Honderdduizenden mensen zijn getraumatiseerd door de terreur van Hamas, Hezbollah en de Houthi’s (veelal door Iran ondersteund), door Iran, door de Israëlische vergeldingsoorlog tegen Gaza en Libanon en de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen het Iraanse mullah-regime, dat Israël sinds 1979 met nucleaire vernietiging bedreigt.
De hoogste prijs wordt betaald door de burgerbevolking, die meedogenloos gebombardeerd en op de vlucht gedreven wordt, waarbij miljoenen mensen zich in een catastrofale humanitaire situatie bevinden. Palestijnen in Israël en op de Westelijke Jordaanoever worden beperkt in hun bewegingsvrijheid, zonder proces in administratieve hechtenis genomen en blootgesteld aan vervolging en de doodstraf, vluchtelingenkampen op de Westbank worden ontruimd. Daar, in Jeruzalem en op de Golan is het geweld van joodse kolonisten tegen Palestijnen frequenter en dodelijker geworden. Binnen de groene grens van Israël zijn er schuilkelders, maar niet in de bezette gebieden en de moslimlanden. Humanitair oorlogsrecht en mensenrechten worden overal geschonden.
Er is dringend behoefte aan een masterplan, waaraan grootmachten zoals de Verenigde Staten, Rusland, China en Europa, maar ook Iran, Libanon en hun sjiitische milities, de soennitische machthebbers in Saoedi-Arabië, Qatar en de Emiraten moeten meewerken. Dat alles is niet mogelijk zonder een oplossing van het bijna tachtigjarige conflict tussen Israël en de Palestijnen. De asymmetrie tussen het recht op terugkeer voor Joden uit de diaspora naar Israel (inclusief de bezette gebieden) en het ontbreken van een mogelijkheid tot terugkeer van inmiddels vier generaties van een geschat aantal van ruim zes miljoen Palestijnen in kampen en de diaspora is daarbij een van de struikelblokken.
In Nederland is weinig bekend dat er in Israël veel initiatieven bestaan die op de Oslo-akkoorden (1993) willen voortbouwen, zoals Omdim beYachad (Standing Together), momenteel de grootste grassroots beweging van Joodse en Palestijnse, religieuze en seculiere inwoners in Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Behalve Human Rights Watch zetten Israëlische NGO’s zoals Peace Now, B’Tselem (in het evenbeeld van God is de mens geschapen, Genesis 1, 26-27), Women Wage Peace, Akevot (voetafdrukken), Rabbis for Human Rights, Yesh Din (er is recht) en Yesh Gvul (er is een grens) zich in voor gelijke rechten voor Arabieren en Palestijnen in Israël en een staat voor de Palestijnen. Maar waar zijn de Palestijnse en Arabische initiatieven op dit gebied?
De droom dat Israël een „licht voor de volken“ zou zijn, zoals de profeet Jesaja wenste (42:6; 49:6; 60:3), is in duigen gevallen. Onder Netanyahu heeft Israël zich ontwikkeld tot een rechts militair regime dat de democratie en volgens sommigen zelfs het voortbestaan van de staat in gevaar brengt. Joodse waarden van recht en gerechtigheid voor alle mensen, die ik als religieuze Jood onderschrijf, staan onder druk.
Ook ik heb zoals sommige andere Joden en Israëli’s lang in de waan geleefd dat je een ander volk kan onderdrukken en toch kan verwachten in vrede te leven. De bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogten en de gedeeltelijke bezetting van Gaza en Zuid-Libanon zijn in strijd met het internationaal recht. De internationale gemeenschap hield lang vast aan de mantra van de tweestaten-oplossing, maar ondernam geen actie. De Palestijnse catastrofe (nakba) verdween grotendeels van de agenda, totdat ze ons op 7 oktober 2023 opnieuw om de oren vloog.
Joden hebben op dinsdagavond 1 april het begin van het zevendaagse Pesach-feest met een Seder-maaltijd ingeluid in zwaarbeveiligde synagogen of met familie en vrienden thuis. Seder betekent orde, maar het leven daarbuiten is allesbehalve in orde. In de diaspora en in Israël vertellen wij elk jaar het eeuwenoude verhaal van verlossing van onderdrukking en vervolging, sinds het Bijbelse Egypte tot vandaag, telkens in het kader van de actualiteit. Dat verhaal, de Haggada, herinnert ons eraan dat vrijheid geen vanzelfsprekendheid is. Tussen de uitnodiging “wie hongerig is, kan mee-eten, wie niets heeft, kan meevieren” aan het begin tot “volgend jaar in Jeruzalem!” aan het einde van de avond staat de oproep tot solidariteit, een voor iedereen toegankelijk Jeruzalem, met een gebedshuis voor alle volkeren (vgl Jesaja 56,7) – zolang niet iedereen vrij is, zijn wij niet vrij. Al duizenden jaren beschouwen joden, christenen en moslims Jeroesjalajiem (Stad van de Vrede, Genesis 14,18), Hierosolyma (hieros betekent heilig) of Urshalim al-Quds (Jeruzalem, de heilige) als een stad waarvan de naam alleen al het bijzondere karakter van de stad voor de drie monotheïstische tradities benadrukt.
