Alleen al deze gedachte is prikkelend en ongemakkelijk. Want canonvorming en kerkgeschiedenis zijn nooit neutraal geweest. Het was altijd een proces van in- en uitsluiting, van het ware en het ketterse geloof, soms zelfs met geweld en inquisitie als gevolg.

Het boek dat wij hier elke zondag openslaan, is in zekere zin het resultaat van de winnaars. In het Nieuwe of Tweede Testament zijn de geschriften te vinden die door concilies, synoden, bisschoppen en Pausen erkend werden als heilig en gezaghebbend – die de richtlijn werden voor het ware geloof. Er waren in het vroege christendom nog veel meer teksten in omloop, maar ze zijn als gnostisch terzijde geschoven. Gnosis betekent letterlijk ‘kennis’, een innerlijk spiritueel inzicht, het besef van een goddelijke vonk in de mens die je bevrijdt uit angst en gebondenheid aan de materiële wereld.

Het apocriefe Evangelie van Maria Magdalena behoort tot deze stroming. Apocrief betekent: verborgen, geheim. Een tekst met een diepere spirituele laag, esoterisch, dat wil zeggen, naar binnen gericht, mystiek, een kennis van de werkelijkheid die voor het gewone verstand niet te vatten is. Deze teksten verdwenen niet uit beeld omdat ze onbelangrijk waren, maar omdat ze niet pasten in de machtsstructuren die de kerk wilde handhaven en bevorderen.

Wat als Maria Magdalena’s stem wél was gehoord? Zou ons geloof, ons kerk-zijn, onze verbeelding van het goddelijke er dan anders hebben uitgezien?

Het evangelie van Maria Magdalena

Het Evangelie van Maria Magdalena, ontstaan in de tweede eeuw, laat die stem even opklinken. Maria ontvangt als vertrouweling van Jezus daarin een visioen en roept de leerlingen op om angst en moedeloosheid achter zich te laten. Maar direct ontstaat er een conflict: Petrus weigert haar te geloven. ‘Hoe kan de Heer zich aan een vrouw hebben geopenbaard, buiten ons om?’ Het is Levi die hem terechtwijst: ‘Als de Verlosser haar waardig heeft geacht, wie ben jij dan om haar te verwerpen?’
Daar draait het om. Niet alleen toen, maar nog altijd: wie wordt geloofd en wie niet? Wie krijgt gezag en wie wordt buitengesloten? Leiderschap en gender: het Evangelie van Maria is confronterend actueel.

Toch zag de vroege kerk Maria Magdalena’s betekenis wel. Hippolytus van Rome noemde haar rond het jaar 200 al apostola apostolorum – apostel van de apostelen. In de Oosterse kerk bleef dat inzicht levend: daar wordt zij vereerd als isapostolos – apostelgelijke – en zelfs als Christophoros, drager van Christus. Zij droeg Christus niet in haar schoot, zoals Maria de moeder, maar in haar verkondiging van de opstanding bracht zij Christus naar de wereld.

In het Westen ging het anders. Paus Gregorius de Grote vermengde in de zesde eeuw drie verschillende Bijbelse vrouwen tot één figuur: Maria van Bethanië én de zondares uit Lucas 7 én Maria Magdalena. Een fatale blunder. Zo ontstond de ‘cocktail-Maria’: niet langer apostel, maar boeteling. Eeuwenlang werd dat beeld bepalend en overschaduwde het Maria Magdalena’s oorspronkelijke opdracht: getuigen van de opstanding.

De tentoonstelling over Maria Magdalena in Museum Catharijneconvent in 2021 liet dit treffend zien. Door de eeuwen heen was zij één groot projectiescherm voor kunstenaars, theologen, gelovigen, filmmakers. Aan het eind van de tentoonstelling mocht de bezoeker zelf kiezen: wie is Maria Magdalena voor jou? Apostola apostolorum? Zondares? Mystica? Feminist?

