Schmiedel is publiek theoloog. Thema’s die hem bezighouden zijn de opkomst van het rechts-extremisme en de veranderende houding in het Westen ten aanzien van het thema migratie. Allemaal ontwikkelingen die na 9/11 in gang zijn gezet en daardoor mede zijn versterkt. Ook in het Islamdebat, dat in de eerste jaren na de aanslag in volle hevigheid de Westerse (politieke) wereld bezighield, heeft hij zich grondig verdiept.
Zijn dissertatie schreef hij over Ernst Troeltsch (1865-1923). Deze liberale theoloog cultiveerde een open geest ten aanzien van andere dan de christelijke levensbeschouwing. Volgens Troeltsch dient de kerk een open gemeenschap te zijn, die zich niet afsluit van andersdenkenden en die haar eigen waarheidsbegrip niet verabsoluteert. In deze liberale traditie ziet Schmiedel zichzelf. Op zijn manier probeert hij die theologische openheid en bereidheid tot interreligieuze uitwisselingen te stimuleren en zo gestalte te geven aan een eigentijds publiek profiel van de kerk.
In Theologie in de publieke ruimte wordt het gedachtengoed van Schmiedel in een aantal artikelen voor het Nederlandse publiek ontsloten.
Wouter Slob gaat nader in op de genoemde dissertatie over het kerkbegrip van Troeltsch. Van deze leent Schmiedel de metafoor van de ‘elastische kerk’. Een kerk die buigzaam en flexibel genoeg is om zich te plooien naar de moderne mens (de ander) en zich in zijn opvattingen, vormen en handelen daaraan weet aan te passen: “Openheid naar de ander betekent dat je bereid bent je overtuigingen te heroverwegen, omdat je de waarheid niet in pacht hebt. En je zo tot transformatie kunt komen” (p.15).
De nadruk op het anders zijn van de ander (alteriteit, in filosofische termen) leidt er bij Schmiedel toe dat hij zoekt naar “nieuwe ruimte voor religie (…) Niet de overeenstemming maar het verschil krijgt de nadruk. Alteriteit is geen ‘problem’ maar een ‘promise’” (p.21).
Rachelle van Andel-Mishra besteedt in haar artikel aandacht aan Schmiedels analyse van het rechts-extremisme. De openheid voor de ander die Schmiedel propageert, staat haaks op de heersende tijdgeest van “identiteitsnationalisme waarin pluraliteit niet als verrijking maar als bedreiging” wordt gezien (p.34). De War on Terror na 9/11 kreeg een theologische pendant in het ‘nieuwe racisme’ en de islamofobie van de zogeheten cultuurchristenen. Aan de hand van diverse (internationale) casussen laat Schmiedel zien dat kerken zich midden in de culturele en identitaire storm bevinden.
Grofweg onderscheidt hij daarbij twee strategieën voor de kerk: een van consolidatie, waarbij geprobeerd wordt een soort middenpositie in te nemen; daarnaast de uitdagende kerk, die nadrukkelijk kiest partij kiest: “zij schaart zich aan de zijde van de gemarginaliseerden en ziet de ‘voorkeursoptie voor de armen’ geworteld in het evangelie en de bevrijdingstheologie” (p.45) Samen met co-auteur Hannah Strømmen werkt hij dit verder uit ten aanzien van de moslim als naaste.
Iemke Epema reflecteert op Schmiedels diepgravende studie over terreur en theologie. Voor een deel komen hier dezelfde thema’s aan bod. Volgens Schmiedel is de publieke theologie na 9/11 teveel vast blijven zitten in het vriend-vijand-schema zoals dat door de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt is ontwikkeld. Aan de andere kant is het zo dat de meer liberale theologie gemakkelijk blijft steken in een globaal gelijkheidsdenken, waarbij de ander ook geen recht wordt gedaan omdat diens andersheid glad wordt gestreken en feitelijk dus gelijk wordt geschakeld en daarmee wordt toegeëigend. Nodig is dat de theologie ruimte laat om zelf werkelijk geraakt te worden door de ander.
De Duitse theologe Dorothee Sölle (1929-2003) is volgens Schmiedel de enige die deze kwetsbare theologische houding inneemt en ver weg blijft van (liberaal) theologisch superioriteitsdenken. Volgens hem verbindt zij op een overtuigende manier een liberale theologie met de bevrijdingstheologie. “Doel van het christelijk geloof is de bevrijding van alle mensen. Dat vraagt om het veranderen van de wereld, en daarin moet de kerk samenwerken met partners buiten de eigen muren. Sölle pleit daarmee voor religieuze tolerantie, in het besef van het eigen beperkte inzicht” (p.73).
Deze drie artikelen die het belangrijkste werk van Schmiedel bespreken, worden gevolgd door een overzichtsartikel van Rick Benjamins, hoogleraar vrijzinnige theologie, die de grondmotieven van Schmiedel nog eens voor het voetlicht plaatst:
De theologie moet zich kritisch en constructief met de samenleving en met manieren van samenleven bezig houden, is zijn uitgangspunt. Dat betekent een dubbele open houding die de theoloog moet innemen. Open naar andere denominaties en tradities binnen die eigen christelijke; en tegelijk een openheid naar andere wetenschappelijke disciplines binnen de academie. Verder wil hij de gangbare (liberale?) opvatting dat religie vooral iets voor privé is (achter de voordeur) en niet publiek moet zijn, relativeren. Met name in de lutherse context waarin hij theologisch is gevormd en werkt, is dit een aangelegen punt.
Volgens Schmiedel kan de theologie “constructief bijdragen aan praktijken van samenleven” (p.84). De volgehouden openheid naar de ander, biedt tegelijkertijd mogelijkheden om voor de samenleving het zicht te openen op de transcendentie van het goddelijke.
Het informatieve boekje sluit af met een interview door Benjamins met Schmiedel, waarin hij zijn drijfveren nog eens verduidelijkt.
De verdienste van zijn werk is vooral dat hij de liberale theologie een duidelijk maatschappelijk en geëngageerd profiel geeft. De inzet voor de samenleving hoeft niet in mindering te komen op de beleving of de erkenning van het transcendente. Dat is wat nogal eens het verwijt is vanuit orthodoxe hoek, dat de liberale theologie arm aan God(servaring) is. Hij draait het om. Juist “..omdat kerken zich richten op het andere van het transcendente, ultieme of God, kunnen ze zich ook openen voor de concrete ander, wat betekent dat ze zich niet moeten richten op het eigen verhaal of de eigen identiteit, maar met anderen ontvangen wat God geeft” (p.101).
Een uitdaging én een belofte voor een eigentijdse publieke theologie.
Rick Benjamins (e.a.). Theologie in de publieke ruimte. Reflecties op het werk van Ulrich Schmiedel. Uitgeverij Van Warven. Kampen, 2026. €17,95
