In het afgelopen decennium hebben verschillende internationale rivieren de status van rechtspersoon gekregen. De eerste rivier was de Whanganui rivier in Aotearoa Nieuw-Zeeland, waaraan het Nieuw-Zeelandse parlement in maart 2017 de rechten, bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheden van een rechtspersoon heeft toegekend. Tegelijkertijd zijn twee beschermers verantwoordelijk voor het behoud van de gezondheid en het welzijn van de rivier.[1] In dezelfde maand werden de rivieren Ganges en Yamuna door de Indiase deelstaat Uttarakhand tot rechtspersoon uitgeroepen. Twee jaar later – in mei 2019 – kreeg de Klamath rivier in de VS persoonlijkheidsrechten toegekend door de Yurok Tribe. En tenslotte, in februari 2021, volgde de Magpie River, die persoonlijkheidsrechten kreeg van de Minganie Regional Municipality en de Innu Council van Ekuanitshit.

Maar wat is het doel van de erkenning van een rivier als rechtspersoon? En kan een rivier wel een rechtspersoon zijn? En wat kan het betekenen dat een rivier rechten heeft, maar ook plichten?

Inheemse wereldbeelden

In de eerste plaats is het van cruciaal belang op te merken dat het juridische begrip “rechtspersoon” niet beperkt is tot menselijke personen. Bedrijven kunnen ook rechtspersonen zijn. Vanuit juridisch-filosofisch oogpunt is de uitbreiding van het begrip tot rivieren dus in eerste instantie niet problematisch. [2] Integendeel, het zou zelfs kunnen worden beschouwd als een noodzakelijke stap om tegenwicht te bieden aan de macht van bedrijven in de strijd om grondstoffen. Bedrijven als rechtspersonen met economische belangen zouden dan worden geconfronteerd met rivieren als rechtspersonen die worden vertegenwoordigd door plaatselijke gemeenschappen. Deze plaatselijke gemeenschappen zouden aldus over een sterk juridisch instrument beschikken om de zuiverheid en integriteit van de plaatselijke ecosystemen te verdedigen tegen economische belangen.

Een tweede reden voor een dergelijke juridische constructie is de wereldbeschouwing van Inheemse volkeren, die de natuur niet zien als een hulpbron maar als onderdeel van een netwerk van relaties. [3] In zo’n wereldbeeld is een rivier een voorouder, een lid van iemands familie of stam. Vaak wordt een rivier zelfs als heilig beschouwd. Een rivier tot rechtspersoon verklaren kan dus een stap zijn om deze Inheemse wereldbeelden ook in de nationale rechtspraak te respecteren. Met name in het geval van Aotearoa Nieuw-Zeeland is een dergelijk voornemen een belangrijke reden geweest.

Inheemse wereldbeelden kunnen ook een benadering bieden voor de wijze waarop wij de wederzijdse verplichtingen tussen de rivier en de mensen kunnen begrijpen. Volgens de Maori-filosofie (Nieuw-Zeeland) vereist het spreken over de plichten van een rivier een historisch perspectief. Mensen worden geboren in een netwerk van relaties en de rivier maakt deel uit van die relaties. Door aan de rivier op te groeien en haar te gebruiken, ontvangen de mensen iets van de rivier, zodat de rivier haar rol in dit netwerk vervult. Het spreken over een plicht ten opzichte van de rivier is dus niet normatief voor de toekomst, maar erkent dat de rivier in het verleden haar taak heeft vervuld.

Nederland

Sinds een aantal jaren zien we ook in Nederland initiatieven ter bevordering van de rechten van de natuur.[4] Bijvoorbeeld de “Ambassade van de Noordzee”, die er voor ijvert om de Noordzee tot rechtspersoon te verklaren. Of IVN Limburg dat onderzoekt of de Maas de status van rechtspersoon zou kunnen krijgen. Twee Nederlandse partijen (GroenLinks, Partij voor de Dieren) bespreken nu actief de kwestie van de “rechten van de natuur” als onderdeel van hun partijprogramma’s.

Twee problemen

Maar door een deel van de natuur tot rechtspersoon te verklaren worden niet automatisch alle milieuproblemen opgelost. Twee vragen moeten daarbij worden beantwoord: Hoe zijn de rechten van de natuur in de nationale rechtspraak verankerd? En wie vertegenwoordigt de natuur als rechtspersoon?

Als natuurrechten niet door de nationale jurisprudentie worden ondersteund kunnen er problemen ontstaan. Dit is bijvoorbeeld het geval in Ecuador, waar de rechten van Moeder Natuur sinds 2008 deel uitmaken van de grondwet. Toch stond president Rafael Correa de exploratie van olie in het Amazonegebied toe en beëindigde hij een moratorium op de exploratie van olie in het Yasuni Nationaal Park.[5] In Ecuador moeten particulieren procederen voor de rechten van de natuur. Het Nieuw-Zeelandse systeem kent daarentegen twee beschermers die tot taak hebben de rivier voortdurend in de gaten te houden. Bijgevolg is het Nieuw-Zeelandse model doeltreffender dan het Ecuadoriaanse model.

De vraag wie de natuur vertegenwoordigt is eveneens belangrijk. Als de vertegenwoordigers deel uitmaken van de regering of van economische ondernemingen, blijft natuurbehoud moeilijk. De vertegenwoordigers moeten tot op zekere hoogte onafhankelijk zijn en belangstelling hebben voor het welzijn van de natuur. Inheemse volkeren zijn hier bijzonder geschikt voor, aangezien de natuur en de plichten jegens de natuur centraal staan in hun wereldbeeld.

Rechten voor Moeder Natuur, rechten voor rivieren, bergen en meren – een dergelijke juridische constructie kan dus een doeltreffend juridisch middel zijn voor de bescherming van de natuur, mits aan de juiste voorwaarden is voldaan. Maar dat niet alleen. Zo’n juridische constructie kan ook een eerste stap zijn om afscheid te nemen van koloniale denkwijzen in het rechtssysteem en de jurisprudentie op te bouwen op een pluriform fundament dat ook Inheemse wereldvisies omvat.

Noten:

[1] New Zealand Ministry of Justice. 2017. “Te Awa Tupua (Whanganui River Claims Settlement) Act 2017”. Parliamentary Counsel Office: 15 en 88
[2] Rafi Youatt, 2017. “Personhood and the Rights of Nature: The New Subjects of Contemporary Earth Politics”. International Political Sociology 11: 43.
[3] Watene, Krushil. 2016. “Valuing Nature: Māori Philosophy and the Capability Approach”. Oxford Development Studies 44 (3): 292.
[4] Lambooy, Tineke, Jan van de Venis, and Christiaan Stokkermans. 2019. “A case for granting legal personality to the Dutch part of the Wadden Sea”. Water International 44(6-7): 786-803.
[5] Altmann, Philipp. 2014. ‘Good Life As a Social Movement Proposal for Natural Resource Use: The Indigenous Movement in Ecuador’. Consilience: The Journal of Sustainable Development 12 (1): 90.

Matthias Kramm

Matthias Kramm

Matthias Kramm is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Wageningen in het GEOS project.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.