Joods perspectief (Lody van de Kamp)

Ook na meerdere afleveringen heeft het format waarvoor gekozen is niet echt specifiek te maken met ‘de islam’ of met ‘moslims’. Omdat 8 moslims er voor kiezen om zich een dag of tien af te zonderen gaat het vooral over hen als mensen, weliswaar in dit geval met iets gemeenschappelijk, namelijk hun geloof. Maar de diversiteit over het omgaan met dat gemeenschappelijke voert de boventoon. In dat opzicht hadden het ook 8 Katholieken, Joden, Friezen of garnalenvissers kunnen zijn.

Voor onze medeburgers die niet zoveel contact hebben met de islamitische medelander bleek de serie toch van grote waarde. De onderlinge verschillen die ter sprake kwamen op religieus, cultureel, etnisch, seksueel of op elk ander gebied logenstrafte voor eens en altijd dat wij kunnen spreken over dé moslim of dé islam. Medemensen in diversiteit, optima forma.

In de vijf afleveringen kwamen zoveel onderwerpen ter sprake tussen onze 8 vrienden dat deze niet te vatten waren binnen vijf uitzendingen van een half uur. Tijdens het beleven van de afleveringen, het woord ‘kijken’ deed het programma wat mij betreft zeker tekort, overviel mij elke keer wanneer werd overgaan naar een ander thema het gevoel ‘Stop! We zijn nog niet klaar met dit gesprek’.

Onze vrienden spaarden elkaar niet. Regelmatig werd het spannend, zouden zij elkaar accepteren? De Afghaanse barman wilde het gezelschap meenemen naar de bierbrouwerij. Een religieuze gedachtewisseling over de diversiteit in seksualiteit riep behoorlijke emoties op.

Ben je eigenlijk wel een moslim als je twijfelt aan de plicht of weerstand hebt tegen het dagelijks gebed is een vraag die zeker niet als gemakkelijk werd ervaren. Bij deze gebeurtenissen werden de diepe verschillen van de tijdelijke samenwoners sterk zichtbaar. Het ging om intense ‘zielenroerselen’.

Aangrijpend waren dan weer de momenten waarop daarna een hand werd uitgestoken, of een arm om een schouder werd gelegd, of een innige knuffel volgde. Verschillen zijn intens, maar in dit huis, voor tien dagen zijn wij er voor elkaar, was de onderlinge boodschap.

Over ieder van de acht is zoveel te vertellen. Toch wil ik zonder een van de anderen ook maar te kort te doen een paar momenten naar voren halen.

Wanneer het over de religieuze kant van de moslim gaat toonde Mohamed Hassan Abdulahi ontegenzeggelijk zijn leiderschap. De hele groep luisterde. Ook waar zijn woorden mogelijk de ander wat pijn deden, lukte het hem om zijn visie uit te spreken en zijn verhaal te vertellen. Leiderschap met respect voor hen die zijn geloofsleven niet konden delen. Voor de luisteraar een stimulerend voorbeeld.

De niet als moslima geboren Joanne Boerma vertelde wat zij als proseliet doormaakte met haar christelijke ouders. Twee werelden die elkaar nog steeds niet raken. Zij slaagde er niet in haar emoties de baas te blijven, begrijpelijkerwijs. Maar dan was daar Döne Fil, die zo anders met haar geloofsleven omgaat, maar toch met een paar woorden zich over het verdriet van Joanne kon ontfermen.

Lody van de Kamp2
Lody van de Kamp

De groep raakte ook verdeeld. Fitria Jelyta, met haar Indonesische achtergrond, koos er voor om samen met Hassan Abdulahi de uren door te brengen op een bankje aan de Maasoever in plaats van met de anderen mee te gaan naar de herdenking bij het Nationale Indië-Monument 1945-1962. Deze herdenking konden de twee voor zichzelf onmogelijk meemaken. Het gesprek aan het water over hun perceptie en hun beleving van de geschiedenis in de naoorlogse jaren liet daar geen onduidelijkheden over bestaan.

