Sabine Wassenberg, de schrijfster van het boek Kinderlogica dat eerder dit jaar verscheen, werkt voor WonderWhy, een organisatie die zich richt op filosoferen met kinderen en jongeren. De organisatie werkt via de zogenaamde ‘Socratische methode’ van vraag en wedervraag. Zoals Wassenberg het verwoordt: ‘Als je goed over een filosofische vraag nadenkt, kom je er vaak juist achter dat er geen sluitend antwoord is’. Bij Wassenberg mag je, als er geen sluitend antwoord is, gerust een eigen mening hebben. De enige voorwaarde is dat je over die mening hebt nagedacht, met andere woorden: dat je er argumenten voor kunt geven.

Door middel van de Socratische methode leert Wassenberg aan leerlingen ruimte te creëren voor hun eigen gedachten en meningen:  ‘De mening van de meester of juf is niet meer dé waarheid’. Het hele idee erachter is dat wanneer kinderen beseffen dat ze de waarheid niet in pacht hebben, dat de ander dus ook een mening heeft, ze tolerant leren te zijn ten opzichte van de ander. De Socratische methode kan zo helpen tegen polarisatie, tegen radicalisering. Dat was dan ook de reden waarom de gemeente Amsterdam WonderWhy inhuurde om les te komen geven op een aantal Amsterdamse basisscholen. Dit was dus de aanleiding van haar boek.

Wassenbergs boek Kinderlogica legt zich niet vast op één genre, maar is soms een filosofieboek is, dan weer een roman of een journalistieke reportage. Wassenberg beschrijft haar ervaringen op een Amsterdamse multiculturele school. Ze geeft les aan Groep 8. Het zijn kinderen uit allerlei achtergronden: christen, atheïst, hindoe en vooral moslims. De kinderen bestaan niet echt, Wassenberg heeft de personages verzonnen, zo geeft ze toe, maar ze zijn gebaseerd op echte ontmoetingen en de gesprekken hebben echt zo plaatsgevonden. In het boek laat Wassenberg de kinderen vooral zelf aan het woord, waarbij ze zich voornamelijk beperkt tot het becommentariëren van het proces.

Gaandeweg het boek blijkt dat ook juf Wassenberg zelf onderdeel is van het proces. In plaats van boven de kinderen te staan en oordelen te vellen, gaat ze door de knieën en drijft ze al redenerend en soms bijsturend mee met de gedachten van de kinderen. Ze neemt de lezer mee in de gedachten van kinderen die een wereld op zich zijn. En ze geeft aan hoe ze ook zelf door de vragen en antwoorden van de kinderen aan het denken wordt gezet.

Zo merkt Wassenberg bijvoorbeeld dat veel moslimkinderen zich gediscrimineerd voelen door Nederlanders en alle Nederlanders zien als PVV-sympathisanten. Dat zet haar aan het denken over haar eigen vooroordelen. Ze denkt terug aan een avond tijdens een vakantie. Terwijl ze op een terrasje zit, ziet ze twee donkere jongens naderen, en onwillekeurig controleert ze of haar handtas nog wel aan haar stoel hangt. Door de opmerkingen van de kinderen ziet Wassenberg zich geconfronteerd met haar eigen gedrag en vooroordelen. En als lezer ga je daardoor over je eigen gedrag en denkbeelden nadenken.

Ik geef een kort fragmentje als illustratie van de stijl van het boek:

‘Wie denkt: je mag eigenlijk niet homo zijn?’ vraag ik. ‘Zeg maar eerlijk wat je vindt.’

Ik voel wat gerommel, gestommel, gepruttel.

Achmed breekt het ijs: ‘Van mijn geloof mag het niet.’

Abdelrachman voegt toe: ‘Homo’s zijn haram. In ons geloof.’

Haram betekent verboden volgens de islam. Het tegenovergestelde van halal.

‘Het is niet helemaal normaal, juf. Mannen horen niet bij mannen’, zegt Regilio, vanuit een ander, niet zo religieus standpunt.

(…) ‘Maar’, vraagt Marlies en ze richt zich heel duidelijk tot Achmed, ‘als je dan tóch homo bent en je bent wel moslim?’

‘Wij hebben geen homo’s!’ roept Achmed, alsof hij zich persoonlijk aangesproken voelt. (…)

‘Het is niet zo dat er geen moslims zijn die homo zijn’, komt juf Asiya (een moslima) ertussen. ‘Er zijn zelfs imams die homo zijn.’ Wat fijn dat ze dit zegt.

Ik zie fronsen. Verbazing.

‘Denken jullie dan dat die imams ook geen echte moslims zijn?’ vraag ik, vooral gericht op Chaima, Abdelrachman en Achmed.

Met dit argument kunnen ze zo weinig dat ze het naast zich neer lijken te leggen.

‘Je moet kiezen: of je wordt homo, of je bent moslim’, houdt Abdelrachman stug vol.

