Het thema van deze bijeenkomst is: navigeren op het smalle pad. Dat beeld spreekt mij aan. Een smal pad vraagt aandacht. Vraagt om polderen, om begrip voor dualiteit. Deze lezing wil ik graag beginnen met het gedicht van Dichter der Nederlanden 2023 Babs Gons, met de titel ‘Precies goed’.
Precies goed
Soms wil je gewoon je hoofd op de aarde leggen,
je vuist naar de hemel heffen,
de tranen laten komen en zeggen:
het is zeker omdat ik zwart, wit, vrouw,
dik, dun, te groot, te klein,
te lief, onaardig,
omdat ik lelijk, eerlijk,
direct, poëtisch, welbespraakt,
te zichtbaar, onzichtbaar,
kwetsbaar,
onbegrepen, geprezen
arm, trots en confronterend ben?
Daarom zeker!En dat de aarde je dan met haar zachte handen
Babs Gons
heel voorzichtig omhoog duwt,
je op de wang kust en fluistert;
het is omdat je zo ontzettend mens bent.
Niet te veel, niet te weinig, gewoon genoeg mens.
Net zo mens als andere mensen.
Precies goed.
Dit gedicht gaat over de gedachte dat Prinsjesdag niet alleen zou moeten gaan over begrotingen, koopkrachtplaatjes en politieke strategieën. Natuurlijk zijn cijfers belangrijk. Begrotingen doen ertoe. Besluiten hebben gevolgen. Maar onder al die cijfers, percentages en beleidsvoornemens gaat een fundamentelere vraag schuil: Wat voor samenleving willen wij zijn? En misschien nog persoonlijker: Hoe willen wij in die samenleving mens zijn voor elkaar?
Kim Putters (voorzitter SER) nam ons mee naar een historisch moment in Sint-Michielsgestel. Naar bestuurders die onder wanhopige omstandigheden nadachten over een nieuw Nederland. Zij spraken de ambitie uit om samen te brengen wat bij elkaar hoorde en om vervolgens, samen met anderen, te bouwen aan de toekomst. Achter zulke grote woorden gaan mensen schuil. Mensen als Willem Drees, Pieter Oud en Jan Tinbergen. Mensen met overtuigingen, idealen en twijfels. Mensen die niet precies konden weten hoe de toekomst eruit zou zien, maar die zich wel verantwoordelijk voelden voor die toekomst.
Ook nu gaat het uiteindelijk over mensen. Mensen met al die eigenschappen die in het gedicht van Bab Gons voorbijkomen. Mensen die zichtbaar zijn of onzichtbaar. Geprezen of onbegrepen. Kwetsbaar of confronterend. Mensen die soms te horen krijgen dat zij te veel zijn. Of juist te weinig. En over die mensen wil ik het vanmorgen hebben. Over menselijkheid en over de waarden die ons kunnen helpen wanneer het pad smal wordt.
Als directeur van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, NiNsee, werk ik dagelijks met een geschiedenis waarin de menselijkheid van mensen stelselmatig werd ontkend. Mensen werden tot bezit gemaakt. Hun namen werden afgenomen, families werden uit elkaar gerukt, lichamen werden verhandeld. Hun verhalen verdwenen uit archieven, uit schoolboeken en uit het collectieve bewustzijn en tòch toch bleven zij mens. Zij bleven zich verzetten, liefhebben, geloven, creëren, zorgen en dromen.
Dat is voor mij een van de meest indringende lessen van het slavernijverleden: systemen kunnen proberen mensen te reduceren tot een categorie, een nummer of een economische waarde, maar de menselijke waardigheid laat zich nooit volledig uitwissen. NiNsee is ontstaan vanuit gemeenschappen die vonden dat deze geschiedenis niet langer mocht worden verzwegen. Mensen uit de Surinaamse, Caribische en Afrikaanse gemeenschappen hebben jarenlang gestreden voor erkenning, voor een nationaal monument en voor een instituut dat onderzoek, educatie, herdenking en bewustwording met elkaar verbindt. Het bestaan van NiNsee is niet vanzelfsprekend geweest. Het instituut heeft een turbulente geschiedenis gekend. Er waren periodes waarin de politieke en financiële steun vrijwel volledig wegviel. Er waren momenten waarop de continuïteit ernstig onder druk stond.