Het motto van de Seder-avond luidt “In elke generatie moet ieder mens zich voorstellen alsof zij/hij zelf uit Egypte is gekomen”. Dat doe je door bittere kruiden, die je ogen doen tranen, en in haast gebakken matzes te eten, die je aan het vluchten van toen en nu herinneren. Zo begin je symbolisch een reis waarin jong en oud samen opkomen voor anderen, gemeenschappen hun deuren openen als toevluchtsoorden, en je ruimte creëert om angst en verdriet te uiten. Dat is het éne verhaal.
Het andere verhaal herinnert aan de opdracht dat vrijheid uit een situatie van onderdrukking en oorlog niet hetzelfde is als vrijheid om iets tot stand te brengen, namelijk een samenleving gebaseerd op gerechtigheid (tzedaka) en recht (misjpat). Een wereld waarin slechts een paar mensen de macht in handen hebben en vele miljoenen worden bedreigd door ontheemding, honger en oorlog, is niet vrij. Voor het ‘vrij zijn van’ gebruik je in het Hebreeuws het woord Cheroet, voor ‘vrij zijn voor’ het woord Charoet (ingegrift, vastgelegd) – het verschil is een klinker.
Charoet verwijst naar een vrijheid waarin regels en wetten voor iedereen vast moeten liggen en gegarandeerd moeten zijn. Dat is het thema van de feestdag 49 dagen na Pesach, Sjavoeot, die op 21 mei ‘s avonds begint. We vieren het geven van de openbaring op de berg Sinaï, waarin de tien geboden, tien uitspraken centraal staan. Voordat het zover is, heb je tijd nodig, daarom die symbolisch relevante zeven weken, die je vanaf de tweede dag telt. Volgens de Bijbel hebben bevrijde tot slaaf gemaakte mensen veertig jaar oftewel anderhalve generatie nodig, om de bittere herinneringen aan de onderdrukking en vernedering en dreigende uitroeiing te verwerken. Ze beklagen zich, zijn opstandig en verlangen terug naar de vleespotten van Egypte. Uiteindelijk ontvangen zij “al deze woorden” die de Eeuwige aan Mozes gedicteerd heeft (Exodus 20,1-17). Opmerkzame lezers en toehoorders hebben zich al lang geleden afgevraagd waarom de tekst niet gewoon “deze woorden” zegt. De joodse traditie interpreteert dat het woordje “al” ook de latere regels en voorschriften insluit. Situaties en opvattingen veranderen immers, en voor nieuwe inzichten en verschillende interpretaties is binnen alle stromingen van het Jodendom altijd ruimte. Waarom vond de openbaring in de Sinaï-woestijn plaats, eeuwenlang een niemandsland? De rabbijnen zeggen, zodat die voor iedereen toegankelijk is en daarom ook in zeventig talen gegeven is. Hoezo dat? Omdat er geschreven staat, dat God “al deze” woorden gesproken heeft.
Zoals Joden ooit als hongerige vluchtelingen gastvrij in Egypte opgevangen zijn, hebben wij mensen allemaal de opdracht om: „de vreemdeling lief te hebben, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte” (Deuteronomium 10,19). Naastenliefde staat precies in het midden van de Tora (Leviticus 19,18) en is ook de kern van Christendom en Islam. Daar draait alles om, en dat, zo zeggen de rabbijnen, moet je steeds weer opnieuw leren (Babylonische Talmoed, Sjabbat 31a). De Bijbel geeft ons de opdracht tot solidariteit met de armen en vervolgden, weduwen en wezen, onderdrukten en machtelozen. De Bijbelse visie is daarmee een counterhistory van Egypte: een samenleving waarin “hetzelfde recht moet gelden voor de vreemdeling en de inwoner” (Lev 24, 22), voor iedereen dus.
De Abrahamitische religies delen dezelfde drie kernbegrippen: vrede, pax, shalom, Arabisch: salām, maar ook daden van gerechtigheid, justitia, tzedaka, Arabisch: ṣadaka, en barmhartige liefde, miserecordia, rachamim, Arabisch: raḥmah. Vele van onze religieuze grondbeginselen zijn terug te vinden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties in 1948 (10 december) en een aantal ook in Israëls onafhankelijkheidsverklaring van 14 mei 1948: “De staat Israël zal gebaseerd zijn op het principe van vrijheid, gerechtigheid en vrede volgens de profeten van Israël; zal volledige sociale en politieke gelijke rechten handhaven voor al zijn burgers, ongeacht geslacht, ras of sekse; zal vrijheid van godsdienst, geweten, opvoeding en cultuur garanderen; zal de heilige plaatsen van alle godsdiensten handhaven en zal nauwgezet de principes van het Handvest van de Verenigde Naties in acht nemen.” Wij hier in Europa, in Nederland, moeten eveneens de hand in eigen boezem steken: ook wij moeten dringend onze democratische waarden beschermen en versterken.
