Soms hoor je een taal, die boeit zonder dat je er iets van begrijpt. De klanken zijn zowel melancholisch als krachtig, en nemen de luisteraar mee naar een onbekende wereld. Mij gebeurt dat telkens als ik een bijzondere cd opzet waarop enkele dichters, onder wie Forrough Forrakhzad, uit hun werk voordragen. Het Farsi is hun taal. De cd hoort bij het boek Stegen van stilte, een bloemlezing met Perzische poëzie uit de twintigste eeuw.

Taal is een plek voor het doorgeven van cultuur en vrijheid. De eigen taal is een vrijplaats, zoals Slauerhoff al dichtte: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen/nooit vond ik ergens anders onderdak… Taal als vrijplaats geldt nog veel sterker voor minderheden en onderdrukten. Daarom verbiedt een dictatoriaal bewind vaak een minderheid hun eigen taal te spreken, zoals gebeurde tijdens apartheid in Zuid-Afrika en nu de Oeigoeren overkomt. Als we een taal beschermen redden we de identiteit van een volk, want dan blijven hun verhalen en rituelen bestaan, hun liederen klinken.

De cultuur van een plek, een land bestaat altijd uit een gelaagde erfenis van verschillende tijden, een taal kan dan het verbindend element zijn. Zo ook bij het gebied dat wij nu (sinds 1935) Iran noemen. Dikwijls heeft men het bij Midden-Oostenkwesties over de Arabische cultuur en het Arabisch als taal van de Islam. Die cultuur is eigenlijk nog betrekkelijk jong (zevende eeuw n. chr.) daar, als je het vergelijkt met de cultuur die daarvoor invloedrijk was. Iran is cultureel gevormd door het Perzische rijk, daarna door de Islamitische cultuur en later door de moderne Westerse cultuur. Voor het eerst wordt het gebied vermeld in een inscriptie van 844 (v. chr.) als Parsu of Parsuash, maar haar cultuur is veel ouder. Aan het begin van het oud-Perzische rijk staan de Achaemeniden, een rijk gesticht door Cyrus rond 559 (v. chr.)

De naam Iran heeft tegenwoordig een politiek geladen klank. Toch merk ik, wanneer ik mensen uit Iran hier ontmoet, dat zij het liever over Perzië hebben, vooral over haar eeuwenoude cultuur en haar taal die Farsi heet. In het Pergamom museum in Berlijn staat de Istharpoort als een indrukwekkende getuigenis van die oude beschaving, al hoort hij daar natuurlijk niet. Hafis (veertiende eeuw) geldt als een van de bekendste mystieke dichters van wie nog steeds gedichten gelezen en uit het hoofd geleerd worden. Maar in de twintigste eeuw was Forough Forrakhzad een beroemde dichteres: Midden in het donker/heb ik je geroepen /het was stil en de bries/nam de gordijnen mee/in een vermoeide hemel /verbrandde een ster/verdween een ster/stierf een ster… (fragment).

Ze stierf op 32-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk in 1967. Haar stem klinkt in enkele video-opnames. Ze was feministisch, zelfbewust en tegendraads. Haar poëzie mocht jarenlang niet in Iran verspreid worden omdat het te sensueel gevonden werd. Forrokhzad roept daarin voor mij de taal van het Hooglied op. Ze schreef als eerste vrouw in Iran vanuit een vrouwelijk perspectief. Nog steeds wordt haar werk gelezen en uitgegeven. Taal was haar instrument tot verandering. Taal is een vrijplaats.

De vogel was alleen maar een vogel
de vogel zegt: wat een geur, wat een zonneschijn, o de lente is er
ik ga nu op zoek naar mijn metgezel
de vogel vloog weg vanaf de rand van de veranda
hij vloog weg als een boodschap…     

(uit O, de vogel, fragment)

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.