Door hun afwezigheid bij de herdenking misten zij wel een sublieme gedachtewisseling bij het monument tussen enkele oud-KNIL soldaten en onze vrienden. Hoe moeten wij omgaan met de gebeurtenissen in Indonesië en Nieuw Guinea? Wat betekent het voor deze oude oud-militairen dat zij nu soms voor hun kiezen krijgen beschuldigd te worden van ‘het plegen van oorlogsmisdaden’. Zij waren destijds jonge dienstplichtig soldaten die in hun kraag werden gepakt om naar Nederlands-Indië te worden gestuurd.

Gelukkig was de kijker thuis in staat om beide verhalen te horen. Zowel het verhaal tussen Fitria en Hassan Abdulahi aan de Maas als het verhaal van Cemi Jilmaz, Hazjir Adil en Arbi El Aryachi bij het monument voor de 6229 gesneuvelde Nederlandse militairen maar waar geen gewag wordt gemaakt van de meer dan honderdduizend gesneuvelde Indonesiërs.

De dagen gaan verder. Fitria constateert voor zichzelf dat haar samenwonen op deze dagen niet iets te maken heeft met het feit dat iedereen een moslim is. Het hadden ook anderen kunnen zijn. Langzamerhand komen de onderlinge verschillen niet alleen naar boven, ze gaan ook domineren. Het gaat er tijdens het gesprek ineens over of de een voor de ander nog wel moslim mag zijn.

Aan het project gaf deze stellingname wel diepte, maar het toonde ook de onderlinge zwakte tegenover elkaar. Het Jodendom leert mij een plicht van het ‘onderling terechtwijzen’. Ook binnen onze Joodse gemeenschap wordt daar ‘royaal’ gebruik van gemaakt. Inderdaad, net als in Moslims zoals wij, vaak te royaal. Terechtwijzen is één ding. Daarbij de ander proberen de weg te wijzen hoort daar echter wel bij. Maar nooit mag daar ook een ‘beoordeling’ of een ‘veroordeling’ aan verbonden worden. Terechtwijzing mag alleen een middel zijn om te verbinden. Nooit om te verwijderen. En dat gebeurde gaande de discussies in dit gezamenlijke verhaal.

En zo, na een aantal dagen samen te hebben gewoond staan onze 8 moslimvrienden gewoon weer midden in de samenleving om hen heen. Met alle overeenkomsten en alle verschillen.

Mijn conclusie is dat wij in ons land 8 burgers hebben, allen moslims, die ons op een indringende manier in deze donkere decemberdagen een spiegel voorhielden. Een spiegel waar wij veel van kunnen leren.

Humanistisch perspectief (Bart Mijland)

Ben je wel of geen moslim? Wie of wat bepaalt dat? Ik kan me de pijn van Hazjir wel voorstellen. Het is bijzonder onprettig als iemand anders jou zo sterk probeert te definiëren zoals Fitria aanvankelijk deed. Als iemand mij bestrijdt en zegt dat ik geen atheïst maar een agnost ben, dan raakt me dat ook. Die neiging om de ander zo sterk te definiëren in wie of wat die persoon is, volgens mij komt het voort uit een diepe vorm van onzekerheid. Dat zie je ook aan Fitria. Haar geloof wordt uitgedaagd door mensen die zich anders gedragen en andere opvattingen hebben, maar zich hetzelfde noemen. Die uitdaging doet ongetwijfeld pijn. Want als datgene wat je kent rekkelijk blijkt, wat betekent dat dan voor je persoonlijke opvattingen over het geloof?