Wouter lijkt diep na te denken over deze opmerking. ‘Maar’, zegt hij tegen Abdelrachman, ‘wat nou als je zelf homo bent? Ik zeg niet dat je het bent, maar stel… Wat zou jij dan kiezen?’

Dit is een voorbeeld uit het hoofdstuk over seks en waarin het gaat over seksuele moraal, over homoseksualiteit, de verhouding van man en vrouw, seks en de rol van heilige geschriften. In andere hoofdstukken gaat het over waarheid en complotdenken, religieus geloof, respect, wij/zij-denken, discriminatie, vrijheid van meningsuiting, vluchtelingen en vreemdelingen, omgang met de dood, noem maar op. Je ziet hoe de kinderen argumenteren, hoe ze op elkaar reageren, bevragen en bekritiseren.

Vrijwel alle heikele onderwerpen van onze multiculturele samenleving worden door deze elfjarigen besproken, zoals Geert Wilders, Charlie Hebdo, de vrijheid van meningsuiting, de vluchtelingenproblematiek, sexting. Het zijn heikele punten, of beter gezegd: het zijn juist die onderwerpen die besproken worden, die in onze samenleving veelal vermeden worden. Toch blijkt geen onderwerp echt te gek te zijn voor deze kinderen.

kinderlogica

Zelfs de dood – het onderwerp van het laatste, meest intense hoofdstuk van het boek – blijkt geen brug te ver. Wanneer een van de kinderen door zijn psychotische vader vermoord wordt, weten de kinderen hun verdriet deels te verwerken door te filosoferen over emoties, de ziel, bewustzijn en een hiernamaals. Door een afstandelijke manier van observeren en beschrijven weet Wassenberg een bijzonder ontroerend portret van deze kinderen te schetsen waarbij ze makkelijke sentimentaliteit volledig weet te vermijden. Een knappe prestatie!

Ook al gaat het er bij het discussiëren bij tijd en wijle vrij heftig aan toe, Wassenberg zorgt er achteraf voor dat er ook altijd verzoening is. Het is daarbij interessant om te constateren: deze kinderen kunnen debatteren alsof hun leven ervan afhangt, maar ze blijven elkaar als personen respecteren. Zo fel als het er tijdens het debat aan toe gaat, zo makkelijk laten ze hun eventuele meningsverschillen na afloop ook weer los. Deze klas is dus niet alleen een afspiegeling van de samenleving, maar in het respectvol met elkaar discussiëren kunnen we als volwassenen nog veel van deze kinderen leren!

Het boek is echt een aanrader. Ik kan weinig punten van kritiek bedenken. Als ik toch iets moet noemen: waar ik enigszins moeite mee had, was de af en toe wat relativistische ondertoon. Zo wijzen in een les over evolutie alle argumenten richting evolutie. Toch krijgen de kinderen die moeite hebben met de evolutietheorie van Wassenberg toestemming om te kiezen om te geloven in een goddelijke scheppingstheorie, ook als ieder argument voor de houdbaarheid ervan ontbreekt. Ze mogen hun eigen theorie als waarheid kiezen, omdat in de ogen van Wassenberg een uiteindelijk antwoord op de vraag ‘evolutie of schepping?’ ontbreekt. Voor de kinderen wel zo veilig natuurlijk. Toch wringt het. Kun je werkelijk zo vrijblijvend kiezen tussen ‘evolutie of schepping’? Misschien hoopt Wassenberg dat kinderen, gestimuleerd om nu zelf op onderzoek uit te gaan naar hun ideeën, uiteindelijk ontdekken dat evolutie betere papieren heeft dan een letterlijk geloofde goddelijke schepping.

Maar laat zo’n kritische noot vooral niemand ervan weerhouden om dit prachtige boek te gaan lezen, wellicht ook om een sprankje hoop in de goedheid van de mens levend te houden zo aan het einde van het bewogen jaar 2017. Het boek Kinderlogica is wat mij betreft een van de beste filosofieboeken die dit jaar verschenen zijn.

In het project ‘Young and Strong’ ontwikkelen WonderWhy en Nieuw Wij samen in opdracht van het Stadsdeel Amsterdam West een toolbox voor kinderen, ouders, onderwijs-en zorgprofessionals. De toolbox wordt samengesteld op basis van de wensen en behoeften van de gebruikers en bevat o.a. filosoferen met kinderen, effectief nuanceren, lessen voor op school en andere middelen om het gesprek over identiteit en diversiteit met basisschoolkinderen te voeren.

Meer informatie: a.vandersluijs@nieuwwij.nl.

Taede Smedes

Taede Smedes

Godsdienstfilosoof, theoloog en publicist

Taede A. Smedes is godsdienstfilosoof, theoloog en publicist. In 2016 verscheen van zijn hand ‘God, Iets of Niets? De postseculiere …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.