‘Het nobelste deel van een mens is zijn paspoort’, aldus Bertolt Brecht (1898-1956) in zijn postuum verschenen boek Gesprekken tussen vluchtelingen. ‘Een paspoort ontstaat ook niet zomaar, niet zo kinderlijk eenvoudig als een mens. Een mens kan overal ontstaan, totaal onbezonnen en zonder logische reden, een paspoort niet. Daar krijgt-ie dan ook, als het een goede is, erkenning voor, terwijl een mens nog zo goed kan zijn maar toch niet wordt erkend.’
Brecht schreef zijn scherpe en cynische commentaar in de Tweede Wereldoorlog, maar het had net zo goed over de strenge immigratiepolitiek van nu kunnen gaan. Uiteraard heeft het boek een autobiografisch element. Op 28 februari 1933, een dag na de brand in de Rijksdag, vertrok de linkse Brecht met zijn familie en enkele vrienden uit Berlijn. Via Denemarken en Zweden kwamen zij uiteindelijk in Helsinki terecht. Daar zette Brecht zich aan het schrijven van deze reeks dialogen, bedoeld als een oefening in kritisch denken te midden van uitzonderlijk zware omstandigheden.
Hoofdpersonen van Gesprekken tussen vluchtelingen zijn twee vluchtelingen die nazi-Duitsland zijn ontvlucht en in de Finse hoofdstad Helsinki zijn beland: de dikke Ziffel en de dunne, kleine Kalle. Ze staan symbool voor twee vormen van verzet tegen de nazi’s: het vrijheidslievende, liberale, ironische verzet en het bloedserieuze, op sociale rechtvaardigheid gerichte socialistische verzet. Hoewel Ziffel en Kalle ideologische tegenpolen zijn, kunnen ze het uitstekend met elkaar vinden. Hun gesprekken zijn geestig, speels omdraaiend, en zetten de lezer voortdurend aan het denken. Hilarisch is de bewust naïeve omschrijving van het fascisme als een ‘beweging die tegen de eeuwige vertraging op de Italiaanse spoorwegen ageerde en het oude Romeinse Rijk weer in ere wilde herstellen’.
Behalve de dictaturen van Duitsland en Italië krijgen ook de democratieën van Zwitserland, Denemarken en Zweden er in Gesprekken tussen vluchtelingen van langs. De Zwitsers zijn zo op hun vrijheid gesteld dat ze onder geen beding willen dat je Hoeheetienou (Adolf Hitler) bekritiseert, want dan breng je de vrijheid in gevaar. De Denen zijn zo humoristisch dat ze pas door hadden dat de nazi’s een gevaar waren toen hun land werd bezet. En de Zweden zijn zo goed dat niemand echt wordt geholpen. Elke deugd verandert zo in een ondeugd.
Helaas ontbreekt in dit illustere rijtje Nederland. Wat zou onze ondeugdelijke deugd zijn? Zuinigheid? Moralisme? Voltaire maakte in Candide schitterend gehakt van de Nederlandse ‘de koopman en de dominee’-mentaliteit, die volgens de achttiende-eeuwse philosophe niets anders was dan egoïstische gierigheid met een vrome smoel. Dar kun je veel mee in een boek over vluchtelingen. Een gemiste kans voor Bertolt Brecht, als je het mij vraagt.
Gesprekken tussen vluchtelingen bevat ook intelligente maatschappijkritiek. Een doordenkertje is bijvoorbeeld de vergelijking tussen het Duitse schoolsysteem en de maatschappij. Ziffel prijst in een van zijn monologen de kleingeestige leraren uit zijn jeugd die niet het beste voor leerlingen willen, omdat zulke docenten je goed voorbereiden op het echte leven. De beste manier om zulke leraren te overleven en dus de maatschappij is om je aan te passen aan het systeem en de mazen van de wet te leren kennen, zodat je het systeem voor jou laat werken. Ziffel heeft geen moeite met de vaak onrechtvaardige realiteit, zolang de realiteit maar niet totalitair wordt en de vrijheid van iedereen wil smoren. Kalle denkt daar als idealistische socialist natuurlijk anders over en wil de maatschappij echt veranderen.
Intelligent, hilarisch en ook pijnlijk actueel is Ziffels visie op oorlog. De Fransen verloren volgens hem de Slag om Frankrijk omdat grote vluchtelingenstromen plannen voor een tegenoffensief in de war schopten. Oorlogen kun je veel effectiever uitvechten zonder burgers. Of je gebruikt burgers tactisch, door hen met parachutes achter vijandelijke linies te droppen. Een absurd idee, maar tegelijkertijd geniaal als literair gedachte-experiment omdat het voeren van oorlog en het op de vlucht jagen van burgers sowieso absurd is.
Bertolt Brecht – Gesprekken tussen vluchtelingen. Vertaald door Elbert Besaris. Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam. 168 blz. ISBN 9789493397071. € 22,50.
