Beste Bart,

Dank voor je tweede brief. Ik las hem op kantoor en heb toen gelijk in de boekenkast naast mijn bureau gekeken. Het boek Dutch Racism heb ik gevonden en de inleiding, die je me aanraadde, heb ik gelezen. Nadenkend over deze problematiek zie ik dat er een aantal fundamentele problemen in onze samenleving zijn. In deze brief wil ik aandacht besteden aan die fundamentele problemen.

Lang hebben we Nederland getypeerd als het land van tolerantie en gelijkheid. Wij, Nederlanders, zijn toch zó tolerant. Wij hebben het toch zo goed voor elkaar in ons land. Dat we het goed hebben in dit land, zal ik niet ontkennen, maar al jaren zie ik dat er iets vreemds aan de hand is met die ‘tolerantie’.

Tolerantie vatten we vaak op als: ‘Jij hebt jouw mening. Ik heb mijn mening. Wij zijn het niet met elkaar eens. Maar goed, jouw mening is de jouwe en de mijne is de mijne. Als we geen last van elkaar hebben, is het goed.’ Deze opvatting geeft niet weer wat de deugd ‘tolerantie’ inhoudt. Deze visie van tolerantie leidt namelijk tot waarderelativisme; tot het langs elkaar heen leven. Het gevaar van langs elkaar heen leven is dat er segregatie ontstaat, dat mensen zich meer en meer terug gaan trekken in hun eigen groep en om die groep een muur optrekken die anderen buiten houdt. Die muur kan er weer toe leiden dat er over de schutting tegen elkaar geschreeuwd gaat worden. En helaas zien we dit allemaal in onze huidige samenleving gebeuren.

De deugd ‘tolerantie’ houdt daarentegen in dat we met elkaar in gesprek gaan, zoals jij en ik nu doen. Onze standpunten zijn niet hetzelfde. Het is maar de vraag of onze briefwisseling ertoe zal leiden dat we tot hetzelfde standpunt komen. Wat jij zegt, kan pijnlijk zijn voor mij en omgekeerd. Toch zal ik dat verschil tussen ons en de pijn die mij dat kan doen, accepteren en met jouw in gesprek blijven op een respectvolle manier. Dit is wat er onder de deugd ‘tolerantie’ wordt verstaan. Dat we niet onverschillig zijn, maar luisteren, proberen de ander te begrijpen, en het verschil laten bestaan als we niet nader tot elkaar komen. Dat we niet langs elkaar heen leven en elkaar uit de weg gaan, maar samen verder gaan, ondanks het verschil.

Dat brengt me bij het punt van de vrijheid van meningsuiting. Lid 1 van dit artikel luidt: “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Vaak wordt dit artikel aangehaald om kwetsende, discriminerende of racistische uitspraken te rechtvaardigen. Want in de wet staat toch ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’? En als het niet bij wet verboden is, mag het dus gezegd worden. Hoewel dit volgens de wetten van de logica correct gedacht is, wil dat nog niet zeggen dat het ook ethisch verantwoord is om zo te handelen.

Laat ik dit met de notie van vrijheid verder verduidelijken. Vrijheid kunnen we interpreteren als positieve en als negatieve vrijheid. Positieve vrijheid is de mogelijkheid die je krijgt om iets te kunnen doen of bereiken. Een positief recht is bijvoorbeeld het recht op onderwijs. Negatieve vrijheid is dat belemmeringen worden weggenomen. De vrijheid van meningsuiting is hiervan een voorbeeld. De wet zegt dat er geen censuur wordt toegepast. Dat maakt ons vrij om te zeggen wat we vinden en voelen.

Maar maakt dit ook dat je dan alles kunt zeggen wat je vindt en voelt? Maakt dit dat je elke gewenste intonatie kunt gebruiken? Nee. We hebben te maken met fatsoensnormen. Maar die zijn zo glibberig. Die laten zich zo moeilijk vastpakken en vastleggen.

Wat helpt ons dan om goed het gesprek te voeren? Ik kom terug bij de deugd van de tolerantie. Deze deugd eist van ons dat we op een gelijkwaardige manier met elkaar in gesprek gaan. En gelijkwaardig betekent hier onder andere dat we gelijk zijn in macht.

Macht; het volgende pijnpunt. Dit wordt in de inleiding van Dutch Racism aangehaald als het probleem. De witte man, de westerse landen die de wereld kolonialiseerden, hebben nog steeds de macht en onderdrukken ‘onbewust’ nog steeds de moslims en de zwarte mensen. ‘Onbewust’ heb ik tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat in Dutch Racism hiermee wordt aangeven dat we bewust niet willen weten dat we discrimineren. Bewust iets niet willen weten kan ik ook omschrijven als ‘wegkijken’ en ‘huichelachtig zijn’.

Nederland wil in veel dingen het beste jongetje van de klas zijn en dit verwijt krijgen is dan ook pijnlijk. Toch kan ik het niet ontkennen. Ook ik zie voorbeelden van lagere schooladviezen, scepsis en argwaan ten aanzien van islamitische vrouwen in alles bedekkende kleding, en de misdaadcijfers van Marokkaanse jongeren.

