Voor mij is het antwoord helder. Jongeren hebben meer nodig dan alleen kennis. Zij hebben ook richting nodig, waarden en medemenselijkheid. Het vermogen om de ander te zien in zijn of haar mens-zijn. Juist in een tijd van toenemende polarisatie, discriminatie, racisme, antisemitisme en moslimhaat is het van groot belang dat wij jongeren niet alleen informeren, maar hen ook innerlijk weerbaar maken.
Vanuit die overtuiging is het project ‘Nooit meer – wat als het jouw geschiedenis was?’ ontstaan. Een educatief traject over de Holocaust, antisemitisme, moslimhaat, discriminatie, racisme en polarisatie. Niet als een les uit een ver verleden, maar als een spiegel voor het heden. Want geschiedenis krijgt pas echt betekenis wanneer jongeren voelen dat het ook over hún wereld gaat. Over de keuzes die wij vandaag maken. Over de vraag of wij op tijd leren herkennen wat uitsluiting, ontmenselijking en zwijgen met een samenleving kunnen doen.
Dankzij de gemeente Den Haag heb ik de mogelijkheid gekregen om dit project vorm te geven. Daar ben ik oprecht dankbaar voor. In mijn zoektocht naar een school die openstond voor deze benadering, vond ik het John Dewey College. Een school die bereid was om serieus te kijken hoe dit project kon aansluiten bij de eigen onderwijsvisie en bij de leefwereld van de leerlingen.
Samen met Femke van de Ster van de Respect Foundation en Noa Duizend, mede-initiatiefnemer van Deel de Duif, ben ik inhoudelijk gaan onderzoeken hoe we dit traject konden opbouwen. We wilden niet blijven hangen in theorie alleen. We wilden ruimte maken voor ontmoeting. Voor gesprek. Voor persoonlijke verhalen. Voor het samen onderzoeken waarom dit werk nodig is en wat het van ieder van ons vraagt.
In dit educatieve project staat die ontmoeting centraal. Ontmoeting met onszelf, met de ander en met de geschiedenis. Want pas wanneer jongeren een verhaal kunnen verbinden aan gezichten, plekken en ervaringen, komt het echt binnen. Dan wordt geschiedenis niet alleen iets wat ooit gebeurde, maar iets wat iets zegt over wie wij nu zijn en wie wij willen worden.
Daarom bezochten we ook bijzondere plekken. Plekken die dichtbij zijn, maar waarvan de betekenis vaak ver weg lijkt. Zo gingen we onder andere naar het Oranjehotel, zo dicht bij huis en toch voor veel leerlingen onbekend. Daar stonden we stil bij de vraag wie daar gevangen zaten, wat zij hebben doorgemaakt en wat het betekent dat onrecht zich niet alleen ergens anders afspeelt, maar ook heel dichtbij huis kan plaatsvinden.
Enkele weken later reisden we opnieuw met dezelfde 54 leerlingen af naar Kamp Westerbork. Vooraf hadden we de leerlingen in de lessen voorbereid op het bezoek en educatie gegeven, zodat zij beter konden begrijpen waar we naartoe gingen en welke betekenis die plek had. Ook Linda Clewits, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, bood begeleiding en ondersteuning bij het bezoek aan Kamp Westerbork. Haar betrokkenheid gaf extra betekenis aan deze bijzondere en indringende ervaring. Daardoor kwam het bezoek niet alleen binnen als een excursie, maar als een ervaring die echt raakte.
Dat was zichtbaar in de reacties van de leerlingen. De indruk die het bezoek op hen maakte, was diep. Eén leerling zei: “Wat vreselijk dat mensen van hier vertrokken en nooit meer terugkwamen. En dat wij hier nu gewoon lopen… onvoorstelbaar.” In zo’n zin zit alles besloten: verdriet, verbazing, besef en misschien ook de eerste stap naar verantwoordelijkheid.
Want dat is waar dit project ten diepste over gaat. Over het ontwikkelen van moreel besef. Over het besef dat ‘nooit meer’ geen lege slogan mag zijn, maar een levende opdracht. Een opdracht die ons vraagt alert te zijn op haat, op uitsluiting en op het ontkennen van de menselijkheid van de ander. Niet alleen wanneer het gaat over de Holocaust, maar ook wanneer we vandaag antisemitisme zien, moslimhaat horen, racisme ervaren of discriminatie genormaliseerd zien worden.
Ontmenselijking begint zelden groot. Vaak begint het klein. Met woorden. Met stereotypen. Met wij-zij-denken. Met het wegzetten van mensen op basis van hun afkomst, religie of identiteit. Juist daarom moeten we jongeren leren om die signalen vroeg te herkennen. Om niet mee te gaan in onverschilligheid. Om te begrijpen dat verschillen geen gevaar vormen, maar juist onderdeel zijn van een menselijke samenleving waarin ieder mens waardigheid verdient.
Wat jongeren vandaag nodig hebben, is niet alleen informatie over wat er misging in het verleden. Zij hebben voorbeelden nodig van moed, van mededogen en van verbinding. Zij moeten leren dat je de ander niet hoeft te vrezen om jezelf te mogen zijn. Dat je je eigen identiteit kunt behouden en toch open kunt staan voor een ander. Dat liefde voor medemenselijkheid sterker moet zijn dan angst voor verschil.
Als wij werkelijk willen bouwen aan een samenleving die bestand is tegen polarisatie, dan zullen we moeten investeren in onderwijs dat niet alleen het hoofd aanspreekt, maar ook het hart. Onderwijs dat ruimte maakt voor herinnering, ontmoeting en verantwoordelijkheid. Onderwijs dat jongeren leert dat vrijheid kwetsbaar is en dat vrede onderhoud vraagt.
De vraag die ik jongeren in dit project wil meegeven, is eenvoudig, maar indringend: wat als het jouw geschiedenis was?
Wat als jouw familie werd buitengesloten?
Wat als jouw verhaal werd ontkend?
Wat als jouw menselijkheid ter discussie werd gesteld?
Dan hoop je dat iemand niet wegkijkt. Dan hoop je dat iemand opstaat. Dan hoop je dat iemand zegt: nooit meer.
En precies daarom moeten wij die woorden vandaag, samen met onze jongeren, opnieuw betekenis geven.

HET GEBED ALS VREDESWAPEN TEGEN HAAT EN UITSLUITING.
Geachte imam,
Sjalom!
Ik las uw visie over jongeren weerbaar maken tegen haat en uitsluiting. We leven in waar mensen weggezet worden vanwege hun hun uniek mens zijn. Dus vanwege die ze ten diepste zijn met hun levensovertuiging, komaf, enzovoorts. Met het wegzetten van mensen op basis van hun afkomst, religie of identiteit. Antisemitisme en moslimhaat zijn volop aanwezig en zowel joden als moslims weten daar alles van. Zelf geloof ik ook in de kracht van het gebed, ook dat lijkt mij een punt die ingezet kan worden als een vredeswapen tegen haat en uitsluiting.
Wat vindt u van het idee dat er door jong en oud, door mensen met de meest uiteenlopende geloofsovertuigingen, samen gebeden wordt tegen antisemitisme en moslimhaat op steeds meer plaatsen in dit land en doorlopend, bijvoorbeeld elke maand?
Persoonlijk geloof ik dat wanneer op steeds meer plaatsen, elke maand, gebeden wordt tegen antisemitisme en moslimhaat door jong en oud; mensen metb de meestn uiteenlopende geloofsovertuigingen er een gedachteverandering plaats zal gaan vinden en dit zal lang duren, erg lang, maar ook fruitbomen plant je niet voor jezelf, maar voor het nageslacht, zo kunnen we ook bidden voorn het nageslacht zodat zij zullen leren inzien dat antisemitisme en moslimhaat vloek brengt, terwijl Avraham ons toch geleerd heeft: elkaar tot zegen te zijn.
Ik sluit graag een voorbeeld gebed bij die is tegen antisemitisme en moslimhaat vrede te zijn en zien graag uw reactie op dit schrijven tegemoet.
U,
Geef ons de nakomelingen van Avraham kracht, wijsheid en onderwijzing om de vloek brengende weg van antisemitisme, moslimhaat en christenvervolging te verlaten. Onderwijs ons op een wijze dat wij inzien dat wij het elkaar vloeken dienen te verlaten en gezamenlijk de weg gaan die leidt tot zegen onder elkaar en daardoor tot zegen voor volkeren en naties.
Vergeef ons en geef ons kracht, wijsheid en onderwijzing dat wij elkaar vergeven en verzoenen in ons falen om voor elkaar en de wereld tot zegen te worden. Onderwijs ons dat wij gezondigd hebben tegen U, tegen elkaar en tegen de hele wereld door vloek te brengen, eeuw na eeuw.
Geef ons kracht, wijsheid en onderwijzing zodat wij kunnen beginnen met een nieuwe traditie die de generaties de weg wijst welke richting op te gaan om elkaar tot zegen te worden en voor de wereld, dat wij ontdekken dat wij een vrede brengende familie kunnen worden, elkaar en de wereld tot zegen.
Amen.