“De weg naar vrijheid is niet gemakkelijk. We moeten door de schaduwen van de angst gaan om het licht van de hoop te zien.” Deze woorden van Nelson Mandela inspireren mij. De afgelopen maanden waren voor mij een weg vol beproevingen, maar ook van historische keerpunten.
Op 14 februari 2026 werd ik tijdens een protest in het stadhuis van Den Haag aangevallen door beveiligingspersoneel van de Chinese overheid. Dat ik tegen de grond werd gewerkt, terwijl mijn nek en armen werden verdraaid, was een bewijs dat de transnationale repressie van China is doorgedrongen tot in het hart van Europa. Maar ik spreek nu niet als slachtoffer; ik wil iets positiefs delen.
Ik ontmoette de heer Stephan van Baarle, fractievoorzitter van DENK in de Tweede Kamer, voor het eerst op 27 februari 2026 tijdens een Iftar-bijeenkomst in Den Haag waarvoor ik was uitgenodigd. Tijdens die ontmoeting heb ik hem gedetailleerd verteld over het geweld dat ik kort ervoor had ondergaan door toedoen van Chinese veiligheidsagenten tijdens mijn vreedzame protest. Ik liet hem de video-opnames van de locatie zien en verzocht hem om de dreiging van China’s transnationale repressie tegen de Oeigoerse gemeenschap in Nederland op de parlementaire agenda te zetten. Van Baarle beloofde dat te gaan doen.
Hij hield woord. Op 16 april bracht hij mijn zaak aan de orde in de Tweede Kamer en stelde vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken, de heer Tom Berendsen, waarbij hij een duidelijk standpunt van de regering eiste. Dankzij zijn inspanningen werd er een motie ingediend, die onlangs met een overweldigende meerderheid van 116 van de 150 stemmen werd aangenomen. Deze 116 stemmen zijn een krachtig signaal aan China: een verklaring dat vrijheid op Nederlandse bodem niet zal worden gesmoord.
Vorige week ontmoette ik Van Baarle opnieuw, nu in zijn werkkamer in het parlement. Hij vertelde mij meer over het verloop van het debat, de positieve reacties van de minister en de betekenis van dit besluit voor de veiligheid van de Oeigoerse diaspora. Deze ontmoeting bewees dat wij, Oeigoeren, niet alleen staan in onze juridische en morele strijd.
De reactie van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, de heer Tom Berendsen, was zeer bemoedigend. Dat hij expliciet de aanval op mij benoemde, en dat hij bevestigde dat ik samen met andere activisten in een vergelijkbare positie, volledige bescherming geniet onder de Nederlandse wet, was een grote troost voor mij. Dit is een krachtige erkenning van de democratie en een duidelijke boodschap aan de Chinese overheid. Nederland heeft hiermee een sterk signaal afgegeven: wij zullen nooit toestaan dat de “lange arm van Peking” onze democratie ondermijnt!
Deze overwinning is het resultaat van een wil die de angst heeft overwonnen. Als de Chinese agressors dachten dat ze ons door geweld het zwijgen konden opleggen, hebben ze gefaald; hun beleid van transnationale repressie is een internationale schande.
Dit is de vrucht van jarenlang standvastig verzet tegen de koloniale en genocidale politiek van de Chinese overheid. Een verzet dat ik heb volgehouden ondanks jarenlange doodsbedreigingen, psychologische druk en de chantage van mijn familieleden door de lange arm van China. Het is de collectieve triomf van alle Oeigoeren die strijden tegen transnationale repressie en van iedereen die rechtvaardigheid steunt.
Ik wil benadrukken: als wij uit angst zwijgen terwijl wij in vrije landen leven, zal de Chinese overheid proberen ons geluid stap voor stap uit te wissen. Maar als wij van gerechtigheid ons vaandel maken, zullen democratische wetten ons beschermen. Ik ben hier getuige van geweest via het Nederlandse parlement en de regering, aan wie ik mijn diepste dankbaarheid uitspreek.
We moeten China laten weten: zij kunnen ons niet het zwijgen opleggen. Zij kunnen onze stem niet doven. Onze strijd is een rechtvaardige strijd tegen het kolonialisme en de onrechtvaardigheid van de Chinese overheid. Ik zal nooit stoppen met mijn strijd tegen de Chinese overheid totdat de Oeigoeren volledige vrijheid en onafhankelijkheid hebben bereikt.
De Oeigoeren zijn een volk uit de Chinese autonome regio Xinjiang. Met ongeveer 12 miljoen personen vormen de Oeigoeren 45 procent van de bevolking van dit gebied. De Oeigoerse taal behoort tot de Turkse talen. Het grootste deel van de Oeigoeren woont in het Tarimbekken, het zuidelijk deel van de provincie en hun traditionele woongebied, waar zij met ruim 80 procent van de daar wonende bevolking nog steeds de meerderheid vormen. Vrijwel alle Oeigoeren behoren tot de Islam (Soennisme).
