Veranderingen in de samenleving gaan niet van de ene op de andere dag. Baanbrekende inzichten hebben tijd nodig voordat ze algemeen aanvaard worden in de samenleving en zelfs dan stuiten ze vaak op weerstand. Veranderingen in de houding en het bewustzijn van de bevolking zijn een langdurig proces en gaan nooit zonder controverse.
Dankzij baanbrekend historisch onderzoek, maar niet in de laatste plaats dankzij de maatschappelijke groeperingen die de last van het verleden dragen, zijn er de afgelopen vijfentwintig jaar belangrijke stappen gezet in de Nederlandse samenleving op weg naar bewustwording en erkenning van de geschiedenis van de slavernij in de Nederlandse geschiedenis. Er moet echter worden gezegd dat de weg naar verwerking, herstel en verzoening nog lang is, en bovendien is er momenteel minder bereidheid in de samenleving om deze kwesties echt aan te pakken dan een paar jaar geleden.
Hoewel kerken in Nederland geen leidende rol spelen in dit bewustwordingsproces, wat begrijpelijk is gezien hun marginale positie in de Nederlandse samenleving, hebben ze wel een eigen verantwoordelijkheid en rol te vervullen. De Raad van Kerken in Nederland, een gemeenschap van 19 lidkerken en geassocieerde leden, probeert invulling te geven aan deze taak.
Dalits, Roma en Palestijnen
Racisme en discriminatie staan al jaren hoog op de oecumenische agenda. De strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika heeft christenen en kerken in Nederland sinds de jaren zestig gemobiliseerd. In 2009 vierde de Wereldraad van Kerken het 40-jarig jubileum van het Programma ter bestrijding van racisme met verschillende kerkdiensten en een symposium in Doorn. Tijdens deze conferentie werd erop gewezen dat in de vorige eeuw de aandacht vooral uitging naar Zuid-Afrika, maar dat het probleem van racisme en discriminatie een mondiaal probleem is dat in veel contexten relevant is. De conferentie van 2009 richtte zich in het bijzonder op de situatie van Dalits, Roma en Palestijnen, maar ook op de behandeling van vluchtelingen en migranten in Nederland. Dr. Kanyana Mutombo noemde racisme tijdens deze conferentie een overkoepelende term voor onder andere rassendiscriminatie, xenofobie en intolerantie.
De geschiedenis van de slavernij was geen thema op deze conferentie of bij de Raad van Kerken in Nederland. Dat veranderde enkele jaren later toen de Evangelische Broedergemeente, een van de lidkerken, aan de Raad van Kerken voorstelde om 2013 uit te roepen tot herdenkingsjaar van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Daarmee zette de Evangelische Broedergemeente, die elk jaar op 1 juli Keti Koti viert, het thema van de geschiedenis van de slavernij nadrukkelijk op de agenda van de kerken in Nederland.
De Raad van Kerken nam dit voorstel unaniem aan en schreef op 21 december 2011 een brief aan de lidkerken, waaruit ik enkele zinnen citeer:
“Binnen de Raad van Kerken in Nederland heerst de unanieme mening dat de herdenking van 150 jaar sinds de afschaffing van de slavernij de aandacht verdient van de verschillende lidkerken. (…) De Nederlandse regering schafte de slavernij in 1863 af en was daarmee een van de laatste landen die deze stap zette. (…) Wij willen u daarom uitnodigen om tot 1 juli 2013 de tijd te nemen om meer te leren over deze geschiedenis. Het feit dat wij slachtoffer waren van de nazi’s staat in ons collectieve geheugen gegrift. Maar weinig mensen lijken te willen weten dat onze koloniale geschiedenis, mede door toedoen van de toenmalige ‘blanke’ kerken, ook vele slachtoffers heeft geëist. (…) Voor zwarte mensen is de herinnering pijnlijk, omdat slavernij gepaard ging met ontworteling, misbruik en wetteloosheid. Voor witte mensen is het verleden gehuld in schuldgevoelens; zij hebben de neiging slavernij te zien als iets uit een ver verleden.”
