“Het is van het grootste belang om te weten of we niet de dupe zijn van de moraal.” Zo begon Emmanuel Lévinas zijn studie Totalité et Infini uit 1961. Hij vraagt daarmee: is het wel in ons belang om moreel te willen leven? Die sceptische vraag wordt vaak gesteld aan de pacifist, omdat diens morele positie gevolgen heeft voor zijn landgenoten. Als pacifisten invloed krijgen, zo is de angst, verzwakt de landsverdediging en zijn we een prooi voor bijvoorbeeld Poetin. Wie zich pacifist noemt, zal deze angst moeten kunnen wegnemen. Ik beschouw het boekje Pazifismus. Eine Verteidigung van de Berlijnse filosoof Olaf Müller uit 2022 als een poging daartoe. Dat hij vlot schrijft zie je al aan de titel vanwege de knipoog in de militaire term ‘verdediging’.
Om angst weg te nemen moet je met logica laten zien dat de angst ongegrond is. Je kunt dus alleen mensen geruststellen die kunnen luisteren en nadenken. In het huidige mediaklimaat is dat een uitdaging. Steeds vaker krijgen mensen het woord, en de parlementszetels, wier oordelen hun denken vervangen. Reflexen vervangen reflecties. De onderbuik regeert het hoofd. Retorisch winnen is genoeg. Retorische trucs, zoals op de man spelen en een vals dilemma schetsen, hebben al twee millennia onverminderd effect.
Stel dat de horde van de rationaliteit is genomen. Dan volgt de tweede horde, de respectabiliteit van de vraag: ‘wat is hier het goede om te doen?’ Immers, soms wordt de steller van die vraag weggehoond als wereldvreemd. De onuitgesproken suggestie is dan dat alleen belangen, niet waarden, ertoe doen: anders ben je de dupe. Maar niemand wil alle moraal uitbannen. Ook de filosoof Nietzsche, die de gangbare moraal wilde slopen, hield er een moraal op na. In zoverre blijft de vraag naar het goede zinvol. – Ik ga ervan uit dat de pacifist na deze tweede horde nog gesprekspartners heeft.
Hoe helpt Müller de pacifist vervolgens bij het bestrijden van de angst van de gesprekspartner? Ik bespreek eerst in algemene zin zijn positie, en ga daarna in op hoe hij dit toepast op de Oekraïne-oorlog. Vervolgens stel ik daar vragen bij en maak een afsluitende opmerking.
Müllers ethische positie
Müller herinnert aan het onderscheid tussen gevolg-ethiek en principe-ethiek. Volgens de eerste benadering is een handeling goed als de goede gevolgen opwegen tegen de slechte, zoals het doodschieten van iemand die op het punt staat om meerdere onschuldige mensen te doden. De tweede benadering beschouwt een handeling als goed wanneer hij in overeenstemming is met een principe, zoals ‘je mag niet doden’. Dan laat je de komende massamoordenaar in leven. Bij welke van de twee hoort pacifisme? Müller zegt: bij beide een beetje. Dat zal ik toelichten.
Principe-ethiek is een manier om je eigen blazoen schoon te houden, maar onder hoge kosten. Als je deze lijn volledig volgt, ben je blind of harteloos. Blind omdat je de ogen sluit voor de te verwachten gevolgen. Harteloos als je met open ogen jouw principe belangrijker acht dan het leven van de aanstaande slachtoffers. Dan zijn anderen inderdaad ‘de dupe’ van jouw moraal. Hoe moreel is dat nog? Om deze reden keurt Müller geweld dus niet principieel af en beschouwt hij de geallieerde oorlogsinspanning tegen nazi-Duitsland als een moreel juiste handeling.
Müller verdedigt een pragmatisch (of realistisch) pacifisme, dat in elke situatie onderzoekt wat goed is om te doen. De pragmatische pacifist keurt militair geweld niet in alle gevallen geheel af, maar hij zal altijd minder geweld en oorlog verkiezen boven meer oorlog en geweld. Mocht oorlog dus nodig zijn, dan zou een pacifist een korte oorlog prefereren boven een lange, en een kleiner bombardement boven een groter. Maar boven geweld en oorlog prefereert hij dialoog, de-escalatie en diplomatie, met andere woorden: vredeswerk op de lange termijn, lang voordat er oorlog dreigt.