Je religie is in vele opzichten iets wat je constant moet bestendigen. Tegen alle redelijkheid in plaats je je vertrouwen in en houdt je je vast aan een aantal ideeën en leefregels die je niet altijd persoonlijk doorleefd hebt. Om je dan te verhouden tot mede-gelovigen die toch anders zijn is ook niet eenvoudig. Net zoals mensen vaak termen als ‘beestachtig’ of ‘onmenselijk’ gebruiken voor geweldplegers of moordenaars. Het is moeilijk te accepteren dat dit ook mensen zoals jij zijn, want ze gedragen zich niet zo jij vindt dat een mens zich kan gedragen.

Bart Mijland

Het is niet vreemd dat Mohamed en Fitria zo naar elkaar toe trekken. Zij lijken het meest rechtlijnig en gelijkgestemd in hun geloof. Ze bevestigen elkaar, terwijl anderen hen uitdagen. Zij zullen door Döne en Hazjir ongelooflijk veel geleerd hebben over wat het betekent om als moslim ook mens te zijn. En andersom. Als atheïstisch humanist heb ik niet een god als ultieme scheidsrechter om me toe te verhouden, maar wel heel veel verschillende mensen en andere levensvormen en onze planeet. Vanuit een diep besef van mijn eigen beperkte kennis en ervaring kan ik niet anders dan een bescheiden beschouwing op het leven hanteren. Al mijn conclusies over het bestaan zijn voorlopig, waarvan sommige steviger onderbouwd zijn en langduriger meegedragen worden dan andere. Ook dat betekent een mate van onzekerheid.

In Moslims Zoals Wij zag ik diezelfde onzekerheid terug, met alle pijn, (voor)oordelen en wrijvingen die daarbij komen kijken. Paradoxaal genoeg haal ik juist uit de ontmoeting met de radicale ander niet alleen onzekerheid, maar ook veel vertrouwen/houvast of in het Engels faith. Hoe meer tijd we nemen om het leven persoonlijk en open te beschouwen, hoe meer we kunnen glimlachen naar elkaar en denken: tja, we weten het allemaal niet zeker, dus we kunnen maar beter zachtmoedig voor elkaar zijn, elkaars pad waarderen en samen verder leren. Wat mij betreft zonder ultieme scheidsrechters, maar zeker en vast met humor.

Mooie mensen, die Fitria, Döne, Arbi, Selma, Hazjir, Cemil, Joanne en Mohamed. Dat het ze goed mag gaan!

Christelijk perspectief (Arjan Broers)

In de week voor Kerstmis hield het programma Moslims zoals wij mij een spiegel voor. Een paar observaties over vrees voor ‘de ander’, onbegrijpelijke ongelovigen en mijn bewondering voor salafist Mohamed.

‘In Nederland wonen bijna een miljoen moslims.’ Die zin in het intro van het NTR-programma Moslims zoals wij bleef elke aflevering even hangen. Echt? Zijn het er zo veel? Dat was mijn spontane reactie, waar ik ook schaamte bij voel. Hier is mijn angst voor ‘de ander’ aan het werk, vrees ik.

In de week waarin het programma werd uitgezonden kwam ook het SCP-rapport Christenen in Nederland uit. Een bevestiging dat ik als gelovig christen steeds meer tot een minderheid in ons land behoor. Precies dezelfde minderheid als de bewoners van het huis.

Eigenlijk zijn ongelovigen mij vreemder dan deze moslims. Ook voor mij als vrijzinnig katholiek is het volstrekt logisch om mijn weg in het leven te zoeken vanuit het vertrouwen dat het leven bezield is, dat er iets goeds aan het werk is waaraan ik mee kan doen, dat ik in dit leven iets te leren heb en kan groeien als mens. Ik moet de grootste moeite doen om me te verplaatsen in het denken van ongelovige mensen, die hun eigen bestaan niet in verband brengen met het grotere geheel of met wijsheid die via tradities aan ons zijn meegegeven.

