In zijn onderzoek ontdekte Van Oord een geweldloze actie in Griekenland in het jaar 400 voor Christus. Athene was al decennia in oorlog met het naburige Sparta en de vrouwen van beide landen waren het zat. Lysistrata riep alle vrouwen op om in seksstaking te gaan en zo de mannen te dwingen de oorlog te staken. Niet alle vrouwen waren het daar direct mee eens. Seksstaking, zeiden een paar vrouwen? Nee, nooit van mijn leven! Ik wil door het vuur gaan, maar een seksstaking? Nee, dan maar liever oorlog. Maar ook deze vrouwen raakten overtuigd en zo begonnen vrouwen uit Athene en uit Sparta een seksstaking.

De mannen waren woedend, maar na wat schermutselingen, waarbij vrouwen een hecht verbond vormden, besloten ze te onderhandelen en kwam er een einde aan de oorlog. Dat dit geweldloze wapen nog steeds bestaat ontdekte ik in de jaren zeventig toen ik op reis was in West Afrika. In Kameroen werden jongeren voor kleine ondeugendheden door de politie finaal in elkaar geslagen. Dit tot woede van de moeders. Toen protest hiertegen niet hielp, gingen ze in seksstaking en binnen anderhalve maand was het afgelopen met het overdreven slaan.

In zijn verdere onderzoek komt Van Oord bij Gandhi, die hij ziet als de grondlegger van het denken over geweldloos verzet. De meest bekende actie van Gandhi was zijn protest tegen de invoering van belasting op de productie van zout. Hij besloot met zijn volgelingen in een drieweekse tocht naar zee te wandelen om daar zijn eigen zout te produceren. Al wandelend hadden duizenden Indiërs zich bij hen aangesloten. Later is daar een film over gemaakt die wereldwijd veel aandacht kreeg en het denken over geweldloos verzet bevorderde.

Geweldloosheid wordt vaak gezien als soft. Niets is minder waar. Geweldloosheid vereist slim handelen. Jezus die geweldloos verzet aanmoedigde, was daar handig in. Ergens zegt hij ‘Als men je bovenkleed eist, geef dan ook je onderkleed’. Een onderkleed is je ondergoed; als je dat geeft, sta je naakt en dat is een schande. Niet alleen voor de naakt staande, maar ook voor degene die daarvan de oorzaak is. Een Romeinse soldaat keek dus wel uit met het vragen van je bovenkleed. Of denk aan de ontmoeting van Jezus met de vrouw die gestenigd gaat worden door een horde mannen. Als Jezus had gezegd ‘Hou op, zijn jullie helemaal gek geworden’, dan hadden die mannen zich daar waarschijnlijk niets van aangetrokken. Maar Jezus zegt: ‘Wie zonder zonde is, werpt de eerste steen’ – en daarmee  brengt hij de mannen in verlegenheid. Had iemand als eerste een steen gegooid, dan zou die door de anderen bespot worden en uitgelachen. Dus zo lezen wij: ‘ze dropen af’.

Vietnam en Zuid-Afrika

Laat ik wat voorbeelden uit eigen ervaring noemen. Om te beginnen Vietnam. De eerste protestacties tegen het optreden van de VS in Vietnam werden georganiseerd  door onder meer de Ban de Bom beweging en bestond uit bezetting van de ingang van het Amerikaanse consulaat in Amsterdam en demonstreren, wat in die tijd nog verboden was. Hoe nu verder? Een paar Vietnamcritici kwamen in contact met de Amerikaanse professor ethiek John Swomley, ook specialist in sociale veranderingsprocessen. Zijn analyse was: elke sociale verandering begint met radicale acties. Deze acties roepen weerstand op maar zetten het probleem wel op de agenda. Vervolgens komen er mensen die het wel eens zijn met het doel van de actie maar niet met de actiemethoden. Deze mensen zetten dan vaak een groep op die op een niet radicale wijze mensen mobiliseert.

En ja hoor, precies dat gebeurde. Piet Nak, voorman van de Februaristaking van 1941, was enkele keren bij de eerste Vietnam-acties maar vond het te rel-achtig. Hij zocht contact met onder meer professor Johannes Verkuyl en Piet Dankert, internationaal secretaris van de PvdA, en zij richtten in 1967 het Vietnamcomité op dat een aantal succesvolle demonstraties organiseerde. Piet Nak, die als Jordanees ‘Vietnam’ fonetisch uitsprak als ‘Viet Nam’, kreeg van activisten de naam Piët Nak.

Een voorbeeld waarbij het niet goed ging, was het protest tegen de pasjeswet in Sharpeville, Zuid-Afrika in maart 1960. Op initiatief van Mandela liepen duizenden zwarten al zingend en swingend zonder het gehate pasje naar het politiebureau. Idee was zich als totale groep te laten arresteren. Zover kwam het echter niet. Toen de groep naderde, begon de politie te schieten met als gevolg 69 doden en vele gewonden. Voor Mandela was dit het teken dat geweldloos verzet niet werkt; hij ging over tot gewelddadig verzet. Het neerschieten van ongewapende burgers leidde wereldwijd tot grote verontwaardiging en in een aantal landen tot oprichting van protestcomités.

In Nederland ontstonden in die jaren diverse protestgroepen. De belangrijkste werd de in 1971 opgerichte AABN (Anti Apartheids Beweging Nederland). Vanaf dat jaar organiseerde de AABN reeksen demonstraties, voorlichtingsavonden, prikacties naar bedrijven en zo meer. Maar ook zij ontkwam niet aan het spanningsveld tussen geweldloze en gewelddadige acties. Halverwege de jaren tachtig, toen eindelijk ook het CDA en de PvdA niet langer spraken over ‘gescheiden ontwikkeling’ maar apartheid echt zagen als onrecht, waren er activisten buiten de AABN voor wie het allemaal te lang duurde.

525×840

RaRa, een anarchistische actiegroep, stak in 1985 vier Makrovestigingen in brand. Daarna besloot moederbedrijf SHV haar Makrovestigingen uit Zuid-Afrika terug te trekken. Een andere actiegroep met de naam Nachtschade begon vanaf 1986 slangen bij Shell pompstations door te snijden. De ‘gevestigde’ Zuid-Afrika groepen veroordeelden de geweldstrategie van RaRa en ten aanzien van het slangen doorsnijden stelden zij zich terughoudend op. Maar het kwaad was al geschied. De Telegraaf pakte de gewelddadige acties op om daarmee de gehele Zuid-Afrika beweging te criminaliseren.

Deze situatie, en meer nog de situatie in Sharpville, geeft een zwak punt aan van geweldloze acties. Deze acties kunnen een belangrijke rol spelen mits hun politieke tegenstander een bepaalde mate van burgerlijk fatsoen hanteert en hun potentiële medestanders een redelijk strategisch inzicht bezitten.

De ethicus Swomley en Lodewijk van Oord pleiten er voor om toch zo lang mogelijk geweldloosheid aan te houden. Want overgaan tot gewelddadigheid betekent in de regel dat je tegenstander, die veel meer gewelddadige wapens bezit, het zal winnen.

Lodewijk van Oord. Protesteren voor beginners. Uitgeverij Cossee, 2025.

1523533_655585974505610_1399588557_o

Hans Beerends

Bestuurder, publicist

Hans Beerends (1931) werkt vanaf eind jaren zestig als organisator, coördinator en publicist binnen de derdewereldbeweging. Hij was …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.