Als woordvoerder van de katholieke Kerk heb ik de nodige misbruikzaken voorbij zien komen en was ik aanwezig bij de eerste besprekingen in de Bisschoppenconferentie toen het van incidentele gevallen opeens om een grootschalige problematiek bleek te gaan. Dat was voor alle bisschoppen oprecht schokkend. Het heeft geleid tot een pijnlijk leerproces, waarin zichtbaar werd dat een oude bestuurlijke cultuur van wegduwen en negeren alleen maar tot grotere wonden heeft geleid. Daarvoor hebben de bisschoppen van Nederland, en elders in de wereld, terecht hun spijt betuigd en net als de betrokken orden en congregaties ook letterlijk een hoge rekening betaald.

Schaamte en naïviteit

Waar ik persoonlijk niet in geloof, en toch enigszins proef in de stukken van de NRC, is dat bisschoppen een soort leiders van een quasi-criminele organisatie waren die willens en wetens hun ogen sloten voor priesters die zichzelf niet konden beheersen. Natuurlijk zal de angst voor reputatieschade mee hebben gespeeld. Maar ik heb veel schaamte gezien én heel veel naïviteit. Vooral het verplaatsen van priesters met misbruik in hun genen, is achteraf ongelooflijk dom en eigenlijk onvergefelijk geweest. Inmiddels weten we dat de kans op recidive zo ontzettend groot is, dat zelfs met therapie en laat staan na excuses en een biechtgesprek, je erop kunt wachten totdat de bom afgaat.

Complex

Gevoelsmatig ben ik altijd voor een keiharde, ‘zero tolerance’-aanpak geweest. Wie op seksueel misbruik met een minderjarige wordt betrapt, vliegt eruit. Niet aankomen met verhalen over het celibaat of de gebrekkige seksuele vorming op het seminarie – daarmee zet je de deur open dat daders zich als slachtoffers gaan manifesteren. Gewoon opzouten, wegwezen en nooit meer in de buurt van een kerk komen.

Tegelijkertijd heb ik ook gezien hoe complex zaken soms lagen, zelfs wanneer je – zoals ik – geen begin van clementie wil tonen voor iemand die zich vergrijpt aan een minderjarige. Het begint al met de waarheidsvinding, zeker bij oudere zaken waarover de NRC vooral bericht. Wanneer een priester nu op heterdaad wordt betrapt, dan zullen de politie en het Openbaar Ministerie met alle middelen waarover zij beschikken hun werk doen. Vervolgens is het aan de rechter om de zaak te beoordelen en eventueel een straf op te leggen. De kerk zal gedurende het strafrechtelijke onderzoek een priester waarschijnlijk op non-actief stellen en bij een schuldig verklaring vermoedelijk iemand ‘terugbrengen tot de lekenstand’, zoals dat officieel heet. Dan is het relatief eenvoudig.

cross-1979473_1920
Beeld door: Pixabay

Bij oudere zaken ligt dat een stuk lastiger. De ‘spelregels’ van de rechtstaat maken het onmogelijk om de waarheidsvinding aan het OM over te laten, bijvoorbeeld vanwege verjaring of omdat een verdachte overleden is. Dus moet de kerk zelf aan de bak en dat is vaak niet eenvoudig. Onder het ‘Deetman-regime’ heeft de katholieke Kerk in Nederland gekozen voor een ‘ruimhartige’ benadering, ook door klachten te erkennen die bij een ‘wereldlijke’ rechter waarschijnlijk nooit tot een veroordeling had geleid, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van ondersteunend bewijs of weinig waterdichte verklaringen. Ik denk dat dat onder de omstandigheden niet anders kon. Maar ik kan mij óók de pijn en het verdriet voorstellen van bijvoorbeeld familieleden van inmiddels overleden priesters en religieuzen die naar hun mening wel heel gemakkelijk met terugwerkende kracht tot dader zijn verklaard.

Vooral in dossiers die naar een ver verleden teruggrepen, waarbij de ‘verdachte’ inmiddels dood was én waarin slechts sprake was van één klacht (wat niet past bij het hoge recidiveprofiel van de meeste daders) zullen er ook foute beoordelingen zijn gemaakt. Nogmaals, onder de gegeven omstandigheden kon dat niet anders. Maar ook dat is een hele vervelende kant van deze hele affaire.

