Nico ter Linden deed vaak denken aan een wijsgeer die zich het spreken over God vertrouwd had gemaakt en godzijdank regeltjes en dogma’s had losgelaten. Soms deed hij mij denken aan Rabindranath Tagore in Geloof is de vogel die zingt in de nacht. Tagore zei:

‘Uit vreugde worden levende wezens geboren;
naar vreugde zijn zij op weg
en in vreugde gaan zij binnen.’

Of aan Guido Gezelle:

Mij spreekt de blomme een tale
mij is elk kruid beleefd
mij groet het altemale
dat God geschapen heeft.

Soms zag ik in zijn stralende oogopslag de vreugde van het spreken als Jezus. Hij kwam met de tegendraadse boodschap om je eigen innerlijke stilte te begrijpen. Triomfantelijk keek hij dan op: ‘Weer een kogel door de kerk. Hallo, heilig huisje – staat gij daar nog?’

Waarom ik zo over hem schrijf? En waarvan ik die triomfantelijk opkijkende blijk ken bij de tegendraadse wijsheid die hij bood? Een aantal jaren mocht ik naast hem zitten op de eerste rij in de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam op het Waterlooplein. Daar namen wij deel aan de veelkleurige ‘interreligieuze’ kerstnachtdienst. Elke spreker stak eerst een kaarsje aan – zoals in de Universele eredienst van de soefibeweging – en sprak dan een aantal minuten de bomvolle kerk toe. Als ik sprak lette ik vooral op het gezicht van Nico ter Linden. Terugkomend op mijn plek gaf hij genereus een complimentje. Dat beschouwde ik als een goede aantekening van de rector.

‘Hetzij wij leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren’, haalde hij Bredero’s tekst aan. ‘Het hele leven is een gebed of niet en je moet ‘God niet aan zijn kop zeuren met elk zorgje en pijntje.’ Wel deelde hij soms zijn ‘wanhoop’ over de ellende in de wereld met God. De heiligheid van iemands privégeloof moeten we blijven respecteren.

Nog lang geen beloofd land in zicht. Alleen inzichtelijk te bereiken; een verinnerlijking; een naar binnen keren, vlak voor of na een ommekeer: door de pijn groeit het bewustzijn, zowel individueel als collectief. Hij kwam op de ‘elitegemeente’ van Amsterdam in de Westerkerk over als iemand die van wanten wist. Van wanten weten houdt in dat je door de hel ging om de hemel te bereiken – en het wonderschone is, dat het zich allemaal op Aarde afspeelt: alle rest is mysterie en illusie, begoocheling en veronderstelling. Zo simpel is dat, maar zo moeilijk om het vooraf te zien, als je het pas achteraf in de gaten hebt. Als die drempel die je moest overschrijden, om te zien dat er helemaal geen drempel was. Maar o, als de deuren der waarneming totaal zouden worden opengezet – zouden wij in staat zijn alles ineens te omvatten? Ik denk het niet; kennis wordt druppelsgewijs toegediend, soms heel intens, alles in één seizoen, dat soms een half decennium of langer stand hield.

Hij deed soms denken aan de Bewogen Beweging, van Willem Sandberg van het Stedelijk Museum: Openbaringen, kunst die lééfde! Bij hem was het openbaringen: de onbegrepen Jezus leeft weer! Mijn stem mag met mij een heel leven mee. Zelf meegemaakt. Nog geen mondje dicht, of monddood. Hij bood geen oplossingen: het leven, de samenleving is nog altijd een dynamisch labyrint waarin je slechts met flexibiliteit en geleid door ingevingen de weg kunt vinden, en wat betreft de bewogen beweging: elke zoveelste televisieminuut biedt je een gironummer, of doet een ander beroep op je medeleven. (Vrij naar Simon Vinkenoog). En hij deed me denken aan het bekende gedicht van Rumi, de Herberg.

Ons mens-zijn is als een herberg
Elke dag komen er nieuwe gasten

Vrolijkheid, somberheid, een slechte bui
Er daagt even bewustzijn …
Als een onverwachte bezoeker.

Verwelkom ze allen en biedt ze een gastvrij onthaal!
Ook al zijn het een hoop zorgen
Die je huis overhóóp halen.

Behandel toch elke gast met respect
Misschien ruimt hij iets bij je op
En maakt zo plaats voor iets nieuws, iets goeds

De sombere gedachte, de schaamte, de boosaardigheid
Treedt ze lachend bij de deur tegemoet!
En nodig ze binnen

Wees dankbaar voor wie er maar komt
Want ieder van hen is gestuurd als een gids uit het onbekende.

Rumi (De Herberg)

Bij Nico ter Linden werden gedragen woorden als, ‘Liefde tot God en je medemens’ lichtvoetige geheugensteuntjes: De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.

Verticaal geloof heeft niet zoveel betekenis als je horizontaal er niet voor de ander bent. God was voor Nico ter Linden een mysterie: ‘Met de dichter Bredero zeg ik: Want gij hebt mij gemaakt en moogt mij weer ontmaken. U gaat uw gang maar, Heer.’ Zelf zei hij: ‘De Eeuwige maakt het af, want dit kan immers het einde niet zijn, toch?’

Abdulwahid van Bommel

Abdulwahid van Bommel

Schrijver / Vertaler

Abdulwahid van Bommel is schrijver en vertaler. Zijn nieuwste boek is Koranuitleg voor kinderen.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.