Toch is er meer aan de hand: juist in onze cultuur lijken nogal wat rituelen op hun retour te zijn, soms zonder dat mensen daar expliciet toe besluiten. De rituelen lijken te eroderen, ze verliezen hun functie en worden gevoeld als overbodidge ballast. Hiervoor zijn minstens twee redenen aan te wijzen.

Op de eerste plaats is onze cultuur sterk gerationaliseerd. We vertrouwen op techniek en efficiency. Daar steken de woorden en gebaren van rituelen maar schamel bij af. Wat is het doel van die vaak door herhaling en inefficiency gekenmerkte gebaren?

Rituelen als markering van overgang

Dan is er nog een tweede reden: rituelen markeren dikwijls transitiemomenten. In Afrikaanse culturen worden kinderen voorafgaand aan hun volwassenwording aan heftige rituelen onderworpen. Uitputting en verwonding kunnen tot de rituelen behoren die de overgang naar volwassenheid en partnerkeuze kenmerken. Ook geboorte en overlijden zijn overgangsrituelen en hebben vaak een collectief karakter; ze bevestigen de gemeenschap. [1]

Nu zijn juist in onze cultuur deze dynamieken problematisch geworden. Grenzen worden dikwijls liever vaag gelaten: volwassen worden doe je je hele leven, partnerkeuze is een persoonlijke zaak, samenwonen is in tegenstelling tot huwelijkssluiting geen collectief gebeuren, waar de gemeenschap en God getuige van is. Zelfs benadrukt onze samenleving steeds meer de vloeiende overgang tussen de seksen, waardoor rituelen die het verschil tussen man en vrouw benadrukken worden gewantrouwd als rolbevestigend. De prijs die ervoor betaald wordt is niettemin aanzienlijk: individualisering en eenzaamheid liggen dicht bij elkaar.

Het meest zichtbaar is dat wel bij overlijden, een gebeuren dat vanouds door rituelen is omgeven. Deze rituelem hebben niet zelden een magische oorsprong. Zo kent het jodendom uitgebreide voorschriften die het rouwproces van dag tot dag begeleiden. Door het werk van Elisabeth Kübler –Ross hebben die joodse rouwrituelen bekendheid gekregen, omdat hierin veel nadruk wordt gelegd op rouwen als ‘werkwoord’. De verschillende fasen van het ruwproces worden door rituelen gemarkeerd en die rituelen moeten gedaan worden. [2] Volgens haar is het verdoezelen van deze grensovergangen niet gezond voor een goed rouwproces, dat zowel een begin als ook een afronding dient te krijgen.

Rituelen en schuldgevoel

Rituelen dienen dus niet slechts om het gezamenlijk beleven van rouw mogelijk te maken, maar ook om er zonder schuldgevoel mee op te houden. Het ritueel van rouwen is arbeid  – de rouwende moet nogal wat: geen leren schoenen dragen, geen haar kammen, geen make-up, op de grond of op een krukje zitten, een scheur in de kleding maken.

De omgeving heeft ook haar taken: de dode verzorgen, eten koken voor de rouwenden, elke avond aanwezig zijn, zonder directe woorden van troost te spreken, maar wel door aanwezigheid troostrijk te zijn tijdens de sjivve (de zeven dagen van rouw). Ondanks dat Kübler-Ross het belang van de rituelen die de verschillende fasen markeren sterk heeft benadrukt, moeten we vaststellen dat de grondslag van deze rituelen fundamenteel verschilt van het moderne aanvoelen.

Deze rituelen drukken namelijk niet een individueel gevoel uit, en worden niet gedaan omdat men “eraan toe is”. Wij kennen dat nog: ook bij het condoleren gebruiken we liever een vaste formule dan dat we omstandig ons gevoel uitdrukken, hetgeen voor de direct nabestaande zelfs beledigend kan zijn.  Rituelen zijn dus geen resultaat en uitdrukking van individueel gevoel, maar wekken eerder het gevoel óp, ook bij degenen die niet zo bedroefd zijn als wellicht zou moeten. Juist daardoor maken rituelen gezamenlijke beleving mogelijk. Deze rituelen moeten dus worden gedaan, wat men er ook van denkt.

Daar komt nog iets bij: ze zijn geen product van individuele creativiteit. Integendeel, deze rituelen lijken er altijd te zijn geweest en zijn als het ware oorsprongsloos, niet product van menselijk initiatief op dat moment. Daarom ook kan gesproken worden van arbeid: namelijk het doen van rituelen die in zekere zin niet overeenkomen met spontane creativiteit (waarvoor op dat moment zeker in rouw wellicht ook geen ruimte is). De rituelen helpen de rouwende om de weg naar het leven weer in te slaan en het geloof aan God, dat zwaar geschokt kan zijn en ook mag zijn, te hervinden.

Van onverdachte zijde wordt dit inzicht bevestigd, namelijk door de ritueel expert Ronald Grimes. Ofschoon hij zichzelf niet als gelovig afficheert benadrukt hij dat rituelen pas geslaagd kunnen eten als het werkelijk moeite kost om ze te volbrengen, als ze een gemeenschappelijk karakter hebben en als ze als ‘tegenover’functioneren.

rituelen
Beeld door: Pixabay

Niet functioneel

Er is nog iets wonderlijks met rituelen als we die vergelijken met andere handelingen: ze lijken wel bewust niet functioneel te zijn. In dat opzicht lijken ze nog het meest op kunst: op dans die eveneens voorgeschreven bewegingen kent, maar ook op schilderkunst waarvan de vroegste grottekeningen stellig met rituelen samenhingen. Kunst heeft evenals rituelen een doel in  zichzelf, heeft eveneens geen “nut”, is dikwijls een moeilijk te ontraadselen taal – is het wel een taal?- en is voor efficiente mensen onbegrijpelijk.

