Misschien word ik intellectueel een beetje lui. Ik moet ook nog een boek van de Franse filosoof Michel Foucault recenseren, L’Archéologie du Savoir (in het Nederlands opnieuw uitgegeven bij Boom als De Archeologie van het Weten), maar heb dat even op de stapel gelegd omdat ik eerst een boekje van diezelfde Thomas Mann over politiek wilde bespreken. Dat heeft voorrang, omdat er op 29 oktober weer verkiezingen zijn, zo maakte ik mijzelf wijs.
De echte reden is natuurlijk dat mijn hoofd even geen zin in al te zware kost heeft. Geen diepgravende filosofie. Geen hoogdravende literatuur. Gewoon een beetje intellectueel ouwehoeren over politiek. Wat voor mij gewoon ontspanning is.
Achtung Europa bestaat uit een zevental essays van Thomas Mann, geschreven in de jaren dertig, waarin hij het nationaalsocialisme en zijn Führer Adolf Hitler op de korrel neemt. Weer helemaal actueel vandaag de dag, dankzij het autoritarisme van leiders als Benjamin Netanyahu, Viktor Orbán, Vladimir Poetin en Donald Trump, en natuurlijk ons eigen leidertje Geert Wilders. Thomas Mann verdedigt tegenover Hitler de democratie, maar bovenal de beschaving. De nazi’s zijn met hun geschreeuw en hun simplistische politiek een belediging voor onze goede smaak, onze moraal, ons fatsoen, onze zoektocht naar de waarheid en onze liefde voor gerechtigheid.
Dat is ook de reden dat Thomas Mann het in een lang essay opneemt voor Richard Wagner. Want hoewel de negentiende-eeuwse componist een notoire antisemiet was en een waardeloze dichter heeft Wagnerfanboy Adolf Hitler niet het alleenrecht op zijn muzikale erfenis. Wagner is van allemaal. Van alle Duitsers, maar ook van alle Europeanen.
Het lijkt tegenwoordig vloeken in de linkse kerk, zeker in die linkse sektes waar ze geloven dat het liberalisme verantwoordelijk is voor het fascisme, maar links heeft niet het monopolie op antifascisme. Je kunt ook christendemocraat zijn en antifascist. Liberaal en antifascist. Zelfs conservatief en antifascist.
Hoewel Mann zich in de jaren dertig beschouwde als een socialist – wel een van het gematigde, sociaaldemocratische soort – bevat zijn denken veel conservatieve trekken. De Mann van Achtung Europa is in de kern dezelfde Mann als die van de Betrachtungen eines Unpolitischen, het conservatieve, nationalistische pamflet uit 1918 waarin de romantische Kultur van het Duitse Keizerrijk werd verdedigd tegenover de rationalistische Zivilisation van het Westen. Mann had Duitsland lief. En juist daarom was hij tegen Hitler, die na zijn Machtergreifung in 1933 de Duitse Kultur verkrachtte, boeken op de brandstapel liet gooien en entartete Kunst in de ban deed.
Mann had als eloquente en erudiete schrijver een diepe intellectuele en fysieke afkeer van de nationaalsocialistische beweging, haar verheerlijking van geweld en haar vulgaire ideologie. In een conceptbrief aan de bekende theoloog Reinhold Niebuhr uit 1943 schrijft hij, dat hij ook zonder zijn bekering tot de democratie en evenzo als auteur van de Betrachtungen, antinazi geworden zou zijn ‘… mit derselben Wut und mit derselben Berechtigung gegen diesen Greuel!’ (met dezelfde woede en met hetzelfde recht tegen deze gruwel!)
Mann en Ter Braak
Ook de bekendste Nederlandse antifascist uit het interbellum, Menno ter Braak, vond Thomas Mann te conservatief als het bijvoorbeeld ging over het christendom. Maar de grootste intellectueel van Nederland van de twintigste eeuw en de grootste Duitse schrijver van de twintigste eeuw herkenden elkaar in hun liefde voor de letteren en hun afkeer van het nationaalsocialisme. Ter Braak schreef in de jaren dertig het boekje Het nationaalsocialisme als rancuneleer, dat onlangs weer is heruitgegeven, met een prachtige geactualiseerde inleiding door NRC-columnist Bas Heijne.
Autoritaire leiders houden niet van kritische schrijvers en intellectuelen. Thomas Mann was nadat de nazi’s aan de macht waren gekomen niet van zijn vakantie teruggekeerd. Hij verbleef eerst in Zwitserland in Exil en daarna vertrok hij naar de Verenigde Staten. Duitsland was dan weliswaar bezet door de barbaren, maar de Duitse cultuur bleef mede dankzij Mann bestaan.
Met Menno ter Braak liep het, zoals wellicht bekend, niet goed af. Hij koos er in de meidagen van 1940 voor om zelfmoord te plegen, om zo niet levend in de handen van de nazi’s te vallen. Zij hadden hem anders zonder twijfel spoedig gearresteerd.
Hoewel ze elkaar maar enkele keren persoonlijk hadden ontmoet viel de dood van Ter Braak Thomas Mann zwaar:
‘Die gestern durch einen französischen Brief aus Kaapstadt erfolgte Bestätigung des Selbstmordes von ter Braak beim Einfall der Deutschen in Holland geht mir tief schmerzlich nach. Vielleicht war sein Aufsatz über “Lotte” seine letzte Arbeit. Mein Brief wird ihn nicht mehr erreicht haben. Die Freunde fallen. Die Wüste wächst.’
(De bevestiging van ter Braaks zelfmoord, gisteren ontvangen via een Franse brief uit Kaapstad, bij de inval van de Duitsers in Nederland, heeft mij diep geraakt. Misschien was zijn essay over ‘Lotte’ zijn laatste werk. Mijn brief zal hem niet meer bereikt hebben. De vrienden vallen. De woestijn groeit.)
In zijn nogal cynische voorwoord voor deze heruitgave van Achtung Europa schrijft Arnon Grunberg dat we serieus rekening moeten houden met de mogelijkheid dat wij schrijvers straks ook in ballingschap moeten gaan. Die waarschuwing is ergens wel terecht. Voor Geert Wilders zijn journalisten tuig van de richel en als hij aan de macht komt heb ook ik een serieus probleem. PVV-aanhangers hebben mij in het verleden regelmatig bedreigd, ook met de dood, en een kleine tien jaar terug heeft PVV-politicus Martin Bosma geprobeerd mij ontslagen te krijgen bij de website waar ik toentertijd voor schreef. Als de bruine horden vrij spel krijgen pak ik mijn koffers.
Maar het is gelukkig niet opnieuw 1933. Nederland is nog altijd een rechtsstaat, we hebben een vrije pers en de meeste partijen in ons parlement zijn nog steeds de democratie toegedaan. Hiervoor moeten we pal blijven staan. En voor de beschaving. De Nederlandse cultuur is namelijk niet de karikatuur die Geert Wilders ervan gemaakt heeft. Zoals Thomas Mann de erfenis van Goethe, Wagner en Nietzsche verdedigde tegenover de nazibarbaren, zo moeten wij de erfenis van Spinoza, Multatuli, Ter Braak en anderen beschermen tegen de vulgaire nationalisten van onze tijd.