Maar mensen bleven doorgaan. Voorgangers, bestuurders, medewerkers, vrijwilligers en mensen uit de gemeenschappen hielden het instituut overeind. Niet omdat het systeem daarvoor altijd voldoende ruimte bood, maar omdat mensen besloten verantwoordelijkheid te nemen.
Dat raakt voor mij aan de kern van dit ontbijt. Een instituut is uiteindelijk niet alleen een gebouw, een begroting of een beleidsplan. Een instituut bestaat uit mensen die op een bepaald moment zeggen: Deze geschiedenis doet ertoe. Deze gemeenschap doet ertoe en deze mens doet ertoe.
Vandaag ontwikkelt NiNsee zich verder als nationaal kennis- en expertise-instituut op het gebied van het Nederlandse slavernijverleden, de doorwerking daarvan en herstel en rechtvaardigheid. Wij initiëren en ondersteunen onderzoek, ontwikkelen educatieve programma’s en ontsluiten kennis. Wij dragen bij aan herdenking, maatschappelijke dialoog en bewustwording. Wij brengen wetenschappers, onderwijsprofessionals, cultuurmakers, beleidsmakers en gemeenschappen samen. Maar ook achter deze opsomming gaat een eenvoudige overtuiging schuil: Geschiedenis gaat niet alleen over het verleden. Geschiedenis bepaalt mede wie in het heden wordt gezien, wie wordt gehoord en wie als volwaardig onderdeel van onze samenleving wordt beschouwd.
Afgelopen dinsdag mocht ik spreken bij het graduation moment van de Foundation Academy of Amsterdam. Deze academie is opgericht door Samuel Lee, die in 2019 Theoloog des Vaderlands was. Hij kwam zelf naar Nederland met een migratie- en vluchtgeschiedenis. Vanuit die ervaring bouwde hij aan een plek waar onderwijs niet wordt gezien als een voorrecht voor enkelen, maar als een mogelijkheid tot menselijke ontplooiing voor iedereen. Bij de Foundation Academy of Amsterdam kunnen mensen studeren die elders vaak worden buitengesloten. Mensen die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen, die asiel zoeken, soms zonder de juiste papieren of zonder een vaste verblijfplaats. Mensen die veel hebben meegemaakt, maar die weigeren hun toekomst uitsluitend te laten bepalen door wat hun in het verleden is overkomen. Zij krijgen daar niet alleen onderwijs, maar ook ruimte. Ruimte om opnieuw eigenaar te worden van hun verhaal en om hun ervaringen te verbinden aan kennis. Ruimte om niet alleen gezien te worden als vluchteling, migrant, asielzoeker of ongedocumenteerde, maar als student, denker en mens met talenten, dromen en mogelijkheden. Daar gebeurt iets wezenlijks.
Mensen krijgen hun waardigheid niet terug omdat die waardigheid ooit werkelijk verdwenen was. Menselijke waardigheid kan niemand worden afgenomen. Maar zij krijgen wel opnieuw een omgeving waarin die waardigheid wordt gezien, erkend en bevestigd. Dat is het verschil tussen iemand toelaten en iemand werkelijk verwelkomen. Tussen iemand registreren en iemand werkelijk zien of tussen beleid maken voor mensen en beleid maken mét mensen. En daarmee kom ik bij de drie begrippen/waarden die voor mij centraal staan in de vraag wat voor samenleving wij willen zijn: Recht, rechtvaardigheid en gerechtigheid. Deze drie begrippen liggen dicht bij elkaar, maar betekenen niet precies hetzelfde.
Recht gaat over regels, afspraken en bescherming. Het recht bepaalt waarop mensen aanspraak kunnen maken. Het stelt grenzen aan macht en willekeur. Het biedt, als het goed functioneert, bescherming aan ieder mens, maar wat rechtmatig is, voelt niet altijd rechtvaardig. Daarom is er ook rechtvaardigheid. Die vraagt of regels en besluiten in de praktijk eerlijk uitwerken. Behandelen wij mensen werkelijk gelijk als hun uitgangsposities ongelijk zijn? Bieden wij iedereen dezelfde deur, terwijl sommigen eerst nog een hoge trap moeten beklimmen om die deur überhaupt te bereiken? En luisteren wij alleen naar de mensen die gemakkelijk toegang hebben tot bestuur, beleid en macht? Of zoeken wij ook actief naar de stemmen van mensen die niet vanzelfsprekend aan tafel zitten?
