In het bijbelboek Genesis zweeft de Geest over de rusteloze ‘oervloed’ en brengt de aarde met haar land en zee, dieren en mensen voort. Volgens de Zweedse theoloog Krister Stendahl is de Geest de levensenergie. Door die geestkracht versloeg de rechter Otniël de vijand zodat het land ‘veertig jaar vrede had’ en Simson scheurde met blote handen een leeuw in stukken. In de latere profeten dreunt de Geest als de nijdige voetstappen van een boze vader, of verleidt in ‘vrouwe Wijsheid’ met liefelijke woorden. Opdat ‘het recht zal stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek’.
Geleidelijk slaan de profeten een opmerkelijke omweg in: verbetering van de wereld gaat via de vernieuwing van het hart. Heel duidelijk vinden we dit bij Ezechiël. Bij hem zien we een van de eerste pogingen om het ethisch handelen anders te definiëren dan als gehoorzaamheid aan een uiterlijke wet. Volgens Ezechiël zal God mensen ‘een nieuw hart en een nieuwe geest’ geven als voorschot op de komende wereld van vrede en recht, het rijk van God genaamd.
Nieuwe Testament
Voor de schrijvers van het Nieuwe Testament wordt dit zichtbaar in Jezus van Nazareth. In zijn woorden en daden geloven ze al iets van die nieuwe wereld te zien. Gods Geest krijgt als het ware zijn imprint en wordt in het van oorsprong joodse pinksterverhaal uitgestort op ‘alle mensen’, niemand uitgezonderd. Als een duif broedt de Geest van Christus op rusteloze harten en verandert mensen van binnenuit.
Hieruit ontstond een enthousiaste gemeenschap waarin men alles met elkaar deelde en omzag naar de armen: het begin van de kerk. De rondreizende apostel Paulus verkondigde dat de Geest mannen en vrouwen tot een ‘nieuwe schepping’ maakt, die sociale en etnische barrières overstijgt. Maar al snel raakte de jonge kerk verstrikt in de heersende politieke en maatschappelijke structuren. Ze schurkt tegen de machthebbers aan en de Geest wordt gedegradeerd tot ‘assepoester van de theologie’. Nog niet zo lang geleden verdedigde de Nederduits Gereformeerde kerk in Zuid-Afrika de apartheid. Paus Johannes Paulus II leverde felle kritiek op de bevrijdingstheologen die in Latijns-Amerika opkwamen voor de misdeelden. Maar deze theologen gaven slechts antwoord op ‘de roep van de heilige Geest om een spirituele, ethische en sociale toewijding aan de armen’ (Jose Miguez Bonino).
Vandaag wordt het christendom door extreemrechtse stromingen gebruikt om nationalistische ideeën, racisme en geweld te rechtvaardigen. De Amerikaanse minister van oorlog Pete Hegseth liet zelfs de leus van de kruistochten Deus vult (God wil het) op zijn lichaam tatoeëren. Dit polariserende wij-zij denken waarin de ander als een vijand wordt gezien die bestreden moet worden, zet vandaag bevolkingsgroepen tegen elkaar op en maakt politieke samenwerking bijna onmogelijk.
Pinksteren wijst een radicaal andere weg: die van de vernieuwing van het hart. Het verlangen daarnaar is de drijfveer achter het hedendaagse zoeken naar zingeving, spiritualiteit en identiteit. ‘Hoe ik moet leven kan ik niet in een model buiten mijzelf vinden, alleen in mijn eigen binnenste’, merkt de Canadese filosoof Charles Taylor in een boek over het multiculturalisme op.
Etty Hillesum
Een inspirerend voorbeeld van de omweg van buiten naar binnen, en op nieuwe wijze weer naar buiten, vinden we bij Etty Hillesum. Al jong demonstreerde ze voor een rechtvaardige samenleving, totdat ze de weg naar binnen ontdekt. In de oorlogsjaren beschrijft ze in haar dagboek (23 september 1942) een gesprek met haar vriend, de marxist Klaas Smelik. Ze zegt:
‘het enige, Klaas, ik zie geen andere weg, (is) dat ieder van ons inkeert in zichzelf en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen… En Klaas, oude en verbeten klassestrijder, zei ontsteld en verwonderd tegelijkertijd: Ja maar dat – maar dat zou immers weer Christendom zijn! En ik, geamuseerd over zoveel plotselinge verwarring, zei heel koelbloedig: ja, waarom eigenlijk ook niet – Christendom?’
Haar rigoureuze zelfonderzoek vereiste misschien wel dezelfde geestkracht als waarmee Simson een leeuw in de bek keek. Opgegroeid in een geseculariseerd joods gezin, was Etty Hillesum niet vertrouwd met religieuze taal over de Geest. Wel liet ze zich steeds meer door de Bijbel inspireren die ze ‘ruig en teder, naïef en wijs’ vond, en las mystieke schrijvers als Augustinus, Eckhart en de dichter Rilke.
Wat gebeurt er als een mensenhart wordt vernieuwd? In haar standaardwerk Mystiek laat kenner van de spiritualiteit Evelyn Underhill zien dat het leidt tot een grote innerlijke vrijheid en speelsheid, die harde ideologieën relativeert en menselijk houdt. Ze voert daarvoor ook voorbeelden van mystici uit de joodse en islamitische wereld aan. Etty Hillesum maakte zich vrolijk over de verwarring van haar vriend, een ‘verbeten klassenstrijder’. Later, in nazikamp Westerbork, zal ze zich verheugen in een innerlijke ruimte die ze ‘de hemelen in mij’ noemt. Vandaaruit gaf ze praktische hulp aan opgejaagde mensen en werd in de duistere wanhoop hun naaste.
Pinksteren viert de vernieuwing van het hart door de onzichtbare Geest, die in mensen zichtbaar handen en voeten krijgt. Als voorbode van de komende grote zomer van vrede en recht.
