Goed verstopt tussen alle eurocentrische noodberichten, las ik ook over branden in Noord-Afrika en hoe in de V.S. talloze natuurreservaten, beheerd door inheemse bewoners, verzwolgen worden door vlammen. De bevolking wordt samen met de uitzonderlijk diverse fauna en flora in de steek gelaten door de brandweer en hulpdiensten. De triomfkreten van de verschroeide aarde klinken vooral uit kelen van het kapitaal: zonder lastpakken die de aarde al eeuwenlang beschermen, wordt het makkelijk om bodems te ontginnen voor eigen gewin.

Even terug naar de natuurcamping. Als veertiger gaat mijn voorkeur ondertussen uit naar het comfort van glamping, zonder omvallende gaspitjes en lekkende tenten. Ik geniet nog steeds van deze weken in de natuur, van de grote en kleine beer zoeken in de sterrenhemel, omringd worden door vleermuizen tijdens het hartenjagen, ’s nachts in slaap vallen bij het geluid van krekels en een ruisend beekje. De bedding van het stroompje dat de camping doorkruist staat echter droog, het stenen brugje staat vooral pittoresk te wezen. Zelfs als een haperende internetverbinding de beelden van gretig likkende vlammen elders op afstand houdt, slaag ik er niet in om de beklemmende realiteit buiten te sluiten. Onze familie en vrienden in de Lage Landen lukt het evenmin, want regelmatig ontvang ik bezorgde appjes. Hoe terecht is de code oranje voor het gebied waar we kamperen? Werden we vandaag wel gewekt door een brandlucht?

Kamperen in komkommertijd

Sinds de terugkeer naar België, heeft mijn bezorgde hart zich gelaafd aan de rebelse sfeer in Gent, aan de stevigere oppositiepartijen in mijn vaderland en meer vocale vakbonden dan in Nederland. Maar als ik met realiteitszin naar de oprukkende klimaatcrisis kijk, vraag ik me soms wel af of de verhuizing naar het zuiden wel een slimme zet was. Dan heb ik het niet zozeer over de paar graden temperatuurverschil. Ik maak me vooral zorgen over de totale onkunde in mijn vaderland, die met haar talloze (bovenal rechtse) regeringen en bestuursniveaus, een voortvarend klimaatbeleid lamlegt. Ook de mate waarin de zorg onder vuur ligt, baart me grote zorgen. Tijdens de bloedhete junidagen, was er in Leuven geen ambulance beschikbaar om onze vriend op te halen, die na een ongeluk met een gebroken heup op het gloeiende asfalt lag. Hij bleef wachten tot er een ambulance uit Brussel kwam, de plaatselijke brandweerlieden die langskwamen, mochten geen pijnstilling toedienen die het overhevelen op een brancard draaglijk zou maken.

De oversterftecijfers van deze vroege hittegolf waren in heel Europa het allerhoogst in België. Maar liefst 48 procent meer mensen stierven. De kranten stonden bol van verhalen over zorgpersoneel dat lijken aantrof in dakappartementen waar de temperatuur boven de vijftig graden was gestegen. Meerdere ziekenhuizen konden de toestroom van 112 niet aan, sloten de deuren en richtten zich op de reeds aanwezige patiënten. De vergelijking met de overspoelde ziekenhuizen in Nederland tijdens de coronagolven drong zich op. Dit keer lijkt de situatie in België, ook door het groter aantal slechte woningen en de stijgende armoede, nog alarmerender dan in Nederland.

Maar deze bijdrage heeft een grotere scope dan de zwalkende klimaataanpak in de Lage Landen, waar regeringsleiders als Jetten liever oproepen om ijsjes uit te delen in bejaardenhuizen, dan zich te houden aan klimaateisen die door de rechter zijn opgelegd. De (extreem)rechtse machtshebbers investeren in wapens, in vervuilende bedrijven en in AI, in plaats van in ambitieuze maatregelen, armoedebestrijding en schoon drinkwater voor iedereen.