Müller leert van de gevolg-ethiek het realisme: ogen open houden en de situatie doorgronden waarin je je bevindt. Bijvoorbeeld: niet naïef zijn over de kwalijke gevolgen van de agenda’s van Poetin en Trump, van Hamas en de regering-Netanyahu, die allen een morele oproep als teken van zwakte zien. Ook: niet naïef zijn over partijen, politici en instituten in Europa die rechtsstaat en democratie van binnenuit ondergraven. Verder: niet naïef zijn over de mate waarin bommen bijdragen aan je doel, noch als afschrikking, noch bij het daadwerkelijke afwerpen in de strijd tegen ‘het kwaad’. Wie militair gezien wil ‘vechten voor de vrede’ staat zwak omdat hij zeker meent te zijn van een uitkomst die fundamenteel onzeker is. Maar bovenal: je realiseren wat oorlog betekent, hoeveel vernietiging en menselijk leed het veroorzaakt – terwijl het doel, vrede, alleen maar verder vooruit wordt geschoven.
Maar het afschudden van naïviteit en het vaststellen van bepaalde feiten leidt niet automatisch tot een morele uitkomst. Want welke feiten je uitkiest, en welke betekenis die hebben, wordt bepaald door je waarden, je principes. Op dit punt in het morele oordeelsproces heeft de principe-ethiek nut: niet als blauwdruk voor het handelen, maar als moreel licht op de situatie. Müller stelt voor: lees de situatie in het licht van de principes, en bepaal vervolgens je handelen met het oog op de gevolgen. Zo krijgen beide genoemde soorten ethiek een plek.
Het verhaal waarin feiten worden verbonden in een waarde-gedragen perspectief heet een narratief of discours. Narratieven staan naast elkaar en concurreren met elkaar. Is elk narratief over bijvoorbeeld de Oekraïne-oorlog dan een kwestie van smaak, en moreel gezien even geldig? Müller zou die vraag ontkennend beantwoorden. Een narratief waarvan de aanhanger weigert zich te verantwoorden in een rationele dialoog valt sowieso af, die komt immers niet over de eerste ‘horde’ heen. Verder beoordeelt Müller narratieven met twee samenhangende criteria. Een: hoe wenselijker de waarden waarop ze zich beroepen, hoe beter het narratief. “De waarden waarmee pacifisten kijken naar de oorlogswerkelijkheid [zijn] zeker niet perfect, maar wel aantrekkelijker dan die van hun tegenstanders.” (p. 75) Hij geeft daar geen uitleg over dus die claim verdient nader onderzoek. De kernwaarde van de ’tegenstanders’ lijkt me veiligheid. Hoe bepaal je de aantrekkelijkheid daarvan ten opzichte van bijvoorbeeld respect voor alle menselijk leven? Twee: hoe consequenter die waarden het narratief bepalen, zodat er een coherente positie ontstaat, hoe meer het narratief te verkiezen is. Natuurlijk is een coherente fascist niet oké (als die zou bestaan) dus dit criterium moet worden gebruikt in samenhang met het andere.
Neem de Britse tapijtbombardementen op Duitse steden en dus op de burgerbevolking. Hadden die militair gezien nut? Preciezer gevraagd: is de uitspraak ’Zonder die bombardementen zou de oorlog langer geduurd hebben’ plausibel? Müller benadrukt dat we dit niet kunnen weten – maar dat het evenmin bekend was aan Bombercommand. Het militaire nut was onzeker – maar het luchtte wel op: de Engelsen namen hiermee wraak. Müller ziet bij hen een afgrond van ‘genadeloosheid, haat en verachting’. Die kan emotioneel gezien begrijpelijk zijn, maar maakt het toenmalige narratief dat de vraag positief beantwoordde, incoherent. We zien hieraan dat voor de pacifist de werkelijke motivatie essentieel is.
Aangaande de Kosovo-oorlog ziet Müller bij het Westen een naïef vertrouwen op bommen die met goede bedoelingen werden afgeworpen. Je kunt immers betwijfelen of de militaire aanpak in 1999 heeft gewerkt, gezien de huidige gespannen situatie op de Balkan. Müller meent dat vredeswerk een beter alternatief zou zijn geweest, maar (zegt hij op pagina 72):
Aan pacifisten wordt in de regel te laat gevraagd om hun vredelievende voorstellen te doen; zij zeggen dan dat vredeswerk eerder moet beginnen dan vlak voor het uitbreken van massief geweld.
In plaats daarvan handelden westerse landen geregeld escalerend, gedurende de Joegoslavië oorlog waarvan de Kosovo-oorlog het sluitstuk was. Müller wijst onder meer op de vooroordelen van een hoge VN-vertegenwoordiger jegens de Serviërs en op de onbegrensde wapeninkoop in Europa door de UCK-militie van opstandige Kosovaren.
Oekraïne steunen: hoe?
Müller publiceerde zijn pacifismeboekje in het najaar van 2022, nadat Poetins soldaten waren begonnen met hun ‘speciale militaire operatie’. Hoe kijkt hij naar Duitse wapenleveranties aan Oekraïne, waarover toenmalig kanselier Scholz aarzelde, maar zijn minister van Buitenlandse Zaken Baerbock niet?
