Steeds vaker zien we immers de actualiteit beheerst worden door kwesties die impliciet én expliciet raken aan dit onderwerp. Denk hierbij onder meer aan de discussies omtrent het bijzonder onderwijs, het verbod op gezichtsbedekkende kleding en de rituele slacht. Allen kwesties waarbij het maatschappelijk ongemak bijna tastbaar wordt en waarover brede maatschappelijke consternatie bestaat. Het klassieke grondrecht van de vrijheid van godsdienst lijkt steeds vaker te botsen met de post-moderne seculiere mores en liberale grondhouding, die zich inmiddels meester heeft gemaakt van vrijwel alle politieke partijen, van links tot rechts.

In dit kader is het bekendste werk van de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama, ‘The End of History’, interessant. Vóór alles is dit boek symbolisch voor de tijdsgeest van begin jaren negentig. De wereld zou met de beëindiging van de Koude Oorlog een nieuwe fase ingaan waarin de Westerse liberale democratie (en economie) de enige en eeuwige maat der dingen zou zijn. Hoewel er enorm veel valt aan te merken op de mondiale geldigheid van deze theorie, zien we dat de ‘algemene liberalisering‘ in het Westen inmiddels wel degelijk gemeengoed is geworden.

Seculier liberalisme

Velen lijken, naar de woorden van Cambridge-professor Tim Winter, ‘Europa’ dan ook impliciet steeds vaker te definiëren als “een collectieve, seculiere Messias, gegrond in de idealen van de Verlichting, die klaar staat om de ‘ongelovige’ te redden van diens oude religieuze ideeën en daarbij horende moraal”. Het gaat wat deze ‘oude ideeën en moraal’ betreft onder meer over het geloof in God, een gegeven scheppingsorde en het traditionele gezin, een nadruk op het belang van de gemeenschap, een behoudende visie ten aanzien van abortus, euthanasie, drugs, de voortgaande pornoficatie van de samenleving en de aversie van profaan materialisme.

Zij die deze theocentrische levensbeschouwing als samenhangend geheel omarmen, worden in het hedendaags Europa meer en meer bestempeld als ouderwets, afwijkend, benepen en zelfs wezensvreemd.

Het is een direct gevolg van de secularisering. Deze ontwikkeling zorgt niet alleen dat het begrip van, maar zeker ook het begrip voor godsdienst meer en meer erodeert. Het fenomeen betreft verder een diepe en Europees brede ontwikkeling. Dit kwam onder meer al tot uiting tijdens de opschriftstelling van de Europese ‘Grondwet’. De meer dan anderhalf duizend jaar christendom in Europa wordt nergens expliciet genoemd, zelfs het woord God wordt niet gebezigd. Godsdienst lijkt niet langer te passen in het narratief van het post-christelijke continent.

De overwinning van het seculiere paradigma is zo totaal geweest dat veel hedendaagse christenen het verzet tegen de ‘modernisering’, dat eind jaren zestig (tot aan het Tweede Vaticaans Concilie) nog zeer levendig was, nauwelijks kennen of kunnen waarderen. De zogeheten (rooms-katholieke) ‘Moederkerk’ nuanceerde zelfs deels haar soteriologie (heilsleer). De kerkelijke liberalisering kwam bekend te staan als het ‘aggiornamento’: het ‘bij de tijd brengen’ (=moderniseren) van de Kerk.

Het liberalisme, in de breedste zin des woords – religieus, economisch, politiek én moreel – heeft in Europa het oude klassieke theocentrische paradigma grotendeels vervangen, en daarmee ook het normatieve karakter van de eerder genoemde ‘oude religieuze ideeën’. Deze ideeën bestaan nog immer maar staan onder druk doordat het dominante liberale discours steeds grotere moeite heeft om ‘dissidenten’ te accepteren. Dit geldt voor ‘traditionele’ gelovigen in het algemeen, maar in het bijzonder voor moslims. De islam lijkt immers minder buigzaam dan het christendom, minder vatbaar voor modern liberalisme en daarmee intrinsiek ‘anders’ dan het bekende en maatschappelijk gewenste.

Moslims als de ander

Moslims zijn historisch gezien overigens altijd ‘de ander’ geweest. En dit ‘anders-zijn’ hangt samen met de godsdienst, meer specifiek met de islamitische identiteit. Het verklaart ook waarom er voor de uitbreiding van de EU altijd naar het Oosten wordt gekeken, nooit naar het Zuiden.

Professor Winter, ook bekend onder de naam Abdal Hakim Murad, stelt in deze kwestie dat Tanger en Minsk qua fysieke afstand vanaf Brussel niet veel schelen, mentaal en emotioneel voelt Tanger voor Europa echter als een andere wereld.

Deze grondhouding komt ook tot uiting in de discussie over de mogelijke toetreding van Turkije tot de EU. Want waarom konden landen als Roemenië en Bulgarije destijds wel lid worden? Het eerlijke antwoord hangt samen met de islamitische identiteit van de oud-Ottomanen. Dit werd in 2004 nog zinnebeeldig uitgedrukt door toenmalig eurocommissaris én liberaal Frits Bolkestein, die in dat jaar stelde dat “met de toetreding van Turkije, de bevrijding van Wenen in 1683, vergeefs zou zijn geweest”.