Een klimaatcrisis trekt zich niets aan van natiestaten. Brand voedt zich met wat de vlammen tegenkomen. Als een grote gletsjer afbreekt en voor de Groenlandse kust in de zee terecht komt, houdt de stijgende zeespiegel geen rekening met de vlaggen die op de kusten wapperen. De zesde uitstervingsgolf die het steeds minder diverse leven op aarde inmiddels bedreigt, vraagt niet om paspoorten. Net als de oorzaken en dreigingen van de klimaatcrisis, overstijgen ook mogelijke oplossingen het regionale, nationale of continentale niveau. Ze komen pas in zicht bij verregaande samenwerkingen, zowel tussen partijen die om klimaatbeleid geven, als tussen regeringen die hulpeloos de vlammenzeeën proberen stoppen.

WhatsApp Image 2026-08-03 at 16.42.05

Druppels zweet vallen op het toetsenbord, het hoekje schaduw waar mijn laptop staat, wordt met de minuut kleiner. Wat verder verdrinken vlinders en wespen in het zwembad en duiven wagen zich tot op de rand: het chloorwater is de enige bron om hun dierlijke dorst te lessen. Dit schrijven tussen glooiende heuvels voelt als schreeuwen in de woestijn. Zorgeloos kamperen in komkommertijd is niet meer aan de orde. We kamperen samen in kommertijd. Onze tenten bieden niet meer dan flinterdunne bescherming.

Ik kan niet anders dan me vastklampen aan de hoop dat we met heel wat druppels op de hete planeet verandering in gang kunnen zetten. Dat kunnen we als burgers wel lokaal. Laten we ons steeds oog en oor houden voor de belangrijkste boodschap. Toen Sophie Straat ook op de Gentse Feesten vroeg aan de witte mannen in het publiek om twee minuten plaats te maken, hoorde ik ter plekke een symbolische oproep met veel draagwijdte. Want plaatsmaken is wat we moeten doen: voor de kennis en kunde van inheemse volken, voor de smeekbedes en actiebereidheid van jongere generaties en klimaatactivisten. De klimaatcrisis is nauw verbonden met een noodzakelijke klassenstrijd, met de arrogantie van de macht en dus ook met wie die macht in handen heeft en anderen uitbuit, met white supremacy en allerlei vormen van neokolonialisme.

Laten we lokaal naar elkaar omkijken, elkaar koelte toewaaien, beschutting en glaasjes water bieden. Vragen hoe het gaat – in deze hitte. En laten we daarnaast onze stem verheffen tegen zij die macht hebben en die het leven op aarde bedreigen.

Midden juli postte de Nederlandse schrijfster Marjolijn van Heemstra op Instagram een bericht dat het techbedrijf Reflect Orbital de toestemming had gekregen om hun omstreden spiegelsatellieten in de ruimte te plaatsen, ‘die zonlicht naar de aarde kaatsen en daarmee op aanvraag de nacht verlichten’. Ik huilde toen ik het nieuws las. Vrienden probeerden me gerust te stellen met relativeringen. Het zou maar om kleine oppervlaktes gaan, waar de nacht uitgeschakeld wordt.

Maar zelfs als je enkel op kleine schaal denkt, dan snap je waarom de stad Gent besloot om ’s nachts het buurtpark niet te verlichten, al biedt het duister kansen aan dealers en geeft het donker met reden vrouwen een onveilig gevoel. We hebben het donker nodig, dagen en nachten zijn voor ons net zo natuurlijk als getijden voor de zee. Bovendien leven we samen met vleermuizen, met krekels, met de kleine en grote beer. We leven in ingenieuze constellaties waarvan we de complexiteit niet kunnen bevatten. Dat moet ons boven alles klein en nietig laten voelen, als broodnodige druppels op een hete planeet. En verwant met elkaar. Enkel samen vormen we een golf.

Lees ook

pexels-freek-wolsink-508219-34076804

Een koel huis, een koel hoofd en natte lakens…

Aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid

1650529007665 (1)

Marie Meeusen

Freelance schrijver

Marie Meeusen is freelance schrijver in de zorg-, welzijn-, onderwijs- en cultuursector, narratieve coach en schrijfdocent. Ze groeide op …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.