Hij wijst op de atoomdreiging. De hele wereld is de klos als het taboe op atoomwapens, zoals dat in feite geldt sinds augustus 1945, zou verdwijnen. Hij schreef dit jaar een apart pleidooi om dit gevaar werkelijk serieus te nemen (Atomkrieg. Eine Warnung) [zie ook https://www.youtube.com/watch?v=D3T_9uYmBqQ]. Müller wil, juist om zo’n oorlog te voorkomen, een militaire versterking van de oostgrens van de NAVO, zodat Poetin het uit zijn hoofd laat om het NAVO-grondgebied aan te vallen.
Verder verbaast Müller zich over de zelfverzekerdheid waarmee sommigen militaire steun aan Oekraïne moreel gewenst achtten. Hij ziet daarin een gebrek aan realisme over oorlog en militair geweld en over de mate waarin dat geweld het gewenste resultaat dichterbij zal brengen. Hij vraagt zich af of er niet andere manieren zijn om voor Oekraïne op te komen. In zijn visie is Poetin geen Hitler en is aandringen op vredesonderhandelingen dus geen appeasement. Hij meent dat we Oekraïne militair gezien “in de steek moeten laten”, ten bate van de vrede op het continent. Geen wapens leveren. Misschien wel andere drukmiddelen inzetten en daarbij proberen zoveel mogelijk landen te betrekken. Hij zegt erbij: ik weet niet of ik daarmee meer gelijk heb dan mijn tegenstanders.
Inmiddels zijn we drie jaar verder en naderen we onderhandelingen met Poetin. Die zullen resulteren in een akkoord dat dichtbij Poetins aanvankelijke eisen uit 2021 en 2022 ligt. Alleen zijn er dan honderdduizenden doden, enorme verwoestingen en miljoenen mensen op de vlucht bijgekomen. Daarmee is Müllers pragmatische pacifistische positie die in 2022 aandrong op diplomatie, de-escalatie en dialoog, in plaats van de fixatie op wapenleveranties, achteraf steeds plausibeler geworden. Tenzij je meent dat we Oekraïne veel meer wapens hadden moeten leveren, opdat het een betere onderhandelingspositie zou krijgen. Maar dan komen we terug bij de atoomdreiging.
Kritische vragen
Müllers algemene positie is helder, maar bij de toepassing op de Oekraïne-oorlog rijzen er vragen. Ik noem er enkele.
Vraag een: wat betekent “Poetin is geen Hitler”? Is hij dan ‘een Stalin’? Want dan heeft onderhandelen alleen zin vanuit een positie van kracht. Toen ooit de wensen van de paus werden genoemd, schijnt Stalin gevraagd te hebben: “hoeveel divisies heeft die dan?” Kennelijk wil ook Müller een krachtige uitstraling, omdat hij pleit voor een snelle bewapening van de NAVO-oostgrens. Dat leidt tot de volgende vraag: volgt hij hier zijn eigen principe? Waarom noemt Müller hier niet ook diplomatie, de-escalatie en dialoog, of de inzet van de OVSE bij het bouwen aan een Europese veiligheidsarchitectuur? In hoeverre draagt verdere bewapening bij aan vrede, gezien het militaire overwicht van de NAVO?
Vraag drie komt voort uit het feit dat Müller zijn boekje schreef in 2022 en we inmiddels zien hoe de VS afglijdt naar een fascistoïde staat. Daar willen we en mogen we geen bondgenoot mee zijn, als Europa nog voor zijn waarden staat. Bovendien kan Trump direct de vijand worden, zoals hij al in economische onderhandelingen liet zien: is bijvoorbeeld een ‘speciale militaire operatie’ in Groenland denkbeeldig? Moeten we niet rap een alternatief voor de NAVO ontwikkelen, vanuit de OVSE?
Tenslotte vraag vier: bestaat de ‘humanitaire oorlog’? Moeten we militair gezien altijd solidair zijn met onderdrukte en aangevallen volkeren? Müller acht de oorlog tegen nazi-Duitsland een voorbeeld van een humanitaire oorlog en vindt die actie dus gerechtvaardigd. Maar dat is een lastig voorbeeld. Het voorkomen van groter kwaad was niet de reden waarom Hitlers vijanden vochten. Die reden was zelfverdediging: de SU (juni ‘41) en de VS (december ‘41) vochten pas mee toen hen de oorlog werd verklaard. Müller vindt zelfverdediging echter een zwakke reden omdat je elke aanvalsoorlog als zelfverdediging kunt framen: ook Israël en Poetin doen dat nu en de Duitse inval in Polen in 1939 was volgens Hitler ook zelfverdediging. Waarom meent Müller dan dat de oorlog tegen Hitler gerechtvaardigd was? Vanwege de genocide op de joden? Die was in 1941 begonnen, maar nauwelijks bekend en wederom niet de reden voor de geallieerden om aan te vallen. Was het omdat Hitler het ultieme kwaad vertegenwoordigde? – Müller gaat niet in op bestaande criteria voor een humanitaire oorlog. Hoewel dat past bij een pragmaticus, blijft helaas zijn claim dat de oorlog tegen Hitler pacifistisch gezien aanvaardbaar was, om die reden in de lucht hangen.
