Er is een uitspraak die aan Luther wordt toegeschreven: ‘Als ik wist dat morgen de wereld ten onder ging, zou ik vandaag een appelboompje planten.’ Die zin komt bij me op als ik naar Costi’s film kijk. De deelnemers aan het wereldkampioenschap pap koken in Carrbridge doen iets wat op het eerste gezicht volkomen onbelangrijk lijkt. En toch: in de aandacht, zorg en plezier van de organisatoren en deelnemers schuilt iets dieps. Ze doen iets goed, gewoon omdat het goed is.
Costi’s film is rustig, aandachtig en liefdevol gefilmd. Het 4:3-beeldformaat knijpt de wereld niet dicht, maar maakt haar intiem. De camera beweegt nauwelijks; ze kijkt, luistert, ademt mee met voorbereidingen door de dorpelingen en het ritme van de handen die in de pannen roeren. Soms lijkt de damp uit de pannen een gebed dat opstijgt. De montage is bedachtzaam, met lange stiltes tussen de geluiden van lepels, ketels en stemmen. Geen haast, geen dramatische versnelling. Alles nodigt uit tot kijken, echt kijken.
Costi’s opera-achtergrond hoor je terug in het ritme: hij monteert als een componist, met kleine herhalingen en variaties. Elke scène is als een lied voor het gewone leven. In een interview zei Costi: ‘Het Schotse landschap en de mensen in het dorp herinneren ons eraan dat het gewone leven nog steeds gewicht in de schaal legt en waard is geleefd te worden.’
Die waardigheid van het gewone raakt aan wat de Tsjechische theoloog Tomáš Halík ‘in het verborgene geloven’ noemt: de moed om te blijven hopen terwijl de betekenis nog niet zichtbaar is. Halík schrijft in Geduld met God: ‘Hoop is niet optimisme, maar het vertrouwen dat ook het duister gedragen wordt door een belofte.’ Ik herken dat in de zachte blik van deze film. The Golden Spurtle weigert cynisme. Ze maakt geen grap van haar onderwerp, geen karikatuur van haar mensen. Costi kijkt met tederheid — niet om te ontroeren, maar om te bewaren. In zijn trage shots en innemende portretten schuilt een vorm van bezinning. En toch blijft de film lichtvoetig.
Aan het einde blijft er geen boodschap over, maar een gevoel: er is nog tijd om iets goed te doen. Om een kom pap te maken. Om een appelboompje te planten. Misschien is dat de houdbare vorm van hoop: niet de grote verlossing, maar de kleine trouw. The Golden Spurtle herinnert me eraan dat simpele gebaren als aandachtig roeren in een pan havermoutpap – eenvoudig, menselijk, aandachtig – de wereld dragen.
The Golden Spurtle – documentaire – (Verenigd Koninkrijk/Australië) – Regie: Constantine Costi – 75 min.
