Ateek biedt in Roep om verzoening een persoonlijke en theologische visie op de situatie van Palestijnse christenen en hun geweldloze verzet tegen de Israëlische bezetting. Hij tekent protest aan tegen een christen-zionistische Landtheologie, die de Thora reduceert tot een zionistische tekst voor vandaag. Hier is volgens Ateek sprake van “een gewelddadige theologie”. Scenario’s voor een nakende, brute Eindtijd en waarin joden, door massaal terug te keren naar het Land, de weg moeten vrij maken voor de wederkomst van de Jezus, hekelt hij als een gevaarlijke “ketterij”. Kerken zien dat onvoldoende in, vindt Ateek. Deze exclusieve Landtheologie maakt het volgens hem voor Palestijnse christenen onmogelijk het Oude Testament op hun manier te verstaan. Hij pleit daarom voor “een theologie die bevrijdt”, gebaseerd op Jezus Christus zelf. Het kwam hem al eerder op het verwijt te staan een vorm van substitutietheologie te bedrijven: hij zou het jodendom zijn bestaansrecht ontzeggen.

Ateek toont er zich echter zeer van bewust dat de genocide op de Europese joden voor westerse christenen tot een diepgaande theologische bezinning moest leiden, ook wat betreft de substitutietheologie. Hij vindt zelfs dat Palestijnse christenen, ofschoon die geen deel hadden aan deze genocide, meer sensitiviteit zouden kunnen ontwikkelen ten aanzien van de Sjoah.
Zijn boek zou westerse theologen tot de vraag kunnen brengen, hoe het toch komt dat velen van hen zo weinig oog hebben voor Palestijnse christenen? Ook joodse denkers, voor zover ze géén aanhangers zijn van het politieke zionisme, worden door deze theologen, nauwelijks gezien. Zou na het noodzakelijke zelfonderzoek naar de eigen antisemitische wortels, de christelijke hyper-identificatie met het verstatelijkte jodendom niet evenzeer tot nader zelfonderzoek moeten leiden?

Tijdens een symposium in De Bergkerk op 24 april 2012 in Amersfoort, dat door ruim zestig belangstellenden werd bezocht, reageerden twee theologen van de Vrije Universiteit, Martien Brinkman en Peter-Ben Smit, op het nieuwe boek. “Inclusiviteit is inherent aan Israëls syncretistische religie, waarin elk mens als beeld Gods in gelijke rechte een plaats krijgt”, aldus Brinkman. “Theocentrisme en antropocentrisme komen hier in elkaars verlengde te liggen”. Dat maakt het volgens Brinkman onmogelijk verticale, goddelijke vergeving en horizontale menselijke gerechtigheid tegenover elkaar te stellen. “Geen vergeving zonder gerechtigheid en geen gerechtigheid zonder vergeving”, zo steunde Brinkman de inclusieve uitleg van de Thora door Ateek. Maar tegelijkertijd vindt Brinkman dat Ateek in zijn boek “over de rand” gaat richting christelijke substitutietheologie. Ik heb dat niet kunnen staven. Maar zou dat wat op Brinkman en anderen overkomt als een vorm van subsitutietheologie niet met iets anders te maken kunnen hebben? Ik denk aan een bestaande weerstand onder nogal wat Nederlandse theologen èn kerkleiders, om de huidige verstatelijking van het jodendom in het licht van zowel Thora en het Evangelie alsnog kritisch te evalueren. Moeten Palestijnse christen misschien daarom bij herhaling de maat worden genomen? De joodse trauma-psycholoog Mark Braverman bekritiseert in zijn gelijknamige boek juist “de fatale omhelzing ” van het jodendom door oecumenische christenen. Hij verwijt de christelijke theologen na Auschwitz “een omkering van de substitutietheologie”, omdat ze de uitzonderlijkheid van het jodendom telkens herbevestigen. Door hun nadruk op de uniciteit van ‘Auschwitz’ helpen ze joden juist opnieuw tot gegijzelden van hun geschiedenis te maken. Hij wil niet dat christenen aanhaken bij de veronderstelde geprivilegieerde status van joden, omdat dat een funeste uitwerking heeft op een reële visie op de huidige staat Israël.

