtredingen bijzonder belangrijk zijn.
Dus, om de op regelgeving gebaseerde internationale orde te behouden, moeten alle staten overtredingen van de wet aan de kaak stellen wanneer ze zich voordoen, ook in dit geval.
Sarah Heathcote is hoogleraar Internationaal recht aan de Australian National University. Deze opinie is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

“Naar mijn mening is er dus geen sprake van louter wetshandhaving.”
Ik zou daar aan willen toevoegen dat Amerikaanse wetten niet geldig zijn buiten Amerika. Op basis van die wetten iemand oppakken buiten Amerikaans grondgebied of territoriaal water, is dus illegaal.
Daar komt bij dat staatshoofden — en staten beslissen zelf wie dat zijn — volgens de Geneva conventie immuniteit genieten. Die mag je dus nooit oppakken, tenzij er een verordening van het ICC is uitgegaan.
Dat Amerika in de praktijk andere landen medewerking aan haar wetten door de strot kan rammen, of wurgende sancties kan opleggen buiten de VN om, wil niet zeggen dat het mag.
Wat onze leiders zeggen, is dus beschamend. Ja: Maduro is een crimineel. Maar volgens het Westfaalse model, onderschreven door het VN handvest, is Venezuela een soeverein land dat zelf volgens de daartoe verantwoordelijke instantie Maduro als leider heeft aangewezen. Daar hebben wij ons niet mee te bemoeien. Nu werken onze leiders mee aan een kruistocht én staan ze expliciet schendingen van het internationaal recht toe.