Toen ik aan mijn studenten vroeg: Waar denken jullie aan bij de naam Maria Magdalena?, bleef het eerst lang stil. En toen begon de discussie.
‘Gewoon, een naam voor vrouwen’, zei iemand.
‘Was zij niet de vrouw van Jezus?’, vroeg een ander.
‘Nee joh’, reageerde een medestudent, ‘Jezus was toch niet getrouwd – hij was een soort monnik …’(oeps!)
‘Ze was die zondares uit de bijbel’, zei een jonge student heel overtuigd. ‘Dat weet ik van mijn grootouders, die zijn christelijk.’
‘Ja, dat klopt’, vulde iemand aan, ‘ze was prostitué en had heel lang rood haar. Ik heb haar gezien op een beroemd schilderij in een museum in Florence, toen ik daar met mijn ouders was.’

Alle projecties kwamen voorbij. Maar dat Maria Magdalena de eerste getuige van Pasen was, van de opstanding van Jezus – geen idee! En bovendien – zo vroeg iemand zich hardop af: “Opstanding? Wat was dat eigenlijk ook alweer?”

Maar terug naar het Evangelie van Maria Magdalena.

In dit Evangelie botsen twee kerkculturen op elkaar.

De petrinische cultuur: rotsvast, hiërarchisch, juridisch. Ze bouwt kathedralen als de Sint-Pieter, vestigt gezag op orde en structuur.

En de magdalenische cultuur: relationeel, ervaringsgericht, getuigend. Ze legt de nadruk op bevrijding uit angst, op intuïtief weten, op een open en kwetsbare verkondiging.

Beide stromingen waren er vanaf het begin. De ene werd tot norm, de andere raakte ongezien en ongehoord. Maar verdwenen is de stem van Maria Magdalena nooit. Door de kerkgeschiedenis heen duikt zij telkens opnieuw op – bij mystici, bij predikende vrouwen, bij kerkvernieuwers.

Sophia’s uitnodiging

In de lezing van vandaag hoorden we eerst een tekst uit Spreuken 9. Ook hier is een vrouw aan het woord: Sophia, Gods wijsheid, verbeeld in vrouwelijke gedaante. Zij roept:Kom, eet van mijn brood, drink van mijn wijn, laat dwaasheid achter je en ga de weg van inzicht’.

Sophia heeft een tafel gedekt in haar huis, en nodigt iedereen uit om te komen. Vooral de dwazen zal zij inzicht schenken. Haar stem is gul en bevrijdend maar ook zij blijft in de traditie vaak ongezien en ongehoord.

Zou het kunnen dat we Sophia’s stem horen in de woorden van Maria Magdalena, wanneer die haar visioen kenbaar maakt aan de leerlingen en hen oproept angst en verdeeldheid los te laten en tot inzicht te komen? Spreekt Maria Magdalena woorden met het gezag van de wijsheid, zoals ook Jezus dat deed in zijn Bergrede?

Beide teksten worden zo één getuigenis: Goddelijke wijsheid spreekt, soms verborgen, vaak betwist – maar steeds uitnodigend: Tot inzicht; tot gemeenschap; tot leven.

De vraag is: hoe gaan wij vandaag met deze vaak ongehoorde stemmen om? We zitten hier in een kerk gebouwd in opdracht van de Dominicanen. Zij kozen Maria Magdalena vanaf het begin van de orde als ‘bijzondere beschermvrouwe’. Hierboven zien jullie haar staan op het hoofdaltaar als lerares en verkondigster van euangelion, het goede nieuws.

En in 1996 werd in navolging van Maria Magdalena de eerste vrouw in de Oud-Katholieke Kerk tot priester gewijd. Dankzij nieuwe feministisch-theologische inzichten had de Oud-Katholieke Kerk besloten niet langer uitsluitend de lijn van Petrus te volgen, maar ook die van Maria Magdalena. En zo kregen vrouwen officieel toegang tot het priesterschap in de Oud-Katholieke Kerk. Daarmee was de breuk met de Rooms-Katholieke moederkerk een feit. De stem van Maria Magdalena en van de vele andere vrouwen die in de kerkgeschiedenis ongehoord en ongezien waren gebleven, werd daarmee officieel bevestigd. Traditie – niet in steen gebeiteld, maar levend en veranderlijk.

