Aan de Theoloog der Nederlanden, beste Arnold,

We leven in een tijd van woorden. Meer dan ooit — op schermen, in feeds, in debatten die zich dag en nacht voortzetten. En toch verstaan we elkaar steeds minder. Hoe kan dat? Ik denk dat het antwoord ligt in de aard van de taal die we zijn gaan spreken. Niet zomaar taal — maar identiteitstaal. De taal van het label. Een label biedt houvast aan de oppervlakte — maar in de diepte schiet het tekort. Misschien begint diepgaan wel met het afleren van het labelen.

Ik ben benieuwd hoe jij dat ziet.
Birgit

Identiteit als project

Ooit dienden categorieën om onze leefwereld begrijpelijk te maken. Je was boer of timmerman, protestant of katholiek, van hier of van ginds. Die antwoorden lagen vast — gegeven door familie, afkomst, kerk of gemeenschap. Ze gaven niet alleen richting, maar ook rust. Je hoefde jezelf niet elke ochtend opnieuw uit te vinden.

Die rust is verdwenen. In de hedendaagse cultuur is identiteit geen gegeven meer, maar een project. We moeten onszelf vormgeven, profileren, uitvinden wie we zijn — en dat voortdurend opnieuw. Wat vroeger een vraag was, is een opdracht geworden: weet wie je bent en laat het zien. Wat eerder de gemeenschap deed — je een plek geven, je een naam verlenen — doet de enkeling nu zelf. Op zijn scherm, in zijn feed, in de spiegel van wat anderen van hem denken. En dat is een zware taak.

In die zoektocht worden labels aantrekkelijk. Ze bieden houvast en een taal om jezelf mee uit te drukken. Op sociale media wemelt het van posts en video’s waarin mensen beschrijven hoe ze zichzelf herkenden in een diagnose, een type, een categorie. “Ik kan dat niet want ik heb ADHD.” “Ik doe dan heel autistisch.” “Dit is trauma eindelijk snap ik waarom ik zo reageer.” Miljoenen mensen kijken mee, herkennen zich, delen. Het label verspreidt zich razendsnel zonder tussenkomst van een arts of specialist, en het algoritme doet de rest. Herkenning is waardevol: dat er een woord bestaat voor wat je voelt, kan opluchting brengen en schaamte verminderen. Maar wat begint als zelfkennis, kan omslaan in zelfopsluiting. De categorie die je bevrijdt, wordt de categorie die je vasthoudt.

Wanneer het label eerder is dan de mens

Die dynamiek begint vroeger dan we denken — al bij kinderen. Wanneer een kind niet past in het verwachtingspatroon — op school, thuis, in de groep — is de reflex van onze tijd: benoem het. Geef het een naam. Soms is dat noodzakelijk en helpend — een diagnose kan een kind en zijn omgeving enorme opluchting brengen. Maar vaker dan we denken is het “opvallende” gedrag van een kind geen stoornis — het is een antwoord. Een antwoord op een omgeving die het kind niet begrijpt, of niet gezien heeft. Een kind dat niet stil kan zitten, vraagt misschien niet om een diagnose. Het vraagt om iemand die de vraag achter het gedrag durft te stellen.

Wat we in die gevallen doen, is het kind een taal geven vóórdat het zichzelf heeft kunnen vinden. En dat label — eenmaal geplakt — is lastig te verwijderen. Jongeren vertellen hoe een diagnose die ze op hun negende kregen, hun zelfbeeld op hun vijfentwintigste nog bepaalt. Hier raakt de taal van het label aan zijn meest kwetsbare slachtoffer: het kind dat zichzelf nog moet worden, maar al weet hoe het heet.

Het label als schild

Labels hebben een keerzijde. Ze creëren niet alleen onderscheid — ze rechtvaardigen het. Wanneer ik mezelf definieer als X, wordt de ander al snel niet-X. En van niet-X valt weinig te leren. Die hoeft niet begrepen te worden, alleen geïdentificeerd. Zo wordt verschil een barricade. We gebruiken onze identiteit om gedrag te legitimeren: “Zo ben ik nu eenmaal.” “Dat past niet bij mijn waarden.” “Dat is jouw wereld, niet de mijne.” De taal van het verschil wordt een verdedigingslinie in plaats van een uitnodiging tot gesprek. Het label biedt bescherming — maar bescherming heeft altijd een prijs. Wie zichzelf ommuurt met categorieën, hoeft het ongemak van de ander niet meer te verdragen. Maar hij verliest ook de mogelijkheid om door de ander veranderd te worden.

