Diversiteit in de media is geen onderwerp van vandaag of gister. Men spreekt er al ruim dertig jaar over. Nu ben ik onvermoeibaar optimistisch over de mens en ook over wat we samen kunnen creëren en aanrichten. Toch bekroop ook mij aan het begin van de avond het gevoel dat het ‘niet praten maar doen’ voornemen, meerdere keren benoemd, toch in veel media-(bedrijven) zal uitblijven. Waarom spreken we er anders al dertig jaar over? Maar dat gevoel ebde gaandeweg de avond weg. Dat lag voor een groot deel aan de gepassioneerde manier waarop de auteurs over hun project spraken.

Clashen

Tijdens de live talkshow praatten verschillende geïnterviewde journalisten uit het boek mee over inclusieve journalistiek. Journalist Joris Luyendijk benoemde als knelpunt voor het inclusiever maken van de media de snelheid waarmee media actualiteiten van alledag moeten en willen verslaan. Het gevolg van deze snelheid en haast zou zijn dat berichtgeving vaak veel te oppervlakkig blijft, maar ook dat er geen tijd wordt ingeruimd voor diversiteit als beleidsdoel. Luyendijk stipte aan dat niet alleen voor culturele en etnische diversiteit gestreden moet worden, maar dat we ook moeten kijken naar diversiteit in sociaaleconomische klassen in de media.

Journalist en fashionactivist Janice Deul verzorgde de presentatie en tijdens de eerste vragenronde vanuit het publiek kwamen er kritische geluiden. Meerdere toehoorders vonden het tafelgesprek te weinig constructief en vooral Luyendijk kreeg kritische vragen. Mounir Samuel, schrijver en publicist voor onder andere De Groene Amsterdammer, vond Luyendijks analyse niet correct. Hij wees bevlogen op het feit dat de media in Nederland voor 97% wit zijn. Er is dus wel degelijk geïnstitutionaliseerd racisme in Nederland. Het leverde hem applaus op. Gespreksleidster Esma Choho ging snel over tot een volgende ronde van het tafelgesprek. Jammer, want juist dit clashen van analyses maakt zo’n avond belangrijk en moeten we niet vanwege ongemak uit de weg gaan. Het was veel interessanter geweest als zij Luyendijk eerst om een weerwoord had gevraagd zodat we richting oplossingen konden denken.

Oplossingen

De oplossingen die aan tafel werden aangedragen liepen uiteen. Van ‘exclusief denken in de journalistiek moet worden afgestraft’ en ‘er moet harder beleid komen’ tot ‘we mogen ook wel een wat dikkere huid krijgen, laat je niet afschrikken door weerstand op de redacties’.

Een overkoepelende mening op de avond was in ieder geval dat ‘witte’ media nog te vaak wegkomen met hun beleid. Waarom worden ze na weer een experiment met diversiteit niet afgerekend op wel of niet behaalde doelen? Wie draagt er verantwoordelijkheid? Dat is wonderwel niet helemaal duidelijk, waardoor er misschien een soort van vrijblijvendheid bestaat in het realiseren van diversiteit op redacties.

Daarnaast werd gepleit voor het verder kijken dan een vacature – omdat die vacature er vaak voor zorgt dat alleen sollicitanten met een specifieke (journalistieke) opleiding reageren. Je wil juist een nieuwe groep bereiken en niet standaard vissen uit de bekende witte journalistieke vijver.

Hoe ga je om met afwijzing en verkeerde grappen op de redactie? Wilson Boldewijn, werkzaam voor de Telegraaf en RTL, kiest er dan voor om mensen hierop persoonlijk aan te spreken. Nu heeft hij een fors postuur, dus mensen zouden wel twee keer nadenken om hem tegen te spreken, en daarom kwam het over als een grappige anekdote, maar is dat terecht? Zit er geen kern van waarheid in de persoonlijke aanpak?

Thema

Joris Luyendijk werd deze avond opvallend vaak omschreven als ‘witte man van (bijna) vijftig’. Het was een frame en dat diende natuurlijk op deze avond een doel – want driehonderd keer zo vaak werkt dat framen de andere kant op. Maar ik denk dat het ook zou bijdragen aan inclusiviteit als we stoppen met elkaar tegenover de ander af te schilderen. Verschillen mogen (moeten!) gevierd worden, maar niet keer op keer benadrukt. Of zoals programmamaker Ibtissam Harrak het prachtig benoemde: “Ik ben geen ‘thema’. Ik wil me niet hoeven verantwoorden voor de onderwerpen waar ik waarde in zie.”

Daarmee werd bedoeld dat de ideeën, de verhalen, de analyses van mensen met een migratieachtergrond of van mensen van kleur al in zichzelf voldoende reden dienen te zijn om serieus genomen te worden. Wanneer die ideeën in de context van diversiteit geplaatst worden, of quota, verliezen ze al aan waarde en werken ze emancipatie tegen. Zo kunnen Turkse Nederlanders bijvoorbeeld prima over economie schrijven en spreken, en hoeven ze niet alleen commentaar te geven op wat er in Turkije gebeurt of wat er aan ontwikkelingen zijn op het gebied van integratie in Nederland.

De avond werd besloten met een dankbetuiging van Dijkman en Papaikonomou aan hun moeders. Het ontroerde de volle zaal duidelijk, want iedereen leek aan te voelen: wat ons ook verdeelt, anders maakt, blij of boos maakt en bezig houdt – de liefde van moeder (en vader!) tot kind is universeel en onvoorwaardelijk. Een mooie afsluiter van een hoopgevende avond.

Lees hier een interview met de auteurs van Heb je een boze moslim voor mij?  – Annebregt Dijkman en Zoë Papaikonomou over inclusieve journalistiek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Juliejet Bakker

Religiewetenschapper

Juliejet Bakker (1994) deed religiewetenschappen in Leiden en studeert nu Building Interreligious Relations aan de VU. Momenteel is zij …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.