Legitimeren van slavernijsysteem
In 2012 en 2013 heeft de Raad binnen zijn beperkte middelen gewerkt om de kwestie van de geschiedenis van slavernij door de kerken onder de aandacht te brengen en kerkleiders bij dit belangrijke onderwerp te betrekken. Het bewustwordingsproces werd ondersteund door een publicatie in juli 2012 van de Evangelische Broedergemeente met een discussiegids voor de kerken, een conferentie over de geschiedenis van slavernij en zending in Suriname met een belangrijke bijdrage van wijlen Joop Vernooij, en een kerkdienst op 1 juli 2013 in de Koningskerk van de Evangelische Broedergemeente in Amsterdam. Maar de verklaring van de Raad van Kerken op 14 juni 2013, aan de vooravond van de kerkdienst in Amsterdam, had de grootste impact. Het is een krachtige tekst over de schuld en gedeelde verantwoordelijkheid van kerk en theologie voor het legitimeren en in stand houden van het slavernijsysteem. De tekst is rechtstreeks gericht aan de kerken en de nabestaanden van de mensen die ooit als slaven werden verhandeld en gedwongen werden om als slaven te werken. De verklaring beperkt zich echter tot de transatlantische slavernij en maakt geen melding van Afrika en het Oosten. In de verklaring spreken de kerken de wens uit om samen met de nabestaanden van slaven te werken aan een samenleving waarin menselijke waardigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid, solidariteit en respect fundamentele waarden zijn.
Deze verklaring kreeg veel respons en vormde de basis voor het voortdurende streven van de kerken naar verwerking, herstel en verzoening. Tot teleurstelling van de direct betrokkenen kwam die follow-up er nooit. Bijna onopgemerkt verdween het onderwerp weer naar de achtergrond, totdat het in 2020, in de aanloop naar de herdenking van de afschaffing van de slavernij in 2023, opnieuw hoog op de agenda van de Raad van Kerken kwam te staan.
In 2021 besloot de Raad van Kerken voor de tweede keer een programma op te zetten om het bewustzijn over de geschiedenis van de slavernij en de rol van de kerken daarin te vergroten. In veel opzichten was dit een herhaling van eerdere inspanningen, met dit verschil dat in 2022 en 2023 duidelijk werd dat de geschiedenis van de slavernij in Nederland een zeer belangrijk en actueel onderwerp was geworden. Op 19 december 2022 sprak premier Rutte namens de Nederlandse regering in het Nationaal Archief in Den Haag een historische verontschuldiging uit voor de Nederlandse geschiedenis van slavernij. Op 1 juli 2023 deed koning Willem-Alexander hetzelfde op persoonlijke wijze. Een ander belangrijk verschil is dat de nakomelingen van degenen die tot slaaf waren gemaakt, nu veel meer zeggenschap hebben dan voorheen.
Wat was de bijdrage van de Raad van Kerken in de aanloop naar de herdenking in 2023? Een belangrijke en positieve stap was dat wij als Raad samenwerking zochten met anderen. Met name met de Stichting voor de Verwerking van het Slavernijverleden, in 2017 opgericht door de Lutherse Evangelische Kerk, en met de Protestantse Theologische Universiteit, waar onderzoek naar kerk en slavernij net van start is gegaan.
Dankzij deze samenwerking konden we zinvolle activiteiten ontwikkelen. In het voorjaar van 2023 publiceerden we de bundel Eindelijk vrij? Bijdrage aan bezinning op kerken en slavernij, met interviews met Mgr. Karel Choennie en ds. Daniëlle Dokman, beiden uit Suriname.
Dialoog met Winti-religie
In samenwerking met de PThU organiseerden we op 1 juni 2023 in de Domkerk in Utrecht een internationaal symposium met als titel Slavery, Impact, and Liberation: Voices from the Churches, Then and Now, met sprekers uit Suriname en Caribisch Nederland, waarbij ook aandacht werd besteed aan kerk en slavernij in het Oosten.