Wat hierin verloren gaat, is verantwoordelijkheid. Niet de verantwoordelijkheid om de ander te veranderen, maar om jezelf niet terug te trekken. Blijven zitten waar het schuurt. Luisteren naar iemand wiens werkelijkheid niet op die van mij lijkt. Want juist daar — in dat ongemak, in dat niet-begrijpen — opent zich de ruimte voor echte ontmoeting. Niet ondanks het verschil, maar dankzij het verschil.

Taal is niet neutraal. Wie zegt hoe de wereld heet, bepaalt mee hoe de wereld is. Wat we herhalen, gaan we geloven — en wat we geloven, gaan we leven. De taal van het verschil wordt zo de architectuur van een versnipperde samenleving. Huub Oosterhuis verwoordde dit treffend in zijn ‘Lied aan het Licht’:

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.

Of anders gezegd: taal maakt vaak het goede kapot, ook waar ze verbinding belooft.

De tragiek van de eenzaamheid

Hier schuilt de tragiek van onze tijd. We ordenen de wereld in categorieën, zetten de ander op afstand, en eindigen in een isolement dat we niet begrijpen. We zijn beter dan ooit in staat om mensen in hokjes in te delen — en slechter dan ooit in staat om elkaar te begrijpen. Er wordt vooral gesproken, niet meer werkelijk geluisterd. De ander is geen gesprekspartner meer — maar een tegenstander die overtuigd of verslagen moet worden.

We voelen dat er iets ontbreekt. Maar in plaats van de oorzaak te zoeken, grijpen we naar het woord: ‘verbinding’. We strooien het rond alsof het een bezwering is — in beleidsstukken, in praatprogramma’s, in de captions van posts met een hartje eronder. Maar verbinding die de bron van de disconnectie niet kent, blijft oppervlakte. Ze raakt niets. Het probleem is niet dat we te weinig verbinden — het probleem is dat de ander geen eigen verhaal meer mag hebben. Labelen is het omgekeerde van ontmoeting. Het maakt van een jij een object. En wie alleen objecten om zich heen ziet, raakt ook zichzelf kwijt.

Vrijheid begint aan de grens

De eenzaamheid die zovelen voelen, is geen toeval. Ze is de logische uitkomst van de manier waarop we contact zijn gaan maken — of liever: niet meer maken. We verbinden ons met beelden, met categorieën, met wat de ander vertegenwoordigt. Maar een beeld kan je niet echt kennen. En door een categorie word je niet gekend. Werkelijk verbinden vraagt iets anders: dat je de ander laat zijn wie hij is, ook als dat wringt. Niet hem reduceren tot zijn diagnose, zijn afkomst, zijn politieke kleur — maar ruimte maken voor wie hij werkelijk is. Jij bent jij, en ik ben ik. Pas als we daarmee vrede hebben, kunnen we elkaar werkelijk zien.

Want zonder jij geen ik. Wie zijn eigen vooroordelen kent, hoeft ze niet langer op de ander te projecteren. We worden gevormd door de ander — door wrijving, door verschil, door de confrontatie met een werkelijkheid die niet de onze is. Labelen maakt van de ander een object. Maar een object kan ons niet vormen, niet verrassen, niet verder brengen. Daarvoor hebben we een werkelijk jij nodig — iemand die ons, juist door anders te zijn, laat ontdekken wie wij zelf zijn.

Ik leg dit voor aan jou, Arnold, omdat ik denk dat het raakt aan waar jij dit jaar naar op zoek bent. Jij wilt diepgaan — voorbij de oppervlakte van het maakbare leven, naar wat mensen werkelijk draagt. Maar een samenleving die zichzelf en de ander heeft dichtgelabeld, weet niet hoe ze de diepte in moet. Misschien begint diepgaan wel met het afleren van labelen. Ik ben benieuwd hoe jij dat ziet.

Birgit

Birgit Jaarsma Anders
Birgit Jaarsma: Anders (klik op de afbeelding om te kunnen vergroten)

Drs. Birgit Jaarsma-Mollers MTh is pastor, missionair theoloog, musicus, orthopedagoog, dichter en kunstenaar. Zij is verbonden aan twee gemeenten in Noord-Holland en in opleiding tot predikant. Dit essay is de eerste bijdrage aan een publieke briefwisseling met prof. dr. Arnold Huijgen, hoogleraar dogmatiek aan de PThU en Theoloog der Nederlanden 2025-2026. Eerder schreef zij het artikel Een kerk van glas over de kerk als oefenplek van vertrouwen, nabijheid en gedeelde menselijkheid.

1741891434692

Birgit Jaarsma

Birgit Jaarsma is missionair theoloog en pastor. Tevens is zij opgeleid als musicus, orthopedagoog, cognitief gedragstherapeut en remedial …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.