Ik handelde als vriend van de persoon die me het boek gaf en niet als wetenschapper. Als wetenschapper lees je soms tenenkrommende boeken en artikelen, maar dat doe je voor je vak. Het is je werk. Je dient kennis te nemen van wat er gepubliceerd wordt op je vakgebied en je beoordeelt het werk van collega’s, of je hun werk nu zinvol vindt of niet. Een boek beoordelen op een titel of inleiding en dat dan afschrijven is wetenschappelijk gesproken dom.

Dat was ook de reden waarom ik me zo ergerde aan de vooringenomenheid van filosoof en FAHM-docent Kamel Essabane op het boek Wordt het nog wat met het islamdebat? dat mederedacteur Gert Jan Geling en ik op de markt hebben gebracht. Essabane las de inleiding, die de uitgever online had gezet en hij ergerde zich aan de titel, aan het frame, aan de vergoeilijkende woorden in de inleiding voor in zijn ogen notoire islamhaters en kwakte toen zijn afwijzende oordeel van het boek online waarbij hij ook nog aangaf dat Geling en ik hoe dan ook ongeschikt zouden zijn geweest voor het maken van een dergelijk boek.

Op woensdag 30 oktober vond er in Leiden een debat plaats over het boek en Essabane was daarbij. Een verslag van zijn hand werd op Nieuwwij.nl geplaatst, dat vol staat met zelfbevestiging. En waarin hij een overwinninkje claimt omdat ik als mederedacteur aangegeven had best wel de term islamdebat niet meer te willen gebruiken. Dat laatste klopt. Ik ben hier een pragmaticus in. Wil je die term niet gebruiken? Dan doen we toch een andere? Of we omschrijven het. Maar hoe je het ook omschrijft: het debat over islam en moslims en hun integratie in de Nederlandse samenleving is daarmee niet verdwenen. Neem nu alleen al het voorstel van Yassin Elforkani om de islamitische oproep tot het gebed luid en duidelijk te laten horen vanaf de Blauwe Moskee in Amsterdam. Het zijn veelal moslims zelf die het debat aanjagen en dan reageert de samenleving, gewoon zoals het hoort.

Kamel Essabane was beledigd omdat ik hem verweet hypocriet te zijn en ik gebruikte daarvoor de islamitische term ‘moenafiq’ wat inderdaad ‘hypocriet’ betekent. Dat deed ik expres om hem te laten voelen hoe kortzichtig en onprofessioneel hij gehandeld had. Populisten en fundamentalisten wijzen boeken af op grond van een titel en een paar gelezen pagina’s, een filosoof doet dat niet. Klaar. Tijdens het debat trok Essabane ook nog eens mijn integriteit als wetenschapper meermalen in twijfel. Dat vond ik nu weer beledigend. Maar ik ben niet rancuneus van aard en inderdaad, zoals Essabane in zijn stuk aangeeft, stelde ik hem bij de borrel na het debat voor de excuses tegen elkaar weg te strepen. Maar daar had de grote denker geen zin. Hoe kleinzielig kun je zijn. Het voorstel staat nog steeds.

mosque-1603765_1920
Beeld door: Pixabay

Tijdens het debat in Leiden, en later de reacties op Facebook lezend viel het mij op hoe persoonlijk de aanvallen waren op mij. Het wantrouwen was en is groot. Maar, geloof me, Gert Jan Geling en ik zijn niet van die berekenende wetenschappers met een islamofobe agenda die als witte mannen wel eens even zullen vertellen hoe het verder moet met ‘die moslims’. Onzin.

Essabane heeft boter op zijn hoofd. Toen Laila al Zwaini tijdens het debat melding maakte van ‘een zwarte school’ in Den Haag met ‘je weet wel moslimleerlingen’, zweeg Essabane in alle talen om dit toch schandalige frame. Sinds wanneer zijn scholen met moslimleerlingen zwart? En ook verweet hij mij dat emoties geen rol zouden mogen spelen in de wetenschap of meningvorming toen ik hem voorhield dat Afshin Ellian en Ayaan Hirsi Ali, die aan het boek bijgedragen hebben, buitengewoon slechte ervaringen hadden met islam in Iran en Somalië. “Emoties zouden geen rol moeten spelen” en dat terwijl Essabane duidelijk de hele avond geagiteerd was en zo boos op mij was dat hij niet in wilde gaan op mijn excusesruil.

Als – hoop ik – eminence grise zou ik mijn jonge vriend Kamel willen adviseren zaken wat meer van een afstand te bekijken, zijn emoties te beheersen en vooral niet persoonlijk te worden.

Kom ik ten slotte terug op het boek dat ik van die vriend kreeg en waarvan ik na lezing van het eerste hoofdstuk al mijn buik vol had. In dat eerste hoofdstuk stond namelijk deze tekst:

“Het pad van degenen aan wie U gunsten heeft geschonken, niet van degenen op wie de toorn rust en niet dat van de dwalenden.”

U als lezer weet het al. Het is de eerste soera van de Koran. God heeft blijkbaar favoriete mensen en anderen op wie zijn toorn rust. Wel, zo’n religie hoef ik niet. Ik legde het boek terzijde.

Maar deed ik dat echt? Welnee. Natuurlijk niet. Ik heb de Koran gelezen en vind vooral dit vers heel mooi:

“God legt niemand meer op dan hij kan dragen.”

En dit vers ook:

“In de godsdienst is geen dwang.”

Dat zijn mooie verzen uit de Koran en die zouden voor verdraagzaamheid moeten zorgen tussen moslims en niet-moslims. Laat Essabane die verzen tot zich doordringen en er vooral naar gaan handelen. Je krijgt kritiek, Kamel, maar nooit meer dan je kan dragen en heeft iemand een andere visie? Wel, in de godsdienst is geen dwang. Ieder is vrij. Accepteer dat en ga dan in alle vertrouwen met de ander het gesprek aan. Ik doe dat niet meer, want ik heb, zoals ik al zei, mijn islamdebatharp aan de islamdebatwilg gehangen. Voordeel: van mij heb je dan ook geen last meer.

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Jan Jaap de Ruiter

Jan Jaap de Ruiter

Arabist

Jan Jaap de Ruiter (1959) is arabist en de Arabische taal is zijn grote -professionele- liefde. Het Arabisch staat is een van de twee …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.