De moslims die ik leerde kennen in deze vijf programma’s zijn me meer verwant dan mijn steeds talrijker wordende ongelovige medeburgers. En ik vind het jammer dat ik zo weinig moslims onder mijn vrienden heb. In de jaren waarin ik opgroeide werd deze zelfbewuste generatie pas net geboren. En in de bubbels waarin ik nu leef kom ik ze te weinig tegen. Een verlangen om iets mee te doen, komend jaar.

Arjan-Broers1
Arjan Broers

Geloof kan levensgevaarlijk zijn als mensen slechts een systeem volgen en weigeren naar binnen te kijken. Die neiging was niet te zien bij de bewoners van het huis van Moslims zoals wij. Integendeel: het leek alsof ze allemaal al enigszins geoefend waren in introspectie. Ze waren bereid om hun gevoelens en reacties te bekijken en bespreken.

Ik kreeg ook de indruk dat de aanwezigheid van de bijna blinde salafist Mohamed daar een versnelling in aanbracht. Hij maakte grote indruk op me. Mohamed is een prediker die zijn eigen ervaringen en kwetsbaarheid inbrengt. Dat helpt anderen om zich bewust te worden van hun eigen ervaringen en opvattingen. Hij laat ook ruimte voor verschil. En bovendien gaf hij de Hollandste aller reacties toen er echt een ruzie ontstond: ‘Iemand nog koffie?’

De van oorsprong Afghaanse Hadzjir raakte me ook, doordat hij zo het drama van de inburgering van vooral jonge mannen zo pijnlijk in beeld bracht. Er was een scene waarin de groep werd gevraagd om mee te helpen bij het rooien van aardappelen in een biologisch-dynamisch bedrijf. En Hadzjir, de man die niet aan het gebed meedoet en niet de moskee in wilde omdat hij nog zoekend is, weigerde letterlijk om zijn handen in de aarde te steken. In plaats daarvan maakte hij etterige opmerkingen. Hij provoceerde, en toen hij erop werd aangesproken, stuurde hij op zijn uitsluiting aan. ‘Dus jij vindt mij geen echte moslim?’

Hadzjir staat model voor alle jonge mensen, vooral mannen, en vooral jongemannen met een migratieachtergrond, die hun plaats in onze samenleving zoeken. Ze eisen het recht op om zoekend te zijn en zich zelfs irritant te gedragen, vanuit het diepe verlangen er toch bij te horen. Ga er maar aan staan.

De pijn van uitsluiting is opvallend groot in onze samenleving, niet alleen in dit moslimhuis, waar heel wat tranen vloeiden. Maar niet alleen moslims hebben last van die pijn, maar ook zwarten, bruinen, boeren, homo’s en oudere witte mannen – om maar wat groepen te noemen. In de laatste, wat rommelige aflevering van Moslims zoals wij kwamen de oordelen over homoseksualiteit weer aan de orde.

Ik ben wel eens bang dat we met z’n allen zo gevoelig aan het worden zijn voor wat voor vorm van uitsluiting dan ook, dat alle contacten tussen mensen uit verschillende bubbels beladen worden. Wat me echter goed deed aan het programma Moslims zoals wij is dat ik ook de polderspirit aan het werk zag: het plezier van persoonlijk contact en de wil om samen verder te komen, al komen we er nooit uit.

Lees meer over de schrijvers

Lees ook deel 1 van de recensie

Groepsfoto_Moslims_Zoals_Wij_©Lilian_van_Rooij

Hoe kijken een humanist, een jood en een christen naar ‘Moslims Zoals Wij’

Een levensbeschouwelijke recensie op de nieuwe NTR- serie 'Moslims zoals wij'

Kijk via deze link de uitzendingen terug.

Wilt u verder lezen?

Dat kan. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze missie als u ons werk belangrijk vindt en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Enis-DNW (2)

Enis Odaci

Zakelijk leider en Programmaleider Communicatie

Als Zakelijker leider en als Programmaleider Communicatie liggen zijn hoofdtaken op het gebied van het doorontwikkelen van de organisatie …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.