Peter Ben Smit sprak waardering uit voor het werk van Ateek, als ook voor het feit dat het nu in het Nederlands toegankelijk is. Palestijnse christenen zitten volgens Smit “in een dubbele tang”. Religieus vormen ze een minderheid binnen een overwegend islamitische cultuur, cultureel-etnisch zijn ze de zwakkere partij in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Smit vindt dat van hun theologische bijdrage te weinig bekend is. Maar wat ook bij Smit niet naar voren kwam, hoezeer Palestijnse christenen nog in een derde klem zitten, die bij herhaling wordt aangebracht door nogal wat westerse christenen en hun theologen. Smit toonde bij voorbeeld geen enkel begrip, wanneer Ateek in zijn boek Jezus afzet tegen zijn tijds- en volksgenoten. “Jezus stond vermoedelijk heel dichtbij Farizese stromingen, bijvoorbeeld, en affiniteit met Johannes de Doper, wellicht een Esseen, had hij ook”, aldus Smit. Voor hem wekt het ook al “geen sympathieke associaties op” als Jezus “een Palestijn” wordt genoemd. Hij kan dat niet anders verstaan, dan dat Palestijnse theologen Jezus als “niet-Jood” zouden beschouwen. Dat is opmerkelijk, want zelfs de zionistische beweging gebruikte de naam “Palestina” voor het Land, zelfs tot kort vóór de stichting van staat Israël. Smit vindt het “problematisch” om etnische en culturele verschillen van het heden terug te projecteren in de eerste eeuw. Maar is dat niet precies wat er gebeurde, toen de ‘joodse’ staat zich in 1948 de religieuze naam “Israël” toe-eigende?

Verzoening2

Wie de bewoners van het huidige Israël/Palestina in de eerste eeuw precies waren, vindt Smit vandaag wel “een interessante vraag”, maar hij vindt het “op zijn zachtst gezegd niet opportuun” hier terminologisch zwaar beladen termen op los te laten. In Israël zelf woedde in 2008 en 2009 een harde, terminologische polemiek over de vraag wat voor ‘volk’ de ‘joden’ eigenlijk zijn? Vragen naar de begrenzingen van het begrip ‘volk’ (etnisch, staatkundig , historisch en theologisch) waren niet van de lucht. De seculiere Israëlische historicus Schlomo Sand had in zijn boek The Invention of the Jewish People geconcludeerd, dat de verhouding van de huidige generatie joods-Israëlische joden met hun staat ”mytisch” is en daarom problematisch. Hij stelde vast dat de joodse plattelandsbevolking na de val van de Tempel in 70 niet door de Romeinen werd gedeporteerd – dat deden de Romeinen nooit – maar achtereenvolgens wel door Byzantijns-christelijke en islamitische assimilaties is heen gegaan. De ‘wandelende jood’ noemde hij in dit verband “een christelijke mythe”, die later door het zionisme is overgenomen. De joden rond de Middellandse Zee waren immigranten en proselieten, maar als boeren in het Land hebben ze hun grond niet onder dwang hoeven verlaten. Ben Gurion, vertelt Sand, was daarom al van mening dat de Palestijnen eigenlijk niet bestaan, maar bewust zouden moeten worden gemaakt van hun joodse wortels. Ik had Smit de vraag willen stellen, of dit thema alleen maar historisch “interessant” is, of toch ook een eigen theologisch relevantie heeft, nu er in Israël met steeds meer pressie wordt geijverd voor een zuiver ‘joodse’ staat.

Westerse theologen lijken vanwege hun eigen verwerkingsgeschiedenis van de Sjoah steeds verder af geraakt van een betrokken perceptie van de opvattingen en processen binnen de kleine Palestijnse christelijke minderheid. Brinkman en Smit maakten hier allebei alleen maar passen op de plaats. Toch ontkende Ateek, ook in de discussie, geen moment de eigen betekenis van het jodendom, ook niet voor christenen. Maar hij interpreteerde bijvoorbeeld wel de profeet Jona als iemand die de Israëlieten er toen al van bewust wilde maken “dat God de God van iedereen is en dat zij slechts een klein deel vormen van het volk van God”. Na twee verwijzingen naar Jona bij Mattheüs en Lucas, komt Ateek via Jona’s kritiek op exclusieve etnische rechten uit op een radicale klacht tegen het nationalisme vandaag. Ateek maakt Jeruzalem uitdagend tot het hart van een verbindende theologie, waarin hij het exclusivisme van de joodse stadhouder Nehemia pertinent afwijst. Actuele slogans als “Jeruzalem is joods” of “Jeruzalem is islamitisch” wijst hij net zo stellig af als christen-zionistische claims. Ateek daagt christenen uit tot het vasthouden aan ‘een theologie voor alle volkeren’. Misschien hebben we daar in Nederland wel een tekort aan.

Boekgegevens

Auteur: Naim Ateek | Titel: Roep om verzoening. Een Palestijnse christen over vrede en recht. Met een woord vooraf van Arjan Plaisier en Desmond Tutu | Uitgeverij: Boekencentrum, 2012 | Prijs: € 19,90 | ISBN: 9789023920656.

Deze tekst verscheen eerder op Oecumene.nl.

Gied ten Berge

Gied ten Berge

Socioloog / Theoloog

Gied ten Berge is socioloog, katholiek theoloog en auteur/redacteur van verschillende publicaties over de religieuze verhoudingen en …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.