Wat dit boek onderscheidt van andere rouw- of traumaverhalen, is de evenwichtige toon. Van Biemen maakt geen klaagzang, noch een preek of TED-talk in boekvorm. Ze probeert niemand te overtuigen, behalve zichzelf. Als lezer mag je meekijken hoe ze dat proces aangaat: wroetend, onderzoekend, twijfelend. Dat levert een indrukwekkend en afgerond geheel op, waarin het haar lukt de balans te bewaren tussen haar rol als dochter en als journalist. Het leest als een vorm van literaire onderzoeksjournalistiek, met een gevoelsdiepte die doet denken aan het werk van Judith Koelemeijer – maar dan in een versie 2.0.

Het tragische leven van Rieneke Eringa wordt zorgvuldig gereconstrueerd. Ze werd geboren in 1944 als helft van een eeneiige tweeling in een goed gesitueerd gezin. Veertig jaar later overlijdt ze alleen, door zelfverwurging, in haar kamer van een psychiatrische kliniek. Na haar dood is er geen ruimte voor rouw. De familie zwijgt, er worden geen vragen gesteld. ‘Iedereen leefde door alsof er niets aan de hand was’, schrijft ze. Voor Mirjam, nog een kind, blijft haar moeder daarom vooral een ongrijpbare en negatief afgeschilderde figuur.

Pas jaren later verandert dat, als haar tante Wieneke – Rienekes tweelingzus – haar een koffer vol dagboeken, brieven en knipsels geeft. Die koffer wordt voor Van Biemen een soort schatkaart. Tien jaar lang duikt ze in het leven van haar moeder, spreekt met betrokkenen, pluist de archieven uit en stelt steeds opnieuw de vraag: wie was mijn moeder werkelijk?

Ze schetst niet alleen een portret van Rieneke, maar ook van de tijd waarin ze leefde: de sociale en culturele context van de jaren zestig en zeventig, de verwachtingen van vrouwen, en de beperkingen van de psychiatrie. Het huwelijk met Wybo van Biemen – violist, cynisch, drankzuchtig – leest als een femicide in slow motion. Zijn losse handen, zijn scherpe tong, zijn overspel: alles draagt bij aan Rienekes ondergang.

9789025913113_frontcover_original-320×510

Wybo van Biemen is eerder beschreven door de halfbroer van Mirjam van Biemen, Marc Daniel van Biemen, violist bij het Concertgebouworkest. Hij schetste hem in zijn boek als een onverzettelijke, perfectionistische vader die met harde hand zijn eigen onvervulde solodromen projecteerde op zijn zoon. Het beeld dat Mirjam van Biemen schetst van haar vader, is al even ontluisterend. Na een vliegende en positieve start van het huwelijk worden de ambities en levenlust van Rieneke al snel gefnuikt door de egocentrische Wybo, die alleen zijn eigen loopbaan najaagt. Zijn cynisme, scherpe tong, losse handen en drankzucht drijven haar letterlijk tot waanzin. En de kinderen betalen zoals altijd de rekening.

Op de laatste pagina van het boek staat een foto van Rieneke Eringa. Ze kijkt je aan met lieve ogen en een kleine glimlach. Ernaast staat een gedicht van haar eigen hand. Na de kennismaking van bijna 300 pagina’s door haar dochter voelt het alsof je haar ook een beetje kent – en dat maakt de foto des te schrijnender.

Mirjam van Biemen. Mama wil weg. Een zoektocht naar mijn moeder. Uitgeverij Ten Have, 2025.

Rolf Deen – kopie

Rolf Deen

Rolf Deen (1957) studeerde theologie aan de KTUA in Amsterdam. Hij had daarna een loopbaan in het hoger onderwijs, de r.k.-kerk, de media …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.