Rituelen zijn niet doelmatig in pragmatische zin: een christen gaat niet te communie omdat hij / zij honger heeft, een baby wordt niet gedoopt omdat er vuil verwijderd moet worden,  de spiegel wordt bij rouw niet bedekt omdat  men niet ijdel mag zijn, (al wordt die reden wel gegeven). Waarschijnlijker is dat er vrees was voor die verdubbeling van de wereld waarin de dood zich zou kunnen nestelen. Om dezelfde reden gaat men niet op stoelen zitten: de  overledene zou zijn stoel bezet kunnen zien.

Nogal wat rituelen zijn atavismen: handelingen uit oeroude tijden die hun directe functie hebben verloren en juist daarom geschikt zijn voor rituele handelingen. Atavismen: we kennen ze nog: waarom kloppen op ongeverfd hout? Waarom griezelen van afgeknipte nagels?

Verbinding met de oertijd

Het niet-doelmatige, qua oorsprong in nevelen gehulde, maar maar wel door de gemeenschap herkende karakter van rituelen lijken wel de belangrijkste kenmerken. Zelfs pogingen om rituelen als herhalingen van oermythen te beschouwen (de zogeheten: mythe en rite discussie) lijken niet de kern van het ritueel te raken. [3]

Ondanks de vele transformaties behoudt het ritueel een diepgaande band met het verleden, zoals bijvoorbeeld de eucharistie banden heeft met het offer, wellicht het oudste ritueel ter wereld. Ook is de eucharistie een ritueel van de maaltijd (zonder dat men honger heeft) en zo worden de twee belangrijkste karakteristieken van het ritueel: uitwisseling en gemeenschap, hierin vastgehouden.

Het is geen verrassing dat juist de vervreemding van het religieuze ritueel kenmerkend is voor onze tijd. Die vervreemding is niet alleen veroorzaakt door gebrek aan kennis, maar ook door individualisering en rationalisering. Dat valt door meer kennis ook niet zomaar ongedaan te maken.

Desondanks zijn rituelen “terug van weggeweest”. Moderne rituelen ontspruiten dikwijls niet uit een gemeenschap en kennen geen diepe verankering in de tijd. Gaat dat dan wel “lukken”? De grootste valkuil lijkt wel de wens om het ‘aanbod’ van rituelen te laten bepalen door de ‘vraag’ van de client. Daarmee verliezen rituelen nu juist hun verplichtende karakter en hun vermogen om transcendentie op te roepen, juist omdat ze niet dienen voort te komen uit privégevoelens. Een andere valkuil is het ‘uitleggerige’. Omdat moderne rituelen product zijn van eigen creativiteit, moeten ze onvermijdelijk worden uitgelegd en toegelicht, waardoor een illusie van rationeel begrip gauw kan overheersen.

Katholieke zelfkritiek

Maar wellicht past hier ook enige zelfkritiek met name van de kant van het katholicisme. De recente ontwikkelingen hebben er althans in Nederland voor gezorgd dat vrouwen in het pastoraat steeds meer in de marge terecht zijn gekomen. Ondanks hun grote talent voor rituelen bij scharniermomenten in het leven – geboorte , huwelijksbegeleiding, overlijden – zijn vrouwen steeds meer op afstand gekomen. Hoogstens als vrijwilliger kunnen ze een en ander doen, maar juist in deze is een grondige theologische scholing vereist.

Is het dan verbazend dat de rituele buro’s buiten de kerk uit de grond schieten? Dat er zelfs een opleiding tot ‘celebrant’ bestaat (een woord dat toch echt uit het katholicisme afkomstig is)? Vergis ik me of worden deze bureau’s en opleidingen voornamelijk door vrouwen bevolkt? Niet dat deze vrouwen allemaal uit de katholieke kerk afkomstig zijn. Niettemin lijkt me dit reden voor het katholicisme tot grondig zelfonderzoek.

Dit artikel is eerder verschenen in de Pius Almanak, Jaarboek Katholiek Nederland 2018.

Voetnoten:

  1. Zie het moeilijke maar uiterst belangrijke boek van Catherine Bell: Ritual. Perspectives and Dimensions, Oxford University Press 1997.
  2. Zie: Jack Riemer, Jewish Reflections on Death, (met voorwoord van Kübler- Ross), New York 1987. In Nederland het uitstekende boek van Sasja Martel, Sterk als de dood. Sterven en rouw in joods perspectief,  Eburon Delft 2004.
  3. Zie Barry Stephenson, Ritual: a Very Short Introduction, Oxford University Press, 2015, 30-32.
Marcel Poorthuis

Marcel Poorthuis

Hoogleraar Interreligieuze Dialoog

Marcel J.H.M. Poorthuis (1955, Hilversum) studeerde theologie aan de Katholieke Theologische Universiteit (KTU) te Utrecht en muziek aan …
Profiel-pagina
Al 3 reacties — praat mee.