Het dilemma van de pragmatische pacifist
In een rationeel debat wordt de mogelijkheid dat pacifisten (deels) gelijk hebben vanaf het begin opengehouden. In werkelijkheid worden pacifisten gewoonlijk als moreel verwerpelijk weggezet. Daarmee maakten politici en opiniemakers het zich te gemakkelijk. Denk aan de uitleg die Hitlers minister Goering gaf als gevangene.
Natuurlijk willen mensen geen oorlog. Maar het is altijd vrij simpel om mensen mee te slepen [in een oorlog], zowel in een democratie als in een fascistische dictatuur, zowel in een parlement als in een communistische dictatuur. (…) Alles wat je moet doen, is zeggen dat ze worden aangevallen en vervolgens de pacifisten in een hoek zetten omdat zij geen goede patriotten zijn, maar het land in gevaar brengen. Dit werkt in elk land, op dezelfde manier.
Juist dit citaat laat het dilemma van de pragmatische pacifist zien. Deze moet reageren in een situatie waarin we niet waren gekomen als diens principes waren gevolgd. Als het oorlogsgeweld eenmaal op uitbreken staat, is de ruimte voor dialoog, de-escalatie en diplomatie gering. Gewiekste politici regeren door zulke situaties teweeg te brengen. Zoals de nazi-ideoloog Carl Schmitt schreef: ‘Soeverein is diegene die beslist over de noodtoestand’, dus die kan bepalen wanneer de wet buiten kracht wordt gesteld. De publieke opinie wordt zo bespeeld dat mensen het idee hebben dat dit noodtoestand aan de orde is. Veel journalisten doen mee aan deze stemmingmakerij, in plaats van het door te prikken. Dat zagen we voor het eerst duidelijk rondom corona. [https://www.nporadio1.nl/nieuws/cultuur-media/579541d2-ded1-4a20-a99d-b8018d4e5385/vpro-nooitmeerslapen-sophievanleeuwen] We zien het momenteel rondom migratie.
Daarmee zijn we terug bij de hordes een en twee, want in de publieke ruimte verdwijnt dan de rationele dialoog en de vraag wat goed is om te doen. De beschaving moet dan worden verdedigd door de minderheid die het gesprek blijven zoeken en die wijst op de bewustzijnsvernauwing die democratie en rechtsstaat ondergraaft.
Kan Müller in zo’n gesprek de angst voor pacifisme als verzwakkend element wegnemen, waarmee deze recensie begon? Ik meen dat hij een eind komt, juist door zijn pragmatisme. Een dogmatisch pacifist is onaantrekkelijk als gesprekspartner omdat je al weet dat hij elke vorm van bewapening en geweld geheel afwijst. Daarentegen is het aanstekelijk hoe Müller het moreel goede zoekt met open ogen voor de situatie en indachtig de lange termijn. Ook als je op onderdelen andere keuzes zou maken.
Laten we daarom een plaats inruimen voor pragmatische pacifisten. Niet alleen aan de discussietafels, maar vooral aan de beleidstafels. Want hun voorstellen kunnen nu nog de dreigende oorlogen van de jaren 2030 en 2040 helpen voorkomen. Dan zouden uitsluitend wapenfabrikanten en hun aandeelhouders de dupe zijn van de moraal.
Met dank aan Bart Keer, Joep Zander en Martijntje Smits voor hun opmerkingen bij een eerdere versie van dit artikel.
Olaf Müller. Pazifismus. Eine Verteidigung (2022). Reclam, Stuttgart.

Samengevat en kort door de bocht: pacifisten zijn er overal te laat bij en een ‘humanitaire’ oorlog is een dubieuze constructie achteraf. Waar zouden pacifisten (principieel of pragmatisch) zich dan speciaal op moeten richten? Afschaffing #dienstplicht en legalisatie #desertie…
De boekbespreking stemt tot nadenken. Wat mij soms ergert aan de inbreng van pacifisten het publieke debat over Oekraïne, is dat in hun voorstellen niet zij zelf maar de Oekraïners de risico’s dragen en dat ze naïef lijken als het gaat om de bedoelingen van Rusland. Wat mij tot een pacifist maakt is mijn weigering om geweld te sanctioneren en om bewapening als DE oplossing te aanvaarden.