Eerlijk gezegd, ook ik heb zitten slapen. Dit lied stond ook in het oude liedboek (uit 1973) en ik liet dit specifieke vers wel eens lezen aan mijn buitenkerkelijke vrienden om aan te geven dat we nieuwe liederen nodig hadden. En dan waren ze standaard ontzet bij deze strofe. Ik ging er om die reden van uit dat dit lied sowieso gesneuveld was in de voorselectie. Dat bleek dus niet zo te zijn. “Zingen ze bij de protestanten nog over negers met hun loftrompet en de joden met hun ster?” las ik dit weekend op Twitter. En pas toen ging ik kijken. Als je bedenkt dat het nieuwe liedboek tot stand is gekomen via een uitvoerig proces van redactie en consultatie van theologen en kerkelijke gemeenschappen, dan is het veelzeggend dat deze tekst niet is gesneuveld. Omdat ik wilde weten waarom, zocht ik contact met enkele makers van het liedboek. Auteursrechten, de boodschap achter het lied namelijk reparatie van leed en de goede intentie van de auteur kwamen naar voren.

Het lied Jeruzalem, mijn vaderstad is eigenlijk een vertaling van een Engelse hymne uit de zestiende eeuw. Het lied is een lofzang op de heilige stad Jeruzalem die aan het einde der tijden haar poorten opent voor de verdrukten en de vernederden. De strofe met “negers met loftrompetten en Joden met sterren” was door Barnard bedoeld als een navertelling van de oorspronkelijke tekst waarin het gaat om gezegende heiligen. Willem Barnard probeerde zo de eeuwen te overbruggen en het lied dichter bij de tijdgeest te brengen. Waarschijnlijk met de beste bedoelingen heeft hij hij zich hier bediend van beelden en woorden waarvan je – zeker tegen het licht van het felle anti-racisme debat – niet anders kunt dan concluderen dat we hiervan af moeten. Dit soort liederen kun je gewoon niet meer zingen.

De metaforen en woordkeuze van Willem Barnard verraden iets over de tijd waarin hij het lied schreef. De tekst stat niet op zichzelf. Zo verspreidde de katholieke kerk in het kader van Wereld-missiedag in 1960 een gebedsprentje met daarop “Gebed van een neger”. “Negerdichter” – het staat er echt – Zack Gilbert bad hier: “Ik ben best tevreden met mijn zwarte snuit (…) maar als ik naar de hemel ga Heer Jezus (…) geef me dan een mager wit gezicht. Twee keer de hel is wel een beetje veel.” Ook in dit gedicht gaat het om het herstel van lijden en verhoging van vernederden. Maar een bezoekje aan Jeruzalem is niet genoeg. Een witte huid en zacht sluik haar is het vrome ideaal.

Je kunt er natuurlijk voor kiezen om een strofe in een lied of een oud gebedsprentje te verzwijgen. Het doet ook pijn om openlijk te erkennen dat je juist op dit punt, de menswaardigheid, als christenen tekort schiet. Maar ik kies daar niet voor. Want zo verandert er niets. En als mensen aangeven last te hebben van stereotypen en veronderstellingen vanwege hun huidskleur, dan verplicht dat ons allemaal om te onderzoeken waar dat dan mis gaat. Ook kerken kampen met verhullend racisme, tot op de dag van vandaag: De met de-beste-bedoelingen-zwarte-piet die dus ook door kerken op de troon wordt gezet naast Onze Lieve Heer.

De tekst van Willem Barnard moet wat mij betreft zo snel mogelijk uit het nieuwe liedboek. Dit boek beoogt een visitekaartje te zijn. En ook al gaat het het in het lied van Willem Barnard om het ongedaan maken van lijden: een aanklacht tegen slavernij en holocaust dient vrij van racistische taal en beelden te zijn.

Mijn motief voor dit pleidooi ligt ook in het recente verleden. Toen ik niet zat te slapen. In 2013 kwamen kerken in Nederland ook met een gezamenlijke verklaring waarin ze spijt betuigden over het slavernijverleden. Toen Wilders in 2014 de menigte “Minder, minder, minder” liet scanderen, organiseerden de Nederlandse kerken een tegengeluid. Er kwam een kerkdienst tegen racisme onder de noemer “Wij geloven in meer”. Juist daarom geloof ik niet meer in het lied Jeruzalem, mijn vaderstad van Willem Barnard.

Voor de volledige tekst van Jeruzalem, mijn vaderstad, klik hier.

girl-512

Tom Mikkers

Theoloog

Remonstrants theoloog en werkzaam bij de Evangelische Omroep
Profiel-pagina
Al 24 reacties — praat mee.