Allah-in-europa-Afl01-Bosnie-Jan-en-Emina-Hodzic
Fragment uit de tv-serie Allah in Europa (2017) Beeld door: VPRO

Zelfdefiniëring

Er lijkt hier dus gesteld te worden dat er voor een verankering van de islam eigenlijk geen plaats is in Europa. Hoewel feitelijk onjuist, zeker ook met het oog op eeuwen van islamitisch gestuurde voorspoed in Spanje, is de manier van redeneren historisch zeer verklaarbaar. De min of meer samenhangende Europese identiteit kreeg namelijk pas voor het eerst vorm in de ontmoeting met ‘de Saraceen’, aldus de Britse historicus David Lewis.

Sterker, hij stelt dat de oudste tekst waarin de term ‘Europeanen’ gebezigd wordt, stamt uit het jaar 754 en gaat over de oorlogssituatie bij de slag om Poitiers. De slag waar de Franken in 732, onder leiding van Karel Martel, het Moorse leger van Abdul Rahman versloegen en daarmee de opkomst van de islam in Europa stopte. Europeanen waren vanaf toen primair de inwoners van dat deel ‘om de Oude Wereldzee’ (naar Abraham Kuyper) die geen moslims waren geworden.

Zelfdefiniëring ligt vooral in de relatie met ‘de ander’. Zo ook hier. En die ander is na al die eeuwen voor Europa nog steeds ‘de moslim’. Dit anders-zijn is lang specifiek theologisch van aard geweest, niet etnisch en niet eens religieus. Het ging gericht om de inhoud van het geloof: een deviante heilsleer en een ander godsconcept.

Vandaag de dag, in het seculiere, post-christelijke Europa, is echter het feit dat de moslim religieus is, wat hem vooral tot ‘de ander’ maakt. Godsgeloof is hier immers gemarginaliseerd en geliberaliseerd. Europa heeft categorisch afscheid genomen van haar christelijke kompas en identiteit. Traditionele opvattingen worden inmiddels gezien als verdacht, als uiting van een mislukte integratie, gebrek aan ontwikkeling en soms zelfs van vijandigheid.

Liberale paradox

Een weinig liberale praktijk. Naar de klassieke visie van John Locke behelst het liberalisme juist vóór alles de vrijheid om je godsdienst te belijden zonder dat de staat zich daar in mengt. Religieuze overtuigingen mogen verschillen van de door de staat geprefereerde visie op zaken. Opmerkelijk genoeg schreef Locke, één van de grondleggers van het liberalisme, zijn ‘Letter Concerning Toleration’ aan zijn vriend Philip van Limborch, een Nederlandse remonstrant en professor godgeleerdheid. In deze brief stelt hij dat de vrijheid om andere opvattingen te huldigen dan die ‘mainstream’ zijn in de samenleving en/of afwijken van de visie van het gezag, de essentie vormt van een vrije, liberale samenleving. De EU drukt dit idee uit in haar motto “In varietate concordia”, eenheid in verscheidenheid.

We zien vandaag de dag echter een tendens die deze ‘EU-verscheidenheid’ vooral toont als een geschreven idee, niet als levende werkelijkheid. De ander, en meer in het bijzonder dus de moslim, wordt pas voor vol aangezien, omarmd en beschouwd als ‘geïntegreerd’ als hij zich de sociale waarheden van de dominante, liberale cultuur eigen heeft gemaakt.

Ironisch genoeg was één van de beschuldigingen aan het adres van Locke destijds, dat hij sympathiseerde met de islam. In Europa was toen immers bekend dat het in het Ottomaanse Rijk gangbaar was dat groepen andere (godsdienstige) opvattingen mochten hebben én beleven dan die van het islamitisch gezag. Ondenkbaar in het toenmalige Europa. En helaas lijkt dit vandaag de dag wederom steeds minder vaak gewoon te zijn in het Avondland. “We moeten intolerant zijn tegen de intoleranten” heet dat dan. En daar raken we de zogeheten liberale-paradox.

Want als we intolerant moeten zijn tegen dat wat intolerant is vanuit liberaal perspectief, kan het liberalisme dan überhaupt iets anders dan enkel zichzelf tolereren? Daar waar het liberalisme openheid naar de ander en acceptatie predikt, legt het in de huidige context de ander voortdurend op wat de morele mores zijn, en staat het afwijken van deze sociale waarheden gelijk aan maatschappelijk verraad en uitsluiting. En dat wringt.

Laten we daarom hopen dat naast de geijkte thematiek van veiligheid, economie, immigratie, EU, klimaat en onderwijs, dit parlementaire jaar ook aandacht zal worden geschonken aan dat ene vaak onbesproken, maar zo belangrijke onderwerp van de secularisering en haar gevolgen. Voor de rechtsstaat, voor het veiligstellen van de open samenleving maar bovenal voor de vrijheid.

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Joram

Joram van Klaveren

Oud-politicus

Joram van Klaveren (1979) is oud-politicus. Tussen 2006 en 2017 was hij gemeenteraadslid, lid van Provinciale Staten, beleidsmedewerker in …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.