Een derde hoogtepunt was de herdenkingsdienst Shared Past – Shared Future op 30 juni in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, die gedeeltelijk werd uitgezonden door Omroep Zwart. Opnieuw werd namens de kerken schuld beleden voor dit beladen verleden en werd er gebeden om vergeving, herstel en verzoening.
De les van 2013 was dat we onze inspanningen na het herdenkingsjaar niet mogen verslappen en dat de voortzetting van aandacht en programma’s moet worden gewaarborgd. Kerken staan hierin vrijwel alleen, omdat ze niet in aanmerking komen voor overheidssubsidies. De rol van religie in de geschiedenis van de slavernij en het proces van verwerking en verzoening met het verleden wordt onvoldoende onderkend.
Na 2023 hebben we daarom de samenwerking voortgezet en gewerkt aan een langetermijnprogramma waarin we ons richten op het bevorderen van het bewustzijn van de geschiedenis van de slavernij in gemeenten, de discussie over Winti en de rol van de kerk en de theologie.
Ik wil deze drie punten graag toelichten.
Elk jaar, aan de vooravond van de viering van de afschaffing van de slavernij op 1 juli, organiseren we een oecumenische herdenkingsdienst in samenwerking met de plaatselijke kerk of oecumenische groep. Het voordeel hiervan is dat de geschiedenis van steden en regio’s kan worden meegenomen. We werken samen met de EO, die een compilatie van de dienst uitzendt en de lokale geschiedenis van de slavernij belicht. Dit jaar vond de herdenkingsdienst plaats in de Lutherse Evangelische Kerk in Zwolle. Het is opvallend dat de deelname aan deze herdenkingsdiensten beperkt blijft, ook al wordt de uitzending op tv goed bekeken.
De Raad van Kerken in Nederland is meer dan een gemeenschap van witte kerken. De Raad is veel diverser dan algemeen wordt aangenomen, niet alleen door de deelname van de EBG, maar ook door het lidmaatschap van verschillende orthodoxe kerken. Ook de rooms-katholieke kerk in Nederland is steeds meer een diverse gemeenschap, vooral in de Randstad. Het is echter een feit dat witte christenen veruit in de meerderheid zijn in de Raad. Er valt dus nog een wereld te winnen.
Een bijzondere uitdaging ligt op het gebied van de dialoog met vertegenwoordigers van de Winti-religie in Nederland. Zij zijn bezig met het verkrijgen van erkenning van Winti als religie. Hierover worden gesprekken gevoerd bij het ministerie van Justitie. Op dit moment kunnen Winti-priesters op verzoek van gevangenen spirituele en pastorale bijstand verlenen in gevangenissen. Zoals bekend is de relatie tussen kerken en Winti een gevoelige kwestie. In Suriname werd het verbod op Winti pas in 1971 opgeheven, hoewel Winti-rituelen door de jaren heen door gelovigen van verschillende kerken werden beoefend. Binnen de EBG bestaat er terughoudendheid om het christelijk geloof en Winti te vermengen. In een interview riep Mgr. Choennie op tot een respectvolle dialoog met Winti-gelovigen. In 2022 heeft de Winti-gemeenschap in Nederland de Raad van Kerken om steun gevraagd bij het verkrijgen van erkenning als religie in de Nederlandse samenleving. We hebben enkele positieve gesprekken gevoerd, die het begin kunnen zijn van een langer proces.
Superioriteit
Als we vanuit de kerken willen bijdragen aan de verwerking van de geschiedenis van de slavernij, moeten we ook serieus kijken naar de rol van de theologie in het verleden en het heden. In juni 2024 organiseerden we in samenwerking met onze partners een conferentie in Utrecht over de voortdurende impact van de geschiedenis van de slavernij. Daaruit bleek duidelijk dat raciale, culturele en religieuze ongelijkheid ook in de kerken een rol speelt en beter moet worden aangepakt. Voorbeelden toonden aan dat goedbedoelde houdingen van witte christenen vaak, bewust of onbewust, een gevoel van superioriteit verbergen.
