Ook krijgt de PVV het voor elkaar met haar beroep op de joods-christelijke traditie meer mensen achter zich te scharen dan alle expliciet christelijke partijen bij elkaar. Dat is knap irritant voor de kerken zelf – ook hun leden stemmen op deze partij. Snapt de PVV dan beter wat mensen beweegt en wat de christelijke traditie inhoudt dan de kerken? Je moet die conclusie bijna wel trekken – als de getallen tellen.

Wat er gebeurt, is veel meer dan een rondje verbaal straatvechten alleen – met de kerken als verliezers in de statistieken. In het debat ontdekken kerken en theologen de betekenis van hun traditie en hun plaats in de maatschappij opnieuw. Daar kunnen ze niet dankbaar genoeg voor zijn. Het gaat daarbij om twee thema’s in het bijzonder:
(1) de samenhang tussen levensbeschouwelijke en nationale identiteit;
(2) de oorsprong van het christendom als een marginale sekte en het karakter van de Bijbelse teksten.

Joods-christelijk en nationaal?

Kerken gaan om morele redenen in tegen de PVV en Geert Wilders. Maar er is ook nog een andere reden voor alle verzet en irritatie. De PVV zet precies in op het samenvallen van levensbeschouwelijke identiteit en nationale identiteit waar kerken vaak ook nadruk op gelegd hebben – en soms nog steeds leggen. In de twintigste eeuw ontwikkelde zich dit van de gedachte dat een echte Nederlander eigenlijk protestant moet zijn, via de notie dat een Nederlander toch tenminste christelijk zou moeten zijn, naar de gedachte dat een Nederlander zich toch minimaal in een verlichte joods-christelijke traditie zou moeten thuisvoelen.

Één gedachte daarachter was die van inclusiviteit: de noemer werd steeds breder, zodat ook katholieken en Joden er onder konden vallen. Een andere motivatie was die van politiek opportunisme: een inclusieve term spreekt ook meer mensen aan. Een belangrijke reden waarom kerken een kater hebben van de politieke inzet van de term ‘joods-christelijk’ is dat dit mooie, zo inclusieve begrip nu omgekeerd is in een middel om anderen buiten te sluiten. Dat laat gelijk ook twee verborgen schaduwkanten ervan zien.

(1) Het begrip ‘joods-christelijk’ heeft altijd ook een exclusieve, bijvoorbeeld anti-socialistische en anti-liberale, kant gehad, waar politieke punt uit geslagen werd. Met name ook door christelijke partijen en kerken. Identificeerden kerken en christelijke partijen zich dan met een begrip dat ze bij nader inzien toch minder christelijk moeten vinden dan toen ze het omarmden?

(2) Het debat maakt ook pijnlijk duidelijk dat het laten samenvallen van een nationale identiteit (‘Nederlander’) en een levensbeschouwelijke identiteit (‘joods-christelijk’) tot problemen leidt en twee dingen verwart, namelijk staatsburgerschap en levensbeschouwing. Net zo min al het tweede op het eerste gebaseerd is, is het eerste op het tweede gebaseerd. Juist vanuit christelijke traditie werkt dat niet, gezien het principieel supra-etnische karakter ervan.

De oplossing voor deze problemen is daarom ook niet een nieuw begrip en een nieuwe nationale levensbeschouwing als joods-christelijk-humanistisch-islamitisch-boeddhistisch of iets in die richting, maar het loslaten van het samenvallen van nationale en levensbeschouwelijke identiteit. Dat de kerken daarbij ook een stukje geschiedenis en medeplichtigheid te verwerken hebben, is helder. De PVV is daarvoor, tegen wil en dank, een broodnodige katalysator.

Politiek als leeshulp bij de Bijbel

De claim van politieke partijen, het meest prominent de PVV, op de joods-christelijke traditie is ook een claim op de bronnen van de christelijke traditie. Dat botst natuurlijk met precies dezelfde claim van kerken en theologen. Zij representeren deze bronnen toch immers? Maar hoe gebeurt dat dan? Hoe wordt de Bijbel gelezen? Wat is het beeld van de vroegste christenen, bijvoorbeeld? Het duwen en trekken over wie nu de christelijke traditie het beste weergeeft, een politicus die ‘joods-christelijke traditie’ roept of de kerken, dwingt ook tot zulke vragen. Dat is hard nodig.

Hier werkt iemand als Geert Wilders op een boeiende manier samen met moslimvluchtelingen. Er is niemand die zo nadrukkelijk de aanwezigheid van de laatste groep benoemt als de PVV-leider – en er een oplossing voor voorstelt. De kerken hebben dat thema ook opgepakt en stellen een ander antwoord voor – de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) procedeerde tot op Europees niveau tegen de Nederlandse staat om een bed, bad en broodregeling af te dwingen, bijvoorbeeld. Dit staat op de voorgrond. Op de achtergrond gebeurt iets anders en op de langere termijn – hoop ik – iets net zo wezenlijks. De manier waarop kerken en theologen naar hun eigen traditie kijken verandert.

Een thema als ‘vluchteling’ wordt opeens zichtbaar in de Bijbel (zie bijvoorbeeld hier). Op dezelfde manier neemt het bewustzijn toe dat het vroege christendom ontstaan is onder mensen die een stuk meer leken op de vluchtelingen van nu dan op de kerken van nu: maatschappelijk, religieus en cultureel marginaal. Dat verandert de interpretatie van teksten massief.

Een voorbeeld is de interpretatie van de kruisiging van Jezus. Die wordt nu steeds meer en beter begrepen als de executie van een Joodse vreemdeling uit Galilea met radicale politieke en religieuze overtuigingen in bezet Romeins Jeruzalem. Dit vervangt interpretaties die de politieke kant van Jezus negeren en alle nadruk leggen op zijn dood als offerdood voor het gelovige individu. Die politieke en religieuze radicaliteit van Jezus had als kern een geloof in een nieuwe hemel en aarde met daarin een gerechte plek voor iedereen en verzet tegen de normaliteit van een wereld waarin machtsverschil op basis van afkomst, bezit, of aanzien ‘normaal’ was. Juist deze mens Jezus werd bij uitstek als Zoon van God gezien, in wie God zelf tegenwoordig was. Wat betekent dit voor kerken en hun plaats in de samenleving? Met wie moeten zij zich identificeren? Kerken en theologen moeten dit opnieuw bedenken – met dank aan de politieke situatie. De nieuwe politieke context dwingt ertoe de eigen bronnen op een nieuwe, corrigerende en protesterende manier aan te boren.

Felix culpa: een gelukkig ongeluk

Kerken en theologen hebben dus alle reden om bij alle kritiek op politici en partijen ook zelfkritiek te oefenen en terug te kerken naar hun eigen en eigenlijke bronnen. De conflicterende claims op de ‘joods-christelijke traditie’ maken dat noodzakelijk. Felix culpa zegt een theoloog daarover: een gelukkig ongeluk. De uitdrukking komt uit een lofzang, het Exsultet, die met Pasen gezongen wordt. Daarin gaat het over de menselijke schuld die in Christus een zo grote verlossing mogelijk gemaakt heeft. Een soortgelijk verlossing uit de greep van een nationale levensbeschouwing of bijbelinterpretatie zonder gevoel voor de marge zou voor mij een mooi Pasen 2017 opleveren. Met de onwennige gedachte dat juist Geert Wilders mij geholpen heeft de Bijbel opnieuw te ontdekken.

Pieter-Ben Smit

Peter-Ben Smit

Hoogleraar

Peter-Ben Smit is hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, bijzonder hoogleraar vanwege het …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.