Joden hebben de langste ervaring als minderheid binnen een christelijke of islamitische wereld, moslims in Europa hebben dat pas drie of vier generaties. Christenen moeten eraan wennen dat zij in Nederland een minderheid zijn. Welke waarden delen wij, welke stem kunnen wij in ons land laten horen? Kunnen wij ons samen voor gelijkheid en wederzijds begrip inzetten, en proberen een visie van vrijheid, gerechtigheid en vrede voor onze tijd, voor onze samenleving te ontwikkelen?
Dit jaar vallen Pesach en Pasen en Sjavoeot en Pinksteren vrijwel samen. De thema’s zijn vergelijkbaar. Wanneer christenen Pasen vieren, staat de hoop op verlossing ook centraal – waarschijnlijk hebben de Joodse volgelingen van de Joodse Jezus met het laatste avondmaal ook een Seder gevierd, met dezelfde ingrediënten. Maar die krijgen daar een andere betekenis: het ongerezen brood staat symbool voor Jezus´ lichaam, de wijn voor zijn bloed en hij is het lam Gods die door zijn kruisdood de zonde van de wereld wegneemt. Ook christenen wachten nog op een vervolg. Sjavoeot en Pinksteren worden beide vijftig dagen na Pesach en Pasen gevierd en benadrukken beide het consituerende karakter van die feesten, die de boodschap in zeventig talen voor de hele wereld toegankelijk maken.
In de aanloop naar en tijdens onze feestdagen kunnen we verbondenheid en hoop, veerkracht en vernieuwing creëren, en inspiratie bij elkaar vinden om onze identiteit als Joden, christenen en moslims, als mensen te versterken.
Respect voor elkaars tradities en heilige plaatsen is een belangrijke voorwaarde voor vrede in Israël en Palestina, en daarbuiten. Deze psalm van koning David heeft niets aan actualiteit ingeboet: „Vraagt om vrede voor Jeruzalem, dat rust hebben wie jou liefhebben. (…) Omwille van mijn verwanten en vrienden zeg ik: ‘Vrede zij met jou’“ (122:6-8).

”Respect voor elkaars tradities en heilige plaatsen is een belangrijke voorwaarde voor vrede in Israël en Palestina, en daarbuiten. Deze psalm van koning David heeft niets aan actualiteit ingeboet: „Vraagt om vrede voor Jeruzalem, dat rust hebben wie jou liefhebben. (…) Omwille van mijn verwanten en vrienden zeg ik: ‘Vrede zij met jou’“ (122:6-8).” Zolang religieuze leiders van jodendom, christendom en islam weigeren gezamenlijk in actie te komen voor een rechtvaardige vrede voor alle betrokkenen komt daar nooit vrede. De religieuze leiders dragen in deze een grlotye verantwoordelijkheid, maar ze wassen liever doorlopend hun handen met de prachtige woorden: Ik/wij vinden geen schuld bij me/ons zelf en zo gaat de grote vredesoorlog gewoon door met wereldwijd (fanatieke) aanhangers. Allemaal op weg naar het grote vredesfeest.
Israel is gebaseerd op de Nakba, een grote landroof en etnische zuivering. Al sinds 1948 is het een racistisch, etnonationalistisch project.
De oplossing is het etnonationalisme afschaffen, zodat Joden en Palestijnen in vrede en gelijkwaardigheid samen kunnen leven in een of twee staten van alle mensen die op het grondgebied thuis horen.
Nee, je kunt niet stellen dat Palestijnen in Israël, dus niet op de Westelijke Jordaanoever, worden beperkt in hun bewegingsvrijheid, zonder proces in administratieve hechtenis worden genomen en worden blootgesteld aan de doodstraf, zoals hier allemaal wordt beweerd. Wat ook ontbreekt: deze mensen hebben stemrecht voor het parlement van Israel. Wat voorts ontbreekt: ruim 800.000 Joden die weg moesten uit Libanon, Syrië, Egypte, Irak en alle Arabische landen. Ook gevlucht.
Gaza 7 oktober was geen confrontatie met de Nakba. De Nakba, om die term te gebruiken, was in 1948. Gaza was in 1948 niet Israëlisch geworden, pas in 1967. Bijna 20 jaar later dus.
Kortom, mooi geschreven bespiegeling maar op punten bezijden de waarheid, helaas.
Israel is een racistisch, etnonationalistisch omvolkingsproject.
7 oktober was een confrontatie met de vijandigheid die dit project continu in stand houd en creëert.
Gezien wat Israel doet, Palestijns land koloniseren en Palestijnen verdrijven en onderdrukken, kun je het Palestijnen niet kwalijk nemen dat ze Israel haten. Maar Israel kun je wel kwalijk nemen dat het een Joodse staat wil zijn ten koste van Palestijnen. Dat is het probleem: ethnonationalisme
Waarom stoppen ze niet met dat racisme en nationalisme? Gewoon in vrede en gelijkwaardigheid samen wonen?