Kerken moeten zich ontwikkelen van gemeenschappen die opkomen voor mensen van kleur naar gemeenschappen van kleur. Dit is een grote uitdaging. Er is te weinig uitwisseling tussen kerken van nieuwkomers en de gevestigde kerken. Christenen met een migratieachtergrond kunnen niet gemakkelijk integreren in de cultuur en religieuze ervaring van traditionele Nederlandse kerken. Vanuit hun platform Samen Kerk in Nederland werken kerken met een migratieachtergrond aan het verbeteren van hun positie in de Nederlandse samenleving. De rooms-katholieke kerk richt zich op de integratie van gemeenschappen met een migratieachtergrond in de bisdomstructuren.
De westerse theologie gaat gebukt onder haar verstrengeling met het koloniale systeem en wordt nog steeds gekweld door gevoelens van superioriteit. Hoewel er de laatste jaren een verschuiving heeft plaatsgevonden, heerst er in kerken nog steeds veel onwetendheid over de geschiedenis van kolonialisme en slavernij, en is er vaak een gebrek aan contact met gekleurde christelijke gemeenschappen. Uitsluiting en racisme zijn triest. Maar in dit debat over de rol van kerken is ook nuance nodig. Hoewel ze verstrikt waren in het koloniale systeem, waren er ook mensen die zich uitspraken tegen het systeem van slavernij, net zoals kerken en christenen zich vandaag uitspreken tegen racisme, discriminatie en moderne vormen van slavernij.
De conferentie in 2024 leverde een groot aantal aanbevelingen op, die we nu zijn gaan uitvoeren. Enkele van de meest opvallende aanbevelingen waren: een antiracismefonds opzetten, (kerkelijke) archieven digitaliseren, een serie podcasts maken over kerk en slavernij, de stand van het theologisch onderzoek en onderwijs op dit gebied onderzoeken en discussiemateriaal voor kerkleden aanbieden.
Uit een eerste onderzoek onder ongeveer twintig protestantse en katholieke theologische opleidingen in Nederland bleek dat er in de curricula zeker aandacht wordt besteed aan het Nederlandse koloniale verleden en de geschiedenis van de slavernij. Zo is er aan de Vrije Universiteit Amsterdam een leerstoel in Black Theology ingesteld en zal Willy Jennings, die onlangs de Martin Luther King-lezing in Amsterdam gaf, volgend jaar een reeks lezingen geven over zijn boek After Whiteness aan het baptisten-seminarie. Sommige opleidingen hebben ook een diversiteitsbeleid dat gericht is op het aannemen van mensen van kleur. Er is dus zeker een begin gemaakt, maar in hoeverre aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van de slavernij en de impact daarvan op de kerk en de samenleving van vandaag, moet nog verder worden onderzocht.
Vooruitblik
Hopelijk is uit dit overzicht duidelijk geworden dat het thema kerk en slavernij de afgelopen vijftien jaar, zij het met tussenpozen, de aandacht van de Raad van Kerken heeft gehad. Voor mij persoonlijk is het onder ogen zien en bestuderen van dit pijnlijke verleden een ware ontdekkingsreis geweest.
Aan de andere kant moeten we erkennen dat we nog maar aan het begin staan en dat nog niet zo veel mensen in onze kerken beseffen hoe belangrijk dit onderwerp is voor de toekomst van onze kerken.
Sinds de jaren vijftig is de Nederlandse samenleving erg divers geworden. In feite zou dit ook moeten gelden voor kerken in Nederland, maar dat is nog niet echt het geval.
Dit vormt een grote uitdaging. Mijn ervaring van de afgelopen jaren is dat openheid naar de wereld, de geschiedenis en het leed van anderen een nieuwe toekomst opent waarin we zelf ook zullen veranderen. Daar ligt mijn hoop.
De oorspronkelijke tekst in het Engels met voetnoten is hier te lezen. Geert van Dartel sprak deze tekst uit als voorzitter van de Raad van Kerken in Nederland tijdens de conferentie ‘Christendom en slavernij op de Nederlandse Caribische eilanden, in Suriname en Nederland’ van 10 tot en met 14 november 2025 in Willemstad, op Curaçao. Lees hier meer.