Maar het grote probleem in deze discussie is dat het steeds om groepen gaat, om men, om de Nederlander. Dit leidt ertoe dat niemand zich verantwoordelijk voelt. Dit is het probleem van het men. Het is een anonieme groep. Het lukt zo niet om mensen in beweging te zetten. Het zet eerder kwaad bloed. Want in die grote groep die aangesproken wordt, zitten ook veel mensen die zich het wel aantrekken wat er gezegd wordt, maar terecht zeggen: “Ja, maar wat kan ik hier aan doen? Wat kan ik in mijn eentje?” of “Maar dat geldt niet voor mij.” In het huidige agressieve debat voelen sommige blanke mensen zich aangevallen, schuldig, maar is er geen ruimte om daadwerkelijk in gesprek te gaan; om het over boete en vergeving te hebben. En voelen de echte racisten zich wel aangesproken? We komen zo geen stap dichter bij elkaar.

Wij zitten in Europa opgezadeld met natiestaten. Wij denken al generaties in wij tegenover zij. Onze geschiedenis is een geschiedenis van landen die ontstonden, uiteen zijn gevallen, zijn verdwenen, opgeschoven zijn en weer tot bloei zijn gekomen. Wij tegenover zij. Er is maar een mogelijkheid om die tegenstelling te overbruggen: met elkaar in gesprek gaan, een persoonlijk gesprek voeren waarbij we daadwerkelijk tolerant zijn.

Die gesprekken voeren we veel te weinig. We zitten veel te veel opgesloten in onze hokjes. Daarom, Bart, ben ik blij dat wij, ook al is het in briefvorm en zit er afstand tussen ons, zo met elkaar in gesprek zijn.

En dat brengt me terug naar jouw laatste brief. Het klopt, twee zaken waren mij in het verkeerde keelgat geschoten: ‘problematiseren’ wil ik graag vervangen door ‘verwonderen’. Of zoals ik in deze brief laat zien, door ‘bekritiseren’. Bekritiseren, niet opgevat als ‘er tegenaan schoppen’, maar als een nauwkeurige observatie waarbij de pijnpunten worden benoemd. Het andere dat verkeerd viel was Wit Wonderland. Ik vertelde in mijn vorige brief dat ik als kind al niet meer geloofde in Wit Wonderland.

In je laatste brief leg je echter uit dat Wit Wonderland verwijst naar het feit dat we racisme niet zien. Ik denk dat Kwame Nimako hiermee veel welwillende en weldenkende mensen in Nederland tegen het zere been schopt. Er zijn genoeg mensen die vormen van racisme zien, maar die zelf niet racistisch willen zijn; niet die intentie hebben. Ik hoor jou nu al in gedachte zeggen: ‘maar het gaat om de uitwerking van de handeling, om hoe het overkomt op de ander.’

Hoe kun je iemand ter verantwoording roepen, iemand zijn gedrag laten veranderen, als hij zelf dat gedrag niet zo interpreteert? Ik zal dit illustreren met een voorbeeld uit mijn jaren voor de klas als docent filosofie. In het eerste jaar dat ik voor de klas stond had ik een V6-groep die erg gezellig was, maar soms te. Twee vriendinnen waren vaak met elkaar aan het kletsen en ik riep ze regelmatig tot de orde. Deze twee vriendinnen hadden allebei een niet-Nederlandse achtergrond. Op een bepaald moment hoorde ik dat één van die twee mij vond discrimineren. Mijn mond viel open. Wat was hier aan de hand? Ik ging met haar in gesprek. Zij vond mij discrimineren, omdat ik haar vaker dan anderen tot de orde riep. Ik vond mijzelf niet discrimineren, omdat ik haar enkel tot de orde riep omdat ik last had van haar gepraat. Hoe we dit hebben opgelost? We hebben naar elkaars verhaal geluisterd en afgesproken dat zij beter zou opletten en ik haar daarom minder zou corrigeren.

Zo kom ik dus terug op tolerantie. Ga met elkaar echt het gesprek aan, luister naar elkaar en zie of je nader tot elkaar kunt komen. Maar als dat niet gebeurt, accepteer dan de pijn. We zijn echter nog niet zo ver dat we de pijn moeten accepteren. Het gesprek moet nog beginnen. We moeten elkaars verhalen leren kennen. En of dat leidt tot kleurrijk of grijs wonderland is mij om het even. Wit en zwart mengt tot grijs, maar als je het kleurrijk wilt noemen, is dat geen probleem. Dat is wel zo fleurig.

Vriendelijke groet,
Tanja

Tanja van Hummel

Tanja van Hummel

Filosoof en Schrijfcoach

Tanja van Hummel is filosoof en schrijfcoach. Tijdens haar filosofiestudie aan de Radboud Universiteit ontdekte zij een voorliefde voor …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.