Geen gewone werkgever

Wat maatschappelijk ook moeilijk valt uit te leggen, maar bijdraagt aan de complexiteit, is dat de katholieke Kerk niet een gewone werkgever is die een priester of kloosterling na een misstap op staande voet kan ontslaan en alle handen van zo iemand af kan trekken. In het NRC-verhaal komen een aantal ‘benoemingen’ voor die niets te maken hebben met professionele functies. Als iemand als straf uit het priesterschap wordt gezet, blijft zo iemand wel gewoon katholiek. Misschien moeten de bisschoppen het daar nog eens over hebben maar seksueel misbruik leidt vooralsnog niet automatisch tot excommunicatie. En dus loop je het risico dat iemand als vrijwilliger in een parochie (die niet op de hoogte is van een zwart verleden) toch taken krijgt die je eigenlijk niet zou willen hebben. Met de verplichting van een VOG binnen de Nederlandse kerk is daar veel verbetering in gekomen maar ‘waterdicht’ is het niet. De kerk beschikt nu eenmaal niet over een ‘track & trace’-systeem waardoor mensen voortdurend op de radar blijven.

Geen gewone werknemers

Priesters en religieuzen zijn ook geen gewone werknemers. Vaak hebben ze een levenslange band met hun leidinggevenden en andere collega’s binnen hun bisdom, orde of congregatie (nog los van allerlei canonieke bijzonderheden). Dat maakt de reflex bij een misstap ook anders, net zoals de familie van iemand die een strafrechtelijke fout begaat daar anders op reageert dan een werkgever of een buurman. Inmiddels zullen veel bisschoppen en andere leidinggevenden geen risico meer nemen en meteen overstappen op een ‘harde interventie’ (of tenminste de afhandeling van een klacht niet zelf doen maar aan een buitenstaander overlaten) maar dat is vanuit de cultuur van een waardengemeenschap waarin onderlinge verbondenheid en loyaliteit heel belangrijk zijn niet vanzelfsprekend en minstens knap lastig.

Het Vaticaan (en ook veel Kerkprovincies waaronder Nederland) benadrukt dat er inmiddels veel lessen zijn geleerd en alles op alles wordt gezet om nieuwe misbruikzaken te voorkomen. Ik denk dat dat ook waar is. Daarmee zal de storm die nu over de Kerk heentrekt niet meteen stil vallen. Dat is heilzaam en onvermijdelijk. Zoals er toch nog naar aanvullend beleid zal moeten worden gekeken, net als andere maatregelen en misschien zelfs ontslagen van bisschoppen en anderen die niet meer geloofwaardig kunnen functioneren. Je zult de pijn moeten blijven benoemen, excuses blijven maken en ook in daden moeten laten zien dat je het verleden niet van je afschuift.

Bemoediging

Toch vraagt deze tijd ook om bemoediging van iedereen die – ongeacht haar of zijn positie binnen de kerk – erbij wil blijven horen. Om tekens van nieuwe hoop, elan en geestkracht. Het is logisch dat publicaties zoals in de NRC bij veel katholieken, niet in de laatste plaats ook bij de bisschoppen, de neiging ontlokt om gewoon maar in bed te gaan liggen en de dekens over zich heen te trekken. Maar het is ook tijd om weer zichtbaar te worden door relevant te zijn voor een wereld die smacht naar zachte krachten, vaste waarden, zinvolle verhalen, diepgang en echte verbinding. De katholieke Kerk heeft moedige mensen nodig die fouten in het verleden erkennen maar eveneens het lef hebben om in die weerbarstige kerk te blijven en voor de toekomst te kiezen.

Voordat u verder leest

U kunt deze melding wegklikken. Maar goede artikelen schrijven en aansprekende diensten aanbieden kost geld. Steun daarom onze missie en word al vanaf € 4 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
wits

Jan-Willem Wits

Communicatie-adviseur

Jan-Willem Wits studeerde theologie en werkt als zelfstandig communicatie-adviseur voor zeer uiteenlopende opdrachtgevers.
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.