Dat roept ook voor ons nu de vraag op: welke stemmen willen wij laten horen en waarmee moeten wij dan misschien breken in deze tijd – en wat willen we juist voortzetten? Zijn er stemmen die het verdienen nog veel duidelijker bij ons gehoord te worden – in deze kerk, in onze samenleving, in onszelf?

Wij leven in een tijd waarin emancipatie opnieuw onder druk staat. In veel landen worden verworven rechten teruggedraaid. Vrouwenstemmen, maar ook stemmen van minderheden, worden gemarginaliseerd. Tegelijk overheerst in onze cultuur de overtuiging: meten is weten. Wat intuïtief, relationeel en ervaringsgericht is, wordt al snel afgedaan als onbetrouwbaar of te subjectief. Het of/of denken viert hoogtij – en alhoewel we allemaal voor verbinding zijn, zien we vaak niet hoe we aan een wij-zij verhaal meewerken – waarin rigide uitsluiting van de ander en wederzijds wantrouwen de boventoon voeren.

Precies hier hebben we Maria Magdalena’s stem nodig. Zij roept ons weg uit angst en wantrouwen. Zij herinnert ons eraan dat het Koninkrijk niet buiten ons ligt, maar in onszelf. Dat er een goddelijke vonk zit in ons allen. Maria Magdalena leert ons dat we als kerkgemeenschap geen rots hoeven te zijn, maar een beweging die telkens opnieuw in relatie en met compassie voor elkaar wordt vormgegeven.

Oefening in verbeelding

En daarvoor is verbeelding nodig. Stel je voor: geen Sint-Pieter, maar een Santa Maria Magdalena als hart van Rome. Stel je voor: deze Dominicuskerk gebouwd in háár naam. Hoe zou dit gebouw er dan hebben uitgezien? En hoe zouden we dan samen vieren? Welke stemmen zouden hier gehoord worden, welke liederen gezongen, welke tafel gedekt? Of misschien horen we de stemmen van Maria Magdalena en Sophia hier al heel goed – en zijn eigenlijk heel goed bezig?

Die oefening in verbeelding is een spel, een uitdagend spel dat wel vereist ‘dat we het serieus spelen’, zoals de cultureel-antropoloog André Droogers altijd zegt. Het is een manier om door historische verbeelding het ongehoorde te laten klinken en naar het ongeziene te speuren – naar datgene wat door de eeuwen heen een geheim – apocrief – is gebleven. Het is een oefening in kerk-zijn voorbij de petrinische vanzelfsprekendheden.

Want Sophia blijft roepen en Maria blijft getuigen. Beiden nodigen ons uit aan tafel, beiden spreken ons aan, beiden herinneren ons eraan dat het goede leven voor allen en alles – en níet dood en onrecht het laatste woord zullen hebben.

Dus laten we vandaag niet alleen teruggaan naar een verborgen stem, maar haar ook daadwerkelijk horen – hier en nu en in ons midden.

Niet ongezien. Niet ongehoord, maar aanwezig als wijsheid die brood en wijn uitdeelt.
Als stem die bevrijdt, als oefening in verbeelding voor ons leven samen.

Amen

Dit is de tekst van de overweging die Manuela Kalsky op zondag 12 oktober 2025 hield in de Dominicuskerk te Amsterdam.

mk_foto

Manuela Kalsky

Oprichter en Bijzonder Hoogleraar

Manuela Kalsky richtte Nieuw Wij op als directeur van het onderzoekscentrum van de Nederlandse Dominicanen (DSTS). Zij was directeur, …
Profiel-pagina
Al 4 reacties — praat mee.