Rechtvaardigheid vraagt meer dan gelijke regels. Het vraagt aandacht voor ongelijke omstandigheden, voor historische achterstanden en voor de gevolgen van keuzes die in het verleden zijn gemaakt en dan is er gerechtigheid. Gerechtigheid is voor mij een diepere, ook Bijbelse waarde. Zij gaat niet alleen over de vraag of wij ons aan de regels houden. Zij vraagt of wij werkelijk het goede doen, bereid zijn recht te zetten wat krom is gegroeid is, oog hebben voor mensen die kwetsbaar zijn. Of wij macht durven begrenzen en niet alleen spreken over menselijke waardigheid, maar bereid zijn die waardigheid zichtbaar te maken in onze keuzes, onze instellingen en onze begrotingen.
Gerechtigheid vraagt soms dat wij verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is. Zij vraagt moed, verantwoordelijkheid en volharding, juist wanneer het pad smal wordt. Het thema van deze bijeenkomst is: navigeren op het smalle pad. Dat beeld spreekt mij aan.
Een smal pad vraagt aandacht. Vraagt om polderen, om begrip voor dualiteit. Over dit begrip sprak ik ook afgelopen dinsdag tegen mensen die in Nederland komen. Waar ze aan de ene kant soms een verblijfsvergunning en daarmee ook weer legaliteit krijgen, lopen ze aan de andere kant aan tegen een systeem dat niet altijd even hartelijk is tegen hen. Waar mensen dankbaar zijn voor een nieuw leven hier en tegelijkertijd rouwen om wat ze achterlieten.
Wie op een brede weg loopt, kan gemakkelijk om zich heen kijken. Op een smal pad moet je bewust je voeten neerzetten. Je moet je evenwicht bewaren. Je moet soms vertragen en je moet rekening houden met degene die naast je loopt. Op het smalle pad is niet altijd ruimte voor snelle antwoorden. Daar is er sprake van dualiteit en van begrenzing Daar botsen waarden soms met elkaar. Op het smalle pad moet veiligheid samengaan met menselijkheid, economische groei worden verbonden aan brede welvaart en individuele vrijheid samengaan met verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en daar moet aandacht voor de toekomst samengaan met de bereidheid om het verleden onder ogen te zien.
Die verschillende waarden hoeven geen tegenpolen te worden. Verschillen en dualiteiten hoeven in onze democratische samenleving niet automatisch tot polariteiten te leiden. Zij hoeven niet voortdurend tegenover elkaar te staan. Zij kunnen elkaar aanvullen, corrigeren en in evenwicht houden. Maar dat lukt alleen wanneer wij bereid zijn naar elkaar te luisteren. Niet om onmiddellijk te antwoorden of om de ander in een politieke, religieuze of maatschappelijke categorie te plaatsen, maar om werkelijk te begrijpen wat er voor de ander op het spel staat. En ook daar gaat Prinsjesdag over.
Na Prinsjesdag zullen de plannen worden doorgerekend. De cijfers zullen worden geanalyseerd. Politieke partijen zullen hun oordeel geven. Belangenorganisaties zullen reageren. In kranten, op sociale media en aan talkshowtafels wordt er nu al voluit gesproken en straks zal het ook gaan over winnaars en verliezers. Dat hoort bij onze democratie. Maar ik hoop dat wij achter al die cijfers de mensen blijven zien. De mensen over wie het beleid gaat. De mensen die niet altijd aan tafel zitten. De mensen voor wie een beleidswijziging geen abstract besluit is, maar een directe verandering in hun dagelijks leven.
Achter een koopkrachtcijfer staat een ouder die aan het einde van de maand keuzes moet maken. Die elk dubbeltje moet omkeren en soms dat dubbeltje niet eens heeft om te keren. Achter een onderwijsbegroting staat een kind dat wel of niet de kans krijgt zijn talenten te ontwikkelen. Achter migratiebeleid staat iemand die ergens vandaan moest vertrekken en hoopt ergens opnieuw te mogen beginnen. Achter cultuurbeleid staat een gemeenschap die haar geschiedenis wil bewaren en doorgeven. Achter zorgbeleid staat iemand die wacht. En achter de woorden ‘uitvoerbaarheid’, ‘efficiëntie’ en ‘beheersbaarheid’ staat vaak een mens die afhankelijk is van de manier waarop een systeem functioneert.
Laten wij daarom niet alleen vragen of beleid uitvoerbaar en betaalbaar is. Laten wij ook vragen of het rechtvaardig is. En zoals Kim Putters aangeeft, resoneert onze eigen traditie en de sociale markteconomie het best bij de samenleving die we willen zijn. Een model dat niet alleen redeneert vanuit economische groei , maar zoals ik ook aangeef, vooral vanuit mensen, leefomgeving en een rechtvaardige verdeling van welvaart.
Want de vraag ‘werkt het systeem’ is relevant, maar ook ‘voor wie werkt het systeem’. Waar ligt de grens is belangrijk. Maar ook: Wie ondervindt de gevolgen van die grens? En vragen naar hoe we tot overeenstemming komen, gaan samen met welke waarden in die overeenstemming nooit verloren gaan mogen gaan. Dus niet alleen; wat kost het? Maar ook: Wat kost het ons als samenleving wanneer wij niets doen? Wat kost het wanneer mensen langdurig niet worden gehoord? Wat is de prijs wanneer er talent verloren gaat? En wanneer het wantrouwen groeit omdat mensen de overheid niet langer ervaren als een betrouwbare en rechtvaardige bondgenoot? Niet alles wat van waarde is, laat zich in cijfers uitdrukken. Vertrouwen, erkenning, onderwijs, herdenken hebben allen waarde. En menselijke waardigheid heeft een waarde die zich niet laat reduceren tot een begrotingspost.
Het smalle pad biedt geen eenvoudige antwoorden. Het vraagt dat wij blijven zoeken. Dat wij bereid zijn bij te sturen. Dat wij verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van onze keuzes. En dat wij de menselijke maat blijven zien, juist wanneer systemen groot en vraagstukken ingewikkeld worden. De menselijke maat is geen vriendelijke toevoeging aan beleid of een zachte waarde die pas aan bod komt wanneer alle harde berekeningen zijn gemaakt. De menselijke maat hoort vanaf het begin aan de tafel te zitten. Zij moet zichtbaar zijn in de vragen die wij stellen. In de mensen die wij uitnodigen. In de vorm van alle generaties en achtergronden Kim Putters riep op tot de moraliteit van leiderschap en dat vind ik een groot goed. Leiders hoeven niet op ieder moment alle antwoorden te hebben. Luisteren, verantwoordelijkheid nemen en het ongemak niet uit de weg gaan zijn ook kwaliteiten van leiderschap. Lef hebben en daarmee soms kiezen voor een moeilijker pad, omdat het gemakkelijke pad mensen achterlaat is ook onderdeel van moreel leiderschap.
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap van het gedicht waarmee ik begon. Achter alle verschillen, categorieën, systemen en labels is ieder mens in de eerste plaats mens. Niet pas wanneer iemand de juiste opleiding heeft afgerond, voldoende verdient of de juiste papieren kan laten zien. Maar nu zoals die persoon hier voor ons staat. Niet te veel of te weinig. Maar genoeg mens. Precies goed.
Laten wij daarom kiezen voor het smalle pad. Niet omdat het gemakkelijk is. Niet omdat het ons altijd waardering zal opleveren. Niet omdat wij zeker weten dat wij nooit zullen struikelen. Maar omdat het de weg is waarop moed, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid samenkomen. De weg waarop recht niet alleen op papier bestaat, maar ook bescherming biedt. De weg waarop rechtvaardigheid niet alleen een ideaal is, maar zichtbaar wordt in de manier waarop mensen worden behandeld. En de weg waarop gerechtigheid ons steeds opnieuw de vraag stelt: Wat vraagt het goede op dit